← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:3924

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13.095340.19 Datum uitspraak: 9 juli 2021 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1960, wonende op het adres [adres]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juli

  1. Verdachte en zijn raadsman, mr. F.M.M.M. Vogels, advocaat te Amsterdam, waren daarbij aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Ruijs, en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. 2De tenlastelegging Verdachte wordt beschuldigd van: Medeplegen van poging tot uitvoer van 7.755 MDMA pillen op 18 april 2019; Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 7.755 MDMA pillen op 18 april
  2. De volledige tekst van de tenlastelegging staat in de bijlage bij dit vonnis. 3De geldigheid van de dagvaarding De rechtbank heeft geconstateerd dat in de tenlastelegging onder 1 feitelijke uitvoeringshandelingen zijn opgenomen die volgens de definitie van artikel 1 lid 5 Opiumwet onder het begrip uitvoer vallen. Daarmee is in de tenlastelegging een voltooid delict omschreven. Onder feit 1 is dit echter eveneens als een poging tenlastegelegd. De tenlastelegging is daarmee innerlijk tegenstrijdig. Daarom heeft de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van dit feit nietig verklaard.
  3. Vrijspraak Zowel de officier van justitie als de raadsman vinden dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. Verdachte heeft op 18 april 2019 een doos aangeboden bij DHL ter verzending naar Chili. In deze doos zaten MDMA pillen. Volgens de medewerker van DHL gedroeg verdachte zich zenuwachtig en agressief toen de medewerker de inhoud van de doos wilde controleren. De officier van justitie heeft nader onderzoek gedaan naar de camerabeelden en heeft geconstateerd dat dit gedrag op de beelden niet te zien is. Verdachte lijkt op de beelden gewoon heel rustig bij de desk te blijven staan, zijn papieren weer in zijn rugzak te doen en gewoon te blijven staan, totdat hij het geopende pakket weer terugkrijgt. De politie heeft geen nader onderzoek verricht naar deze gang van zaken. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte wist dat de inhoud van de doos die hij aanbood MDMA pillen bevatte, zeker niet nu de bevindingen van de politie na nader onderzoek door de officier van justitie in een ander daglicht zijn komen te staan en verdachte ontkent dat hij op de hoogte was van de inhoud van de doos. De rechtbank acht het tenlastegelegde daarom niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Ten aanzien van feit 1: Verklaart de dagvaarding nietig. Ten aanzien van feit 2: Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 9 juli
  4. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus, voorzitter, mrs. B. Vogel en M. Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 juli 2021 en schriftelijk vastgesteld en ondertekend op 23 juli
  5. [...] [...] [...] [...] [...]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.