← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:5228

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751723-21 RK nummer: 21/3822 Datum uitspraak: 16 september 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 29 juni 2021 door het Hof van Beroep Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1990, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 2 september

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. I. Azarkan, advocaat te Roosendaal. De raadsman heeft geen verweer gevoerd en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Belgische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen van 29 april 2020 (referentie: 2019/PGA/3971 (griffienummer: 598/20). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 18 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. In het EAB is in rubriek 3.4 de volgende verzetgarantie gegeven: - de beslissing zal hem na overlevering onverwijld persoonlijk worden betekend, en - de betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, en - de betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk 15 dagen. Naar aanleiding van de verklaring van de opgeëiste persoon bij zijn voorgeleiding dat hij tevergeefs verzet heeft geprobeerd aan te tekenen tegen het verstekarrest heeft de officier van justitie vragen gesteld aan de Belgische autoriteiten over de onvoorwaardelijkheid van de verstrekte verzetgarantie. Bij e-mail van 15 juli 2021 is daarop vanuit België geantwoord dat meermalen is gepoogd het verstekarrest in persoon aan de opgeëiste persoon te betekenen, maar dat dit niet is gelukt, en dat het erop lijkt dat de opgeëiste persoon nog geen kennis heeft gekregen van de betekening van het arrest zodat hij nog steeds een ontvankelijk verzet lijkt te kunnen aantekenen tegen het arrest. Hierop heeft de officier van justitie aan de Belgische autoriteiten gevraagd te bevestigen dat het een onvoorwaardelijke verzetgarantie betreft. Bij e-mail van 11 augustus 2021 is daarop geantwoord, voor zover hier relevant: Voor zover ons bekend heeft betrokkene tot op vandaag geen kennis van het arrest, wat maakt dat hij nog steeds ontvankelijk verzet kan aantekenen, waardoor zijn zaak opnieuw behandeld zal worden. De officier van justitie acht de verzetgarantie, in het licht van de verstrekte nadere informatie, niet onvoorwaardelijk en heeft de rechtbank verzocht, op grond van een aantal door haar ter zitting genoemde omstandigheden, af te zien van de facultatieve weigeringsgrond van artikel 12 OLW. De raadsman van de opgeëiste persoon heeft (expliciet) geen verweer gevoerd met betrekking tot de weigeringsgrond van artikel 12, omdat zijn cliënt zo snel mogelijk naar België wil worden overgeleverd. Dat laatste heeft de opgeëiste persoon ter zitting bevestigd. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank de verstrekte verzetgarantie toereikend. Alhoewel in de voormelde e-mail van 15 juli 2021 enige terughoudendheid is te lezen met betrekking tot de vraag of de opgeëiste persoon ontvankelijk verzet kan aantekenen, valt uit de daaropvolgende e-mail van 11 augustus 2021 met voldoende zekerheid af te leiden dat een eventueel verzet na overlevering ontvankelijk zal zijn. Dit leidt ertoe dat de weigeringsgrond van artikel 12 naar het oordeel van de rechtbank niet van toepassing is. 4Strafbaarheid Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. 5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden Bij uitspraak van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:3243) heeft de rechtbank in de zaak van een andere opgeëiste persoon geconcludeerd dat in België een reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden die terecht komen in een instelling waar sprake is van grondslapers, waardoor de minimale persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel van 3 m2 niet meer is gewaarborgd, alsmede waar sprake is van niet-afgeschermde toiletten in meerpersoonscellen. De detentie-instellingen waar hiervan sprake is, zijn: Antwerpen, Gent, Brugge, Oudenaarde, Hasselt, Dendermonde en Mechelen. De rechtbank is van oordeel dat met de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie, ondersteund door informatie van de Federal Public Service Justice, voldoende vaststaat dat de opgeëiste persoon na overlevering in de detentie-instelling in Beveren terecht zal komen, ten aanzien waarvan de rechtbank geen reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling heeft vastgesteld. Artikel 11 OLW staat dus niet in de weg aan overlevering van de opgeëiste persoon 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 45 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] , aan het Hof van Beroep Antwerpen (België). Aldus gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. J.G. Vegter en A.K. Mireku, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.