proces-verbaal RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/696491 / KG ZA 21-71 HH/JE Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 2 februari 2021 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser in het verzet bij verzetdagvaarding van 25 januari 2021, advocaat mr. M.D. de Wit te Uithoorn, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., wonende, gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde in het verzet, advocaat mr. R.F. Ronday te Mijdrecht. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd. De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding. Tegenwoordig zijn mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter, en mr. J.M. Eisenhardt, griffier. Na uitroeping van de zaak verschijnen: mr. De Wit; [naam] (directeur [gedaagde] ) met mr. Ronday. Mr. De Wit deelt mede dat [eiser] niet aanwezig is. Hij zou er zijn, maar zij kan hem niet bereiken. Wat haar betreft is er geen bezwaar de zaak te behandelen. [eiser] heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de verzetdagvaarding. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en pleitnotities, die aan het dossier zijn toegevoegd. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van [eiser] in het verzet. Hierna is de behandeling van de zaak geschorst, waarna mondeling uitspraak is gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p lid 3 Rv dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 4 februari 2021 aan partijen zal worden afgegeven. De voorzieningenrechter heeft de volgende uitspraak gedaan: De gronden van de beslissing De vraag die voorligt, is of het verzet tijdig is ingesteld en [eiser] aldus ontvankelijk is in het door hem ingestelde verzet. Op grond van artikel 143 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een gedaagde die bij verstek is veroordeeld daartegen in verzet komen. Artikel 143 lid 2 Rv bepaalt, voor zover hier van belang, dat het verzet ‘moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na betekening van het vonnis of (…) na het plegen van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is’. Indien het verstekvonnis in persoon is betekend, dient gedaagde binnen vier weken na betekening in verzet te komen. Indien het verstekvonnis niet in persoon is betekend, zoals hier het geval, dient gedaagde in verzet te komen binnen vier weken na een door gedaagde gepleegde daad van bekendheid met het verstekvonnis. Een daad van bekendheid is een gedraging naar buiten toe, die ziet op het verstekvonnis dan wel op de tenuitvoerlegging van dat vonnis. Voldoende is dat gedaagde blijk geeft van bekendheid met de hoofdinhoud van het vonnis. Vereist is dan ook dat gedaagde zelf een handeling heeft verricht, waaruit is op te maken dat het vonnis of de tenuitvoerlegging aan hem bekend is. In deze zaak zijn met name twee momenten van belang, 12 november en 17 december 2020, in relatie tot de betekening van de verzetdagvaarding op 25 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.