vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/700616 / KG ZA 21-305 HH/MvG Vonnis in kort geding van 10 mei 2021 in de zaak van 1 [eiseres] , 2. [eiser], beiden wonende te [woonplaats] , eisers bij dagvaarding van 16 april 2021, advocaat mr. L.F.M. Meles te Almere, tegen de naamloze vennootschap INTERBANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaten mr. C.H.D.W. van den Borne-Verheijen en R.J.M. Sanders te Arnhem. Partijen zullen hierna [eiseres] , [eiser] en Interbank worden genoemd. 1De procedure 1.1. Tijdens de mondelinge behandeling van 26 april 2021 hebben [eiseres] en [eiser] hun vorderingen toegelicht. Interbank heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op heden. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig: - aan de zijde van eisers: [eiseres] en mr. Meles; - aan de zijde van Interbank: [bedrijfsjurist] , bedrijfsjurist, [medewerker] , medewerker finance security, mr. Van den Borne-Verheijen en mr. Sanders. 2De feiten 2.1. [eiseres] en [eiser] wonen met hun vier kinderen in een huurwoning in Rotterdam. [eiseres] is als zzp’er werkzaam in de gastouderopvang en heeft een cateringbedrijf. [eiser] was bouwschadehersteller, maar is thans werkloos. 2.2. [eiseres] en [eiser] hebben in 2015 honk- en softbalvereninging [vereniging] opgericht met als doel kinderen van de straat te houden en thuisproblematiek te signaleren. Zij bieden steun aan hulpbehoevende volwassenen en/of kinderen, die in dat kader weleens overdag in hun woning zijn of blijven logeren. 2.3. Op of omstreeks 2 oktober 2020 is vanaf het e-mailadres van [eiseres] op naam van [eiseres] en [eiser] bij Financieel Fit | Servicecenter (hierna: Financieel Fit) een kredietaanvraag gedaan. Bij e-mail van 2 oktober 2020, verzonden naar het e-mailadres van [eiseres] , heeft Financieel Fit een offerte gestuurd voor een lening van € 33.000,- bij Interbank en gevraagd de nodige (financiële) gegevens te verstrekken. Op 6 oktober 2020 zijn de gevraagde gegevens vanaf het e-mailadres van [eiseres] gestuurd aan Financieel Fit, die de gegevens heeft doorgestuurd naar Interbank. 2.4. Op 8 oktober 2020 heeft [medewerker] (hierna: [medewerker] ) van Crédit Agricole Consumer Finance Nederland B.V. (hierna: Crédit Agricole), de moedervennootschap van Interbank, gebeld naar het 06-nummer van [eiseres] . In dit gesprek heeft [medewerker] aan de persoon die zij aan de lijn had verteld dat bij de kredietaanvraag onregelmatigheden zijn geconstateerd en zij hierover een e-mail zal sturen. Bij e-mail van 8 oktober 2020, verzonden naar het e-mailadres van [eiseres] , heeft [medewerker] [eiseres] en [eiser] gevraagd afschriften te sturen van hun bankrekeningen bij ING. Kort daarna heeft [eiseres] gebeld met [medewerker] en meegedeeld dat zij en [eiser] geen kredietaanvraag hebben gedaan en dat zij vermoedelijk zijn gehackt. Even later heeft zij dit ook in een e-mail aan [medewerker] geschreven. De door [medewerker] verzochte bankafschriften heeft [eiseres] niet gestuurd. 2.5. Bij e-mail van 12 oktober 2020 heeft [medewerker] aan [eiseres] de documenten gestuurd die Interbank heeft ontvangen ten behoeve van de kredietaanvraag. Verder heeft [medewerker] [eiseres] verzocht om aangifte te doen van valsheid in geschrifte en identiteitsfraude en een kopie van de aangifte aan haar te sturen. [eiseres] heeft deze e-mail niet beantwoord. 2.6. Bij e-mail van 19 oktober 2020 heeft [medewerker] [eiseres] verzocht om mee te delen of, en zo ja wanneer, zij aangifte gaat doen bij de politie. Ook heeft [medewerker] in deze e-mail [eiseres] bericht dat zij nog geen contact heeft gehad met [eiser] en haar verzocht om [eiser] op korte termijn contact op te laten nemen met [medewerker] . [eiseres] heeft deze e-mail niet beantwoord. 2.7. In oktober 2020 is op naam van [eiseres] en [eiser] bij zowel Interbank als ALFAM een aanvraag gedaan voor een lening van € 75.000,-. 2.8. Bij brief van 26 oktober 2020 heeft Crédit Agricole [eiser] verzocht contact op te nemen met [medewerker] in verband met de onder 2.3 genoemde kredietaanvraag. Hierop heeft hij gebeld met [medewerker] en haar gemeld dat hij en [eiseres] geen kredietaanvraag hebben gedaan en zij vermoedelijk het slachtoffer zijn van identiteitsfraude. 2.9. Bij e-mail van 26 oktober 2020 heeft ING [medewerker] bericht dat een aantal bedragen op de bij de kredietaanvraag aangeleverde bankafschriften van de rekeningen van [eiseres] en [eiser] niet klopt. 2.10. Bij brief van 2 november 2020 heeft Crédit Agricole [eiseres] en [eiser] bericht dat zij fraude hebben gepleegd bij het aanvragen van een krediet, omdat valse salarisspecificaties en vervalste bankafschriften zijn aangeleverd. Verder bericht Crédit Agricole [eiseres] en [eiser] in deze brief dat zij hun persoonsgegevens voor de duur van vijf jaar heeft opgenomen in het Incidentenregister (IR) en het Extern Verwijzingsregister (EVR) en voor de duur van acht jaar in het Interne Verwijzingsregister (IVR). 2.11. Crédit Agricole heeft op 2 november 2020 aangifte gedaan tegen [eiseres] en [eiser] van valsheid in geschrifte en oplichting. 2.12. Op 20 november 2020 heeft [eiseres] mede namens [eiser] aangifte gedaan van identiteitsfraude. 2.13. [eiseres] en [eiser] hebben Crédit Agricole meerdere keren gevraagd om verwijdering van hun gegevens uit het IR, EVR en het IVR. Crédit Agricole heeft aan deze verzoeken geen gehoor gegeven. 