vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/675217 / HA ZA 19-1198 Vonnis van 10 februari 2021 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. B. van Mieghem te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] , gevestigd te [plaats] , gedaagde, advocaat mr. H.M. Giezen te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in incident van 4 maart 2020 waarbij deze zaak is afgesplitst van die tegen [partij] en de daarin genoemde stukken, waaronder de dagvaarding van 4 november 2019 met producties, de conclusie van antwoord met producties, het tussenvonnis van 16 september 2020 waarbij een comparitie is bepaald, de akte overlegging producties van [gedaagde] , de akte overlegging producties van [eiser] , het proces-verbaal van de comparitie van 11 december 2020 en de spreekaantekeningen van mr. Van Mieghem en mr. Corten, de brief van mr. Corten van 4 januari 2021 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is een ondernemer die in eigen beheer pensioen probeert op te bouwen en in dat kader investeringen doet. [eiser] heeft meerdere (op 21 april 2020: elf) kadastrale percelen in eigendom. 2.2. [gedaagde] is actief in de handel van onroerend goed, waaronder landbouwgrond waarop in de toekomst mogelijk gebouwd mag worden. Vanaf 2006 heeft [gedaagde] diverse percelen landbouwgrond in Nederland gekocht en verkocht aan verschillende beleggers. De heer [directeur] (hierna: [directeur] ) is directeur-grootaandeelhouder van [gedaagde] . 2.3. [directeur] is eerder onder meer actief geweest in de vennootschap Grondgedachte Beheer B.V. (hierna: Grondgedachte). 2.4. In november 2008 heeft [eiser] twee percelen van [gedaagde] gekocht. Een van die percelen bevindt zicht aan de [adres 1] te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg en is een gedeelte van het perceel kadastraal bekend als [kadastergegevens] (hierna: het perceel in Dedemsvaart ). De koopprijs van dit perceel was € 28.420,-. Het tweede perceel bevindt zich aan de [adres 2] te Blaricum , kadastraal bekend als [kadastergegevens] (hierna: het perceel in Blaricum ). De koopprijs van dit perceel was € 35.000,-. 2.5. Omgerekend (naar vierkante meter) heeft [eiser] voor het perceel in Dedemsvaart € 28,40 per m2 en voor het perceel in Blaricum € 35,- per m2 betaald. [gedaagde] heeft deze percelen eerder aangekocht voor een lager bedrag: in 2008 heeft zij voor het perceel in Dedemsvaart € 6,- per m2 betaald en in 2007 voor het perceel in Blaricum € 3,86 per m2. 2.6. In de brochure van het perceel in Dedemsvaart stond onder meer het volgende: “Steeds meer Nederlandse agrariërs kunnen ondanks vele subsidies hun werkzaamheden niet meer voortzetten en zijn gedwongen te stoppen met hun bedrijf (in Nederland). De grond die vrijkomt, komt vaak in aanmerking voor een bestemmingswijziging. De nieuwe functies die een gebied kan krijgen zijn bijvoorbeeld natuur en recreatie. Ook veranderen er veel gebieden in functies met meer ambitie zoals bedrijventerrein en woningbouw. Een bestemmingswijziging naar bedrijventerrein of woningbouw leidt tot een grote waardestijging van deze grond. In Hardenberg is ook grond die in de toekomst een kans heeft op een bestemmingswijziging. (…) Met het oog op toekomstige ontwikkelingen lijkt dit een uitstekende locatie om woningen op te bouwen. (…) Het heeft de bestemming ‘agrarische doeleinden’. (…) Ruimtelijk gezien is deze locatie bij bestemmingsverandering dus uitermate geschikt voor woningbouw. Een blik op de huidige kaart geeft logischerwijs al aan dat woningbouw een voor de hand liggende optie is wanneer er een bestemmingsverandering zal plaatsvinden. (…) Hoewel een grondinvestering sinds enkele jaren kan rekenen op steeds meer belangstelling, is een investering in strategische grondposities alleen voor die investeerders aan te raden die met hun investering niet afhankelijk zijn van een cash flow. Deze beleggingsvorm zou wat ons betreft niet moeten worden overwogen door mensen die de financiële ruimte missen om een gedeelte van hun beschikbaar vermogen voor onbepaalde tijd vast te zetten.” 2.7. In de brochure van het perceel in Blaricum stond onder meer het volgende: “Steeds meer Nederlandse agrariërs kunnen ondanks vele subsidies hun werkzaamheden niet meer voortzetten en zijn gedwongen te stoppen met hun bedrijf (in Nederland). De grond die vrijkomt, komt vaak in aanmerking voor een bestemmingswijziging. De nieuwe functies die een gebied kan krijgen zijn bijvoorbeeld natuur en recreatie. Ook veranderen er veel gebieden in functies met meer ambitie zoals bedrijventerrein en woningbouw. Een bestemmingswijziging naar bedrijventerrein of woningbouw leidt tot een grote waardestijging van deze grond. (…) Onze huidige propositie is gelegen aan de oostzijde van de A27 tegenover de Blaricummermeent. Het gaat hier om een van de laatste uitbreidingsmogelijkheden van Huizen, dan wel Blaricum . (…) Aangezien er geen andere uitwijkmogelijkheid bestaat t.a.v. verdere uitbreiding, ligt de huidige propositie in een zeer bijzonder spanningsveld welke in de nabije toekomst zijn uitwerking niet zal missen op de prijsvorming en waardeontwikkeling van dit uitzonderlijke gebied. (…) De hoogwaardige ligging maakt van de propositie een aantrekkelijke uitbreidingslocatie met mooie perspectieven. (…) De propositie heeft de bestemming Agrarisch gebied. Het bestemmingsplan is conserverend en staat op het moment dus weinig andere bestemmingen toe. (…) Net als de gerealiseerde woningbouw in Huizen en binnenkort ook Blaricum (Blaricummermeent), zal de propositie in de toekomst ook kans maken op ontwikkeling.” 