RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751788-21 RK nummer: 21/4113 Datum uitspraak: 21 september 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 22 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2020 door the District Court in Krakow, Third Criminal Division (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987, verblijfadres: [adres opgeëiste persoon] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 september
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.W. van Zanden, advocaat te Hoofddorp, en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een consolidated judgement van 27 augustus 2018 van the Regional Court in Oświȩcim (II K 288/18), met onderliggende judgements van the Regional Court in Oswiecim van: I. 16 juni 2015 (II K 466/15) II. 26 juli 2015 (II K 575/16) III. 27 september 2016 (II K 784/16). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 4 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1 jaar, 3 maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde judgement van 27 augustus
- Dit judgement betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De rechtbank stelt, met de officier van justitie en de raadsvrouw, vast dat zowel het judgement van 27 augustus 2018 als de aan dit judgement ten grondslag liggen judgements van 16 juni 2015, 26 juli 2015 en 27 september 2016 onder de reikwijdte van artikel 12 OLW vallen. Verder stelt de rechtbank, met de officier van justitie en de raadsvrouw, ten aanzien van het judgement van 27 augustus 2018 vast dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat dit - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Evenmin heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit een verklaring als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW verstrekt. Reeds hierom kan de rechtbank de overlevering weigeren op grond van artikel 12 OLW. De officier van justitie en raadsvrouw hebben de rechtbank verzocht niet af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Uit de beschikbare informatie blijkt namelijk niet dat de opgeëiste persoon wetenschap heeft gehad van de procedure die heeft geleid tot het judgement van 27 augustus
- Alleen daarom al kan niet worden vastgesteld dat overlevering van de opgeëiste persoon voor de tenuitvoerlegging van de hem bij het judgement van 27 augustus 2018 opgelegde vrijheidsstraf geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon met zich zou brengen. 4Slotsom Nu is vastgesteld dat toepassing moet worden gegeven aan de weigeringsgrond van artikel 12 OLW, dient de overlevering te worden geweigerd. 5Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 12 OLW. 6Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] . STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en C.W.M. Giesen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.