← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:4569

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/2876 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser ( [gemachtigde eiser] ), en de burgemeester van de gemeente Amstelveen, verweerder. (gemachtigde: mr. N. van Lent) Procesverloop Eiser heeft op 26 mei 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Verweerder heeft een verweerschrift ingestuurd. Eiser heeft gereageerd op het verweerschrift. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Eiser heeft met de brief van 7 januari 2021 vergoeding van aantal schadeposten gevorderd die verband houden met verschillende handhavingsacties. Per email van 16 maart 2021 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Verweerder heeft de vordering van eiser aangemerkt als civielrechtelijke aansprakelijkheidstelling en het verzoek met de email van 22 juni 2021 afgewezen.
  4. Een van de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen een niet tijdig genomen besluit is dat er sprake is van (het uitblijven van) een besluit. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
  5. De rechtbank stelt vast dat verweerder het verzoek om schadevergoeding heeft aangemerkt als een civielrechtelijke aansprakelijkheidsstelling op basis van feitelijk handelen van de handhavers van verweerder. De rechtbank stelt daarnaast vast dat het vergoeden van schade op basis van feitelijk handelen niet tot de publiekrechtelijke taak van verweerder behoort. Daarom is de afwijzing van het verzoek op 22 juni 2021 geen besluit in de zin van de Awb, waarop verweerder gehouden is om binnen een wettelijk vastgestelde beslistermijn te beslissen.
  6. Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep, zoals genoemd in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
  7. Voor een proceskostenveroordeling is daarom geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb Artikel 1:3, eerste lid van de Awb Artikel 1:3, derde lid van de Awb

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.