2.8. [eiser] ontving voor het perceel in Dedemsvaart en het perceel in Blaricum een beoordelingsrapport van Agri Vastgoed. Agri Vastgoed is een makelaar/ taxateur gespecialiseerd in agrarische gronden. In beide rapporten staat dat de percelen thans een agrarische bestemming hebben, dat – gezien de geografische ligging en plaatselijke omstandigheden – de gronden kunnen worden omschreven als courant en dat de percelen in de toekomst een bestemmingswijziging zouden kunnen ondergaan. 2.9. In 2010 is [gedaagde] gestopt met de handel in landbouwgronden, onder meer omdat de AFM niet toestond dat zonder AFM-vergunning landbouwgronden als beleggingsobject werden verkocht indien bij verkoop ook het agrarische beheer aan de kopers werd aangeboden. 2.10. Op 19 maart 2010 publiceerde De Pers een artikel met de titel ‘Domme beleggers, daar zijn we naar op zoek’. Dit artikel is geschreven door een journalist die ‘undercover’ werkte bij Grondgedachte. Op 17 maart 2011 heeft de Autoriteit Financiële Markten een bestuurlijke boete opgelegd aan Grondgedachte voor het verrichten van oneerlijke handelspraktijken. Dit is op 14 september 2015 bekendgemaakt in een persbericht. 2.11. Op 13 april 2019 publiceerde het Financieele Dagblad een artikel over de handel in ‘warme’ landbouwgrond met – voor zover voor deze zaak van belang – de volgende inhoud: “De grondhandelaren werken bijna altijd op dezelfde manier. Eerst kopen ze percelen landbouwgrond van boeren of andere grondeigenaren. Via het kadaster verdelen ze die stukken in kleine kavels. Dan gaan de ermee lopen leuren. Verkoop gebeurt vaak via de telefoon. (…) De handelaren komen met argumenten waarom juist dít stukje grond tot ontwikkeling zal komen: het ligt naast een woonwijk, of zoals in Blaricum vlakbij een weg die volgens hen wel móét worden doorgetrokken. (…) Na maanden onderzoek vindt het FD geen enkele plek waar een versnipperd perceel grond is veranderd in een woonwijk of bedrijventerrein.” 2.12. Bij brief van 21 augustus 2019 heeft (de gemachtigde van) [eiser] het volgende – voor zover voor deze zaak van belang – aan [gedaagde] geschreven: “ [eiser] heeft gedwaald. Deze dwaling is uitsluitend te wijten aan de (onjuiste) inlichtingen van uw zijde. Ik vernietig hiermee de overeenkomsten waarmee [eiser] van u de bovengenoemde kavels kocht. Gevolg van het feit dat de aankoop vernietigd is, is dat u de heer [eiser] het aankoopbedrag dient terug te betalen en de heer [eiser] u de grond dient terug te leveren.” 2.13. Bij brief van 5 september 2019 heeft [gedaagde] gereageerd op de brief van (de gemachtigde van) [eiser] . Zij wijst in deze brief de aansprakelijkheid van [gedaagde] van de hand. 3De vordering 3.1. [eiser] vordert samengevat dat de rechtbank bij vonnis – voor zover mogelijk – uitvoerbaar bij voorraad: primair I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomsten van de percelen grond in Dedemsvaart en Blaricum zijn vernietigd bij brief van de advocaat van [eiser] van 21 augustus 2019; II. althans de overeenkomsten vernietigt; III. [gedaagde] gebiedt medewerking te verlenen aan ongedaanmaking van de vernietigde overeenkomsten, onder verbeurte van een dwangsom; IV. [gedaagde] veroordeelt de koopsommen van de kavels aan [eiser] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van vernietiging; V. [gedaagde] veroordeelt in de notariskosten die in dit verband worden gemaakt; subsidiair voor recht verklaart dat [gedaagde] bij de verkoop van de percelen onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] ; zowel primair als subsidiair [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente, en nakosten. 3.2. [eiser] legt aan zijn primaire vordering ten grondslag dat hij bij de koop van de percelen heeft gedwaald door onjuiste en onvolledige mededelingen van (althans namens) [gedaagde] . Ten onrechte verkeerde hij in de veronderstelling dat sprake was van een veilige, renderende belegging en van strategisch gelegen kavels met een goede potentie om een bestemmingswijziging te ondergaan, terwijl het in feite gaat om percelen zonder bijzondere potentie of eigenschappen. Aan zijn subsidiaire vordering legt [eiser] ten grondslag dat sprake is van oneerlijke handelspraktijken. 3.3. [gedaagde] voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Verzoek aanpassing proces-verbaal 4.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de opmerkingen van mr. Corten op het proces-verbaal van 11 december 2020 en het verzoek het proces-verbaal aan te passen. De rechtbank ziet geen aanleiding het proces-verbaal aan te passen, omdat het – anders dan mr. Corten meent – geen onjuiste weergave bevat van hetgeen is verklaard en het een zakelijke, geen letterlijke, weergave is van het besprokene, naast hetgeen in de spreekaantekeningen staat. Bovendien komt aan de passages die volgens mr. Corten moeten worden aangepast hierna geen redengevende betekenis toe. Dwaling 4.2. [eiser] beroept zich in het kader van de vernietiging van de koopovereenkomsten op dwaling ex artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [eiser] stelt als gevolg van de onjuiste mededelingen van [gedaagde] te hebben gedwaald omtrent (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.