vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 8393564 CV EXPL 20-4898 vonnis van: 1 juni 2021 fno.: 34906 vonnis van de kantonrechter I n z a k e Houthoff Coöperatief U.A. gevestigd te Amsterdam eiseres in conventie, verweerster in reconventie nader te noemen: Houthoff gemachtigde: mr. N. Amiel en mr. S.H.J. de Bruijn t e g e n Q-Park Operations Netherlands B.V. gevestigd te Maastricht gedaagde in conventie, eiseres in reconventie nader te noemen: Q-Park gemachtigde: mr. S.C. de Lange en mr. K. Hilwerda VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op 9 maart 2021 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft op 14 april 2021 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Bij deze mondelinge behandeling waren namens Houthoff mr. N. Amiel en mr. K. Bol aanwezig. Q-Park was vertegenwoordigd door mevrouw [betrokkene] en de gemachtigden. Beide partijen hebben hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na de mondelinge behandeling hebben beide partijen een akte genomen en daarbij het Deskundigenbericht van 28 januari 2021 in de huurprijskwestie in het geding gebracht. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING (Nadere) Beoordeling In het tussenvonnis van 9 maart 2021 heeft de kantonrechter onder meer overwogen dat er wel een rechtsgrond is voor de gedane betalingen door Houthoff in de periode 2012-2019 en dat de vorderingen van Houthoff op basis van onverschuldigde betaling en/of ongerechtvaardigde verrijking met betrekking tot deze periode voor afwijzing in aanmerking komen. Ook is overwogen dat, gelet op de omstandigheden, niet kan worden gesproken van een tekortschieten in de nakoming aan de zijde van Q-Park en is bepaald dat de meer subsidiair gevorderde schadevergoeding ter grootte van het betaalde bedrag in voormelde periode eveneens voor afwijzing in aanmerking komt. De kantonrechter wenste tijdens de nadere mondelinge behandeling onder meer van Q-Park te vernemen of en zo ja welke gevolgen moeten worden verbonden aan het feit dat het voor haar kennelijk technisch niet mogelijk is haar (volgens haarzelf bestaande) contractuele verplichting met betrekking tot het geven van inzicht over het daadwerkelijk gebruik van de parkeerplaatsen na te komen. Van Houthoff wenste de kantonrechter te vernemen of zij in het licht van voorgaande overwegingen in het betreffende vonnis aanleiding ziet haar stellingen aan te passen, meer in het bijzonder met betrekking tot het al dan niet voortgaand gebruik van de faciliteit van de stempelkast/codeerapparaat, hierna codeerapparaat. 3. Q-Park heeft ter zitting onder meer naar voren gebracht dat de facturen voor het gebruik van de codeerapparaten wel inzichtelijk en controleerbaar voor Houthoff zijn en dat deze een voldoende basis bieden om met Houthoff af te rekenen. Q-Park herhaalt als haar standpunt dat er op haar geen verplichting rust om periodiek informatie te verstrekken over de bezetting van de 113 “vaste” parkeerplaatsen. Dat is pas aan de orde als deze vol zijn, welke situatie nog nooit is bereikt. Zou deze verplichting niettemin wel bestaan, dan merkt Q-Park op dat zij het gebruik van specifieke parkeerplaatsen technisch gezien niet kan monitoren. Ook handmatig is dat de facto onmogelijk, want dat zou betekenen dat er parkeerwachters moeten komen die 24/7 in de parkeergarage aanwezig moeten zijn en daaraan staat onder meer de Arbowetgeving in de weg. Mede gezien deze blijvende onmogelijkheid tot nakoming kan volgens Q-Park geen nakoming worden gevorderd. Meer subsidiair stelt Q-Park zich op het standpunt dat van haar geen nakoming van de verplichting tot het verstrekken van informatie kan worden gevergd omdat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. 4. Houthoff heeft ter zitting onder meer naar voren gebracht dat zij de codeerapparaten is blijven gebruiken en dat zij dat ook in de toekomst wenst te doen om haar bezoekers van dienst te zijn. Houthoff acht dat passend bij de professionele uitstraling die zij nastreeft. Het slechts verwijzen naar het gebruik van de intercom acht zij geen goede oplossing, temeer omdat de ervaringen van eigen medewerkers in het verleden hiermee niet positief zijn. Die ervaring wenst Houthoff haar bezoekers te besparen. 5. Uit het overgelegde Deskundigenrapport is op te maken dat de huurprijs voor de 113 “vaste “ parkeerplaatsen per 1 juni 2020 is verhoogd van € 259.881,32 per jaar naar € 881.400,00 per jaar, excl. BTW. 6. De kantonrechter overweegt, in vervolg op het tussenvonnis van 9 maart 2021 waaraan de kantonrechter zich houdt, het volgende. Bij zowel de vorderingen in conventie als de vordering van Q-park in reconventie is de vraag aan de orde of en in hoeverre Houthoff gehouden is om na maart 2019 de in rekening gebrachte facturen voor het gebruik van de codeerapparaten te betalen. De kantonrechter overwoog in voormeld tussenvonnis dat er tot en met maart 2019 wel een rechtsgrond voor betaling bestond. Daarbij speelde met name mee, zie rov 23 van voormeld tussenvonnis, dat Houthoff tot dan toe de facturen steeds zonder protest heeft behouden en ook heeft betaald. Dat is vanaf april 2019 anders, toen Houthoff “op haar strepen is gaan staan”. 7. Volgens Q-Park is het technisch onmogelijk het gebruik van de 113 gehuurde parkeerplaatsen te monitoren met als doel vast te stellen dat deze parkeerplaatsen alleen door medewerkers en bezoekers van Houthoff worden gebruikt. Q-Park heeft dit in 2019 reeds meegedeeld en dit ter zitting bevestigd. Of en in welke mate de gehuurde parkeerplaatsen worden gebruikt is dus niet duidelijk. Medewerkers met een keycard kunnen ook elders in de parkeergarage parkeren. Andersom kan een bezoeker met een kaartje van het codeerapparaat parkeren op de door Houthoff gehuurde plaatsen. 8. Daarmee schendt Q-Park een wezenlijk onderdeel van de afspraken die in het kader van Allonge 4 zijn gemaakt. Uit het samenstel van de toen gemaakte afspraken, te weten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.