beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Strafrecht Locatie: Amsterdam Datum: 29 juni 2021 Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)) Rekestnummer: 21/3522 Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] , thans verblijvende op het adres [adres] , begeleid door: [instelling 1] , bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. B. Roodveldt, advocaat te Koog aan de Zaan, hierna te noemen: betrokkene. 1Procesverloop 1.
- De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 2 juni 2021 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring; de zorgkaart inclusief de bijlagen; het zorgplan inclusief de bijlagen; de bevindingen van de geneesheer-directeur; de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel. 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juni 2021 in het gebouw van de rechtbank. 1.
- Ter zitting zijn aanwezig en worden gehoord: betrokkene; de raadsvrouw van betrokkene zowel inzake het verzoekschrift tot het afgeven van een zorgmachtiging als inzake de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel; de officier van justitie; de deskundigen K. Broekmans-Madikrama (verpleegkundig specialist GGZ bij [instelling 2] ), L.H.M. Yntema (Reclasseringswerker bij [instelling 3] ) en I. Maksimovic (onafhankelijk psychiater). 2Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift. 3Standpunt van betrokkene De raadsvrouw van betrokkene heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden toegewezen. 4Beoordeling 4.
- Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. 4.
- Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 4.
- Om ernstig nadeel en een crisissituatie af te wenden, de fysieke gezondheid van betrokkene in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor te stabiliseren of te herstellen, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene heeft betrokkene verplichte zorg nodig. 4.
- Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht: Vorm van zorg Duur toedienen van vocht 6 maanden toedienen van voeding 6 maanden toedienen van medicatie 6 maanden het verrichten van medische controles 6 maanden het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening 6 maanden controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen 6 maanden beperken van de bewegingsvrijheid 6 maanden opnemen in een accommodatie 6 maanden 4.
- De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. 4.
- Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 4.
- De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend. 4.
- De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren. 5Beslissing De rechtbank: Wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] , thans verblijvende op het adres [adres] , begeleid door: [instelling 1] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: Vorm van zorg Duur toedienen van vocht 6 maanden toedienen van voeding 6 maanden toedienen van medicatie 6 maanden het verrichten van medische controles 6 maanden het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening 6 maanden controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen 6 maanden beperken van de bewegingsvrijheid 6 maanden opnemen in een accommodatie 6 maanden Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen twee weken ten uitvoer worden gelegd. Deze zorgmachtiging is geldig voor de duur van 6 (zes) maanden, te weten uiterlijk tot en met 29 december
- Deze beschikking is op 29 juni 2021 gegeven door mr. I. Mannen, voorzitter, mrs. D. van den Brink en J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P.H. Borghans, griffier. Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor betrokkene en officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.