RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/3546 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, en de Centrale Raad van Beroep, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft op 29 juni 2021, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. Verweerder heeft geen stukken ingediend, omdat aan deze zaak geen stukken ten grondslag liggen. Overwegingen
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- Eiseres heeft met de brief van 4 juni aan verweerder een proces-verbaal van een tweetal zittingen verzocht. Verweerder heeft hierop gereageerd met de brief van 16 juni
- Verweerder heeft in deze brief aangegeven dat de aantekeningen van de zitting voor intern gebruik zijn en uitsluitend als proces-verbaal worden opgetekend als daaraan een aantoonbaar belang ten grondslag ligt. Volgens verweerder is geen aantoonbaar belang gebleken.
- Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen bestuursorgaan is in de zin van 1:1, tweede lid en onder c, van de Awb, maar een rechtscollege. De beslissing van verweerder om geen proces-verbaal te verstrekken kan daarom niet als besluit worden aangemerkt.
- Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep, zoals genoemd in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
- Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb Artikel 1:3, eerste lid van de Awb Zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2123.