RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751776-18 RK nummer: 18/6827 Datum uitspraak: 8 juli 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 oktober 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 juli 2018 door de Regional Court of Miskolc , Law Enforcement Section (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1980, verblijvende op het adres: [adres opgeëiste persoon] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 9 november 2018 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 november
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om van de Hongaarse autoriteiten aanvullende informatie te verkrijgen ten aanzien van onderdeel d) van het EAB en omtrent de Hongaarse detentieomstandigheden. Zitting 20 december 2018 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 20 december
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van het recht ter zitting aanwezig te zijn. Zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, is ter zitting verschenen en heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens de opgeëiste persoon het woord te voeren. De rechtbank heeft de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen en met ingang van 28 december 2018 geschorst. De rechtbank heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd geschorst om de raadsman in de gelegenheid te stellen de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten met de opgeëiste persoon te kunnen bespreken en om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om van de Hongaarse autoriteiten aanvullende informatie te verkrijgen in het licht van de toetsing aan artikel 12 OLW. Zitting 8 juli 2021 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 8 juli
- Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, is ter zitting verschenen en heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens de opgeëiste persoon het woord te voeren. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en heeft vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken op 3 januari
- De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 van de OLW van 1 oktober
- STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. E.G.M.M. van Gessel en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juli
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.