vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9063729 CV EXPL 21-3585 vonnis van: 5 november 2021 fno.: 560 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Swissôtel Amsterdam B.V. gevestigd te Amsterdam eiseres in conventie, verweerster in (voorwaardelijke) reconventie nader te noemen: Swissôtel gemachtigde: mr. B.E.P. Klootwijk t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dam Square B.V. gevestigd te Amsterdam gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie nader te noemen: Dam Square gemachtigde: mr. E.C.A. Brand VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier: - dagvaarding van19 februari 2021, met producties;- antwoord met producties;- instructievonnis;- dagbepaling mondelinge behandeling. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Dam Square verzocht om de zaak meervoudig te behandelen. Dat verzoek is afgewezen. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 september 2021. Voor Swissôtel is de gemachtigde verschenen, alsmede mr. D.A.W. van Dijk. Voor Dam Square is namens de beheerder [naam] verschenen, vergezeld door mr. T.H.G. Steenmetser als gemachtigde. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor vonnis nader bepaald op vandaag. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten In conventie en (voorwaardelijke) reconventie 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast. 1.1. Swissôtel huurt sinds 1997 van (thans) Dam Square een bedrijfsruimte aan het Damrak en de Nieuwendijk in Amsterdam. Het gehuurde is in artikel 1.1 van de huurovereenkomst omschreven als: “[e]en gedeelte van de percelen met aan- en toebehoren staande en gelegen te (…), een en ander zoals aangegeven op de (…) tekeningen en omschrijving van het gehuurde, zoals opgenomen in de (…) rapportage (…).” 1.2. Artikel 1.2 van de huurovereenkomst bepaalt dat het gehuurde uitsluitend mag worden gebruikt als “first class business hotel” met bijbehorende restauratieve voorzieningen. Swissôtel exploiteert in het gehuurde een hotel met 114 kamers. Onderdeel van de bedrijfsruimte is een restaurant dat Swissôtel met toestemming van Dam Square onderverhuurt aan haar zustervennootschap Azure F&B Services B.V. (hierna: Azure F&B). De huurprijs van het restaurant bedraagt € 18.665,00 exclusief btw per maand. 1.3. De geldende huurovereenkomst loopt tot en met 29 februari 2032. De huidige huurprijs bedraagt € 87.481,00 (exclusief btw) per maand. De huur moet per kwartaal worden voldaan. In verband met de coronacrisis hebben partijen afgesproken dat Swissôtel de huur per maand mag voldoen. 1.4. Op de huurovereenkomst zijn Algemene Bepalingen (ROZ model 1994) van toepassing. 1.5. In artikel 2.6.1 van de Algemene Bepalingen is geregeld dat de huurder verplicht is te zorgen voor het verkrijgen van de voor de uitoefening van het bedrijf, waarvoor het gehuurde is bestemd, vereiste vergunningen en/of ontheffingen. Weigering of intrekking daarvan zal geen aanleiding kunnen geven tot ontbinding of nietigverklaring van de huurovereenkomst of tot enige verder actie tegen verhuurder. 1.6. In verband met de coronacrisis is het restaurant op last van de overheid gesloten geweest van 15 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Vanwege wegvallende omzet heeft Swissôtel ook het hotel gesloten gehouden van 25 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Op 14 oktober 2020 is het restaurant op last van de overheid opnieuw gesloten. Op 15 december 2020 zijn ook de voor de hotelgasten bestemde eet- en drinkgelegenheden in het hotel op last van de overheid gesloten. Deze maatregelen zijn van kracht gebleven tot 5 juni 2021. 1.7. Partijen hebben met elkaar overlegd over een regeling om de nadelige financiële gevolgen van de coronacrisis voor Swissôtel te verlichten. In dat kader heeft Swissôtel een aantal voorstellen gedaan, onder meer bij brief van haar advocaat van 12 oktober 2020, waarin zij voorstelt de huurbetaling met 50% op te schorten en wel met terugwerkende kracht vanaf maart 2020. Dam Square heeft een aantal tegenvoorstellen gedaan. Partijen hebben hierover geen overeenstemming bereikt. Vordering en verweer In conventie 2. Swissôtel vordert, kort samengevat en zakelijk weergegeven, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: 2.1. primair voor recht te verklaren dat er sprake is van een gebrek en dat Swissôtel recht heeft op huurprijsvermindering, subsidiair te verklaren voor recht dat sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan de huurovereenkomst tijdelijk dient te worden gewijzigd en meer subsidiair te verklaren voor recht dat in de onderhavige situatie, meer subsidiair te verklaren voor recht dat de coronacrisis een onverkort beroep van Dam Square op volledige betaling van de huurprijs naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is; 2.2. primair (als er sprake is van een gebrek) en subsidiair (op grond van onvoorziene omstandigheden) en meer subsidiair (op grond van de redelijkheid en billijkheid) over de periode dat er aan de zijde van Swissôtel sprake is van een vermindering van het huurgenot als gevolg van een gebrek dan wel over de periode dat sprake is van een onvoorziene omstandigheid dan wel over de periode dat een onverkort beroep op betaling van de huur onaanvaardbaar is, de huurprijs te verminderen met een aan de vermindering van het huurgenot evenredig bedrag, zijnde 100% van de huurprijs, dan wel een in redelijkheid te bepalen percentage of subsidiair de huurovereenkomst te wijzigen op basis van het share the pain principe, conform de formule huurprijs x % winstdaling ten opzichte van dezelfde periode in 2019 x 50%, althans conform de formule huurprijs x % omzetdaling ten opzichte van dezelfde periode in 2019 x 50%, althans een in goede justitie te bepalen percentage, dan wel de huurbetalingsverplichting in de huurovereenkomst in goede justitie neerwaarts aan te passen zodat de waardeverhouding tussen de wederzijdse prestaties wordt hersteld; 2.3. primair, subsidiair en meer subsidiair, Dam Square te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen, een in goede justitie te bepalen termijn, na het vonnis, indien Dam Square deze kosten niet daarvoor heeft voldaan, alsmede Dam Square te veroordelen in de nakosten. 3. Aan deze vordering legt Swissôtel ten grondslag, kort samengevat, dat de coronacrisis en de in verband daarmee getroffen overheidsmaatregelen een gebrek aan het gehuurde opleveren, op grond waarvan de huurprijs in de huurovereenkomst moet worden verