RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 20/5562 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen HED Kaas Museum B.V., te Amsterdam, eiseres ( [gemachtigde eiseres] ), en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister), verweerder ( [gemachtigde verweerder] ). De besluiten waartegen eiseres bezwaar en beroep heeft ingesteld zijn genomen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) namens de minister. Procesverloop Met een besluit van 14 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-2) afgewezen. Met een besluit van 17 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft op 27 mei 2021 plaatsgevonden via een videoverbinding. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Wat aan deze procedure voorafging 1.1. Op 7 juli 2020 heeft eiseres bij verweerder een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW-2. 1.2. Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat volgens verweerder eiseres in de maand maart 2020 geen loonkosten heeft gehad. Hierbij is verweerder uitgegaan van de gegevens die op 15 mei 2020 bekend waren. 1.3. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Volgens verweerder kan er, indien er op de peildatum 15 mei 2020 geen loonaangifte heeft plaatsgevonden, geen voorschot op de subsidie worden vastgesteld. De uitkomst van de berekening van het subsidiebedrag is dan immers nihil. De wetgever heeft verder bewust geen hardheidsclausule in de regeling opgenomen omwille van de eenvoud van de regeling. De regeling biedt daarmee voor bepaalde gevallen geen oplossing. Standpunt van eiseres 2. Eiseres voert aan dat zij voor de maand maart 2020 wel loonkosten had, maar dat de aangifte loonheffingen over de maand maart 2020 pas is ingediend op 12 juni 2020. De late aangifte is het directe is het directe gevolg van de coronacrisis. Door het nagenoeg volledig wegvallen van alle inkomsten kon eiseres niet langer voldoen aan haar betalingsverplichtingen richting haar crediteuren, waaronder Tentoo, het bureau dat de loonadministratie verzorgde. Dit loonbureau heeft op haar beurt de werkzaamheden voor eiseres stilgelegd, waardoor de aangifte loonheffingen over de maand maart 2020 niet werd verzorgd. Eiseres heeft vervolgens een ander loonbureau in de arm genomen, maar was niet in staat om de aangifte loonheffingen op tijd in te dienen. Beoordelingskader 3. Uit artikel 5, aanhef en onder c, van de NOW-2 volgt dat er geen tegemoetkoming wordt verstrekt als er geen loongegevens beschikbaar zijn in de polisadministratie over de aangiftetijdvakken, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid van artikel 8 van de regeling. In het tweede lid van artikel 8 van de NOW-2 is bepaald dat uitgegaan wordt van het loon over het derde aangiftetijdvak van 2020, zijnde maart 2020. Blijkens het derde lid van artikel 8 wordt hiervan alleen afgeweken als er geen loongegevens bekend zijn over het aangiftetijdvak maart 2020. In dat geval wordt gekeken naar het aangiftetijdvak november 2019. Ten slotte volgt uit het zevende lid van artikel 8 dat de in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever beoordeeld worden op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 mei 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op 15 mei 2020 hebben plaatsgevonden. Het oordeel van de rechtbank 4. Tussen partijen is niet in geschil dat op de peildatum, 15 mei 2020, geen loonaangifte was gedaan over de maand maart 2020. Partijen houdt verdeeld de vraag of in dit geval alsnog een tegemoetkoming kan worden toegekend, gebaseerd op de loongegevens over maart 2020 uit de aangifte loonheffingen zoals deze gedaan is op 12 juni 2020. 5.1. Uit bepalingen van de NOW-2 blijkt dat (correcties op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.