RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/668 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , te Amsterdam, eiseres (gemachtigde: F. Elidrissi), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder (gemachtigden: W. van Someren en M. Bijkerk). Procesverloop Eiseres heeft bij afzonderlijke brieven van 23 november 2020 (ingekomen op 27 november 2020) bezwaar gemaakt tegen de verrekening van de aan haar toegekende zorgtoeslag 2019 met een openstaande terugvordering betreffende de zorgtoeslag 2015 en
- Met een besluit van 22 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen voornoemde verrekening niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2021 via een Skypeverbinding. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Overwegingen
- Verweerder heeft de definitieve berekening van de zorgtoeslag over 2019 vastgesteld op € 2.
- Verweerder heeft met een beslissing van 19 oktober 2020 het bezwaar van eiseres hiertegen kennelijk ongegrond verklaard. Omdat eiseres bij de eerdere definitieve berekening van de zorgtoeslag te weinig heeft ontvangen, krijgt eiseres een bedrag van € 1.
- Verweerder heeft dit bedrag verrekend met de openstaande vorderingen van teveel ontvangen zorgtoeslag 2015 (€ 16) en 2014 (€ 371). Het resterende bedrag van € 904 heeft verweerder aan eiseres uitbetaald. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen beide verrekeningen. Standpunt verweerder
- Verweerder heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat tegen een dergelijke verrekening geen bezwaar mogelijk is. Standpunt eiseres
- Eiseres stelt zich op het standpunt dat de verrekening onterecht plaatsvond omdat zij sinds 14 april 2019 is toegelaten tot de WSNP. Juridisch kader
- Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) Artikel
- Verrekening
- De Belastingdienst/Toeslagen is bevoegd tot verrekening van een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering met een aan hem uit te betalen tegemoetkoming of voorschot daarop, een en ander ongeacht de inkomensafhankelijke regeling die het betreft en ongeacht het berekeningsjaar. Artikel 12
- Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven titel 4.2 en artikel 4:125 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing en zijn artikel 3:40, titel 4.1 en de hoofdstukken 6 en 7 van die wet niet van toepassing op de verrekeningsbeschikking, bedoeld in artikel
- Beoordeling rechtbank
- De mogelijkheid om zorgtoeslag 2019 te verrekenen met in eerdere jaren toegekende zorgtoeslag is aan verweerder toegekend in artikel 30, tweede lid, van de Awir. In artikel 12, eerste lid, van de Awir is voorts - voor zover hier van belang - vermeld dat de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb niet van toepassing zijn op de verrekeningsbeschikking als bedoeld in artikel
- Nu de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb zien op de regeling inzake de bezwaar- en beroepsprocedure inzake beschikkingen, betekent dit dat tegen een verrekeningsbeschikking geen bestuurlijke rechtsbeschermingsprocedure openstaat. Eiseres kan wel naar de civiele rechter. Conclusie
- Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Koning, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.