3Het geschil 3.1. [eiseres] en [eiser] vorderen - samengevat en na wijziging van eis - Interbank te veroordelen: primair I. om hen binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis te verwijderen uit het IVR, IR en het EVR, op straffe van een dwangsom, subsidiair II. om hen binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis te verwijderen uit het IR en het EVR, op straffe van een dwangsom, meer subsidiair III. de duur van de registratie van hun gegevens in het IR en het EVR te beperken tot maximaal een jaar, dan wel een in goede justitie te bepalen termijn, op straffe van een dwangsom, in alle gevallen IV. tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente, V. tot betaling van de proces- en nakosten, beide vermeerderd met wettelijke rente. 3.2. [eiseres] en [eiser] stellen daartoe, samengevat, het volgende. Zij betwisten dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte en/of oplichting. [eiseres] en [eiser] hebben geen kredietaanvragen gedaan, ook niet bij ALFAM. Zij zijn slachtoffer geworden van identiteitsfraude. [eiseres] heeft op 8 oktober 2020 naar aanleiding van een e-mail van [medewerker] met haar gebeld. Het eerdere gesprek van die dag waarvan Interbank melding maakt, heeft [eiseres] niet gevoerd. Zij heeft in oktober 2020 aangifte willen doen van identiteitsfraude, maar de politie wilde haar aangifte niet opnemen, omdat de lening niet is uitgekeerd en [eiseres] en [eiser] geen benadeelden waren. [eiseres] heeft toen wel een melding gedaan bij de Fraudehelpdesk. Pas nadat de persoonsgegevens van [eiseres] en [eiser] waren geregistreerd, wilde de politie hun aangifte in behandeling nemen. Interbank dan wel Crédit Agricole heeft aanvankelijk onvoldoende duidelijk gemaakt wat er aan de hand was. [eiseres] en [eiser] dachten daarom dat hun gegevens waren gehackt. Interbank/Crédit Agricole heeft pas in januari 2021 een en ander toegelicht. Pas toen is het [eiseres] en [eiser] duidelijk geworden dat de dader zich mogelijk binnen hun eigen kring bevindt. Hun woning staat voor iedereen open. Zij helpen veel mensen die ook bij hen thuis komen. Deze mensen hebben toegang tot de privécomputer, laptop en telefoon van [eiseres] en [eiser] . Alle websites, ook die van ING, stonden ingesteld op automatisch inloggen. Het is dus goed mogelijk dat iemand misbruik heeft gemaakt van de situatie bij [eiseres] en [eiser] thuis en de kredietaanvraag op hun naam heeft ingediend. Omdat Interbank pas in januari 2021 een nadere toelichting heeft gegeven, is nu niet meer te herleiden wie zich destijds in de woning bevonden. Interbank heeft het [eiseres] en [eiser] onmogelijk gemaakt hun onschuld te bewijzen. Bovendien hebben zij helemaal geen behoefte aan een lening. Zij hebben de afgelopen jaren een groot deel van hun schulden ingelost, om hun huidige huurwoning te kunnen kopen. Tot slot voldoen de registraties niet aan de dubbele proportionaliteitseis. Door de registraties is het voor [eiseres] en [eiser] niet mogelijk hun huidige huurwoning te kopen. Verder komt de continuïteit van hun vereniging [vereniging] op het spel te staan, omdat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden om fondsen, subsidies en contributies te ontvangen. Ook zal het voor [eiseres] en [eiser] onmogelijk zijn om een gezinshuis te starten. 3.3. Interbank heeft verweer gevoerd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Interbank heeft de persoonsgegevens van [eiseres] en [eiser] in het IR en EVR geregistreerd op grond van de criteria van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (hierna: het Protocol). Met het Protocol geven de aangesloten financiële instellingen uitvoering aan hun wettelijke verplichtingen om maatregelen te treffen ter bescherming van de integriteit van de financiële sector. 4.2. Opname in het IR en het EVR is een verwerking van persoonsgegevens en moet voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het is vaste rechtspraak dat het Protocol voldoende waarborgen biedt voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Het Protocol dient daarom tot uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of opname van de persoonsgegevens van [eiseres] en [eiser] in het IR en het EVR gerechtvaardigd is. 4.3. Voor vastlegging van gegevens in het IR is op grond van artikel 3.1.1 Protocol vereist dat sprake is van een ‘(mogelijk) incident’, in artikel 2 Protocol omschreven als: ‘een gebeurtenis die als gevolg heeft, zou kunnen hebben of heeft gehad dat de belangen, integriteit of veiligheid van de cliënten of medewerkers van een Financiële Instelling, de Financiële Instelling zelf of de financiële sector als geheel in het geding zijn of kunnen zijn, zoals het falsificeren van nota’s, identiteitsfraude, skimming, verduistering in dienstbetrekking, phishing en opzettelijke misleiding'. Op grond van artikel 3.1.1 Protocol is vereist dat de registratie geschiedt ten behoeve van het in artikel 4.1.1 Protocol genoemde doel, kort gezegd: het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de financiële sector. 4.4. Op grond van artikel 5.2.1 van het Protocol is opname in het EVR kort gezegd, slechts geoorloofd indien:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.