RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/2449 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres (gemachtigde: mr. P.L.G. Jurg), en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft met de brief van 28 april 2021, door de rechtbank ontvangen op 29 april 2021, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag. Verweerder heeft, ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank, geen stukken en ook geen verweerschrift ingediend. Overwegingen
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Verweerder heeft in dit dossier geen stukken en ook geen verweerschrift ingediend. De rechtbank gaat daarom uit van de door eiseres verstrekte informatie. Eiseres heeft met de brief van 17 februari 2021 verweerder verzocht om de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing voor de jaren 2017 tot en met 2019 te herzien. Eiseres is van mening dat zij geen afvalstoffenheffing of rioolheffing over deze jaren is verschuldigd, omdat de aanslag voor het jaar 2020 door verweerder is ingetrokken. Verweerder heeft hierop niet gereageerd. Met de brief van 7 april 2021 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld.
- De rechtbank stelt vast dat eiseres geen bewijs van verzending, noch een ontvangstbevestiging heeft overgelegd van het verzoek van 17 februari
- De door eiseres overgelegde schermprint van ontvangst van een poststuk op 8 april 2021 ziet uitsluitend op de ingebrekestelling. Hierdoor kan de rechtbank niet vaststellen of verweerder het verzoek heeft ontvangen. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
- voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb