RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 20/4721 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te Olen (België), eiseres (hierna: [eiseres] ), en CAK, verweerder (hierna: CAK) (gemachtigde: mr. J.M. Nijman). Procesverloop Bij besluit van 4 juni 2020 (het primaire besluit) heeft het CAK [eiseres] een boete opgelegd van € 410,
- Bij besluit van 22 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard. [eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2021, via een videoverbinding. [eiseres] is verschenen. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank op 16 augustus 2021 uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; herroept het primaire besluit: bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit; draagt het CAK op het betaalde griffierecht van € 48,- aan [eiseres] te vergoeden. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- [eiseres] had geen zorgverzekering en daarom heeft zij bij brief van 28 januari 2020 een waarschuwing gekregen van het CAK. [eiseres] heeft toen op 3 juni 2020 met terugwerkende kracht een zorgverzekering afgesloten die ingaat op 28 mei
- Dit is (nog net) binnen de wettelijke termijn van drie maanden, die ingaat na de dag van de toezending van de waarschuwing (28 januari 2020). Deze termijn staat in artikel 9a, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet. Dat betekent dat de zorgverzekering tijdig is afgesloten. Dat in de waarschuwingsbrief van verweerder van 28 januari 2020 als uiterste dag om de verzekering af te sluiten 27 mei 2020 staat, maakt dit niet anders. De wet is namelijk leidend en de termijn die in de wet staat kan niet met een brief van verweerder worden ingekort. Dat de zorgverzekering door eiseres pas op 3 juni 2020 is afgesloten maakt niet uit volgens het CAK. Het CAK gaat dus uit van de datum dat de verzekering met terugwerkende kracht is afgesloten; 28 mei
- Die datum is blijkens het voorgaande, en anders dan het CAK heeft aangenomen, tijdig. De boete is daarom onterecht opgelegd en moet worden herroepen. Conclusie
- Het beroep is gegrond.
- Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het CAK aan [eiseres] het door haar betaalde griffierecht van € 48,- vergoeden.
- Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Bosma, griffier, op 16 augustus
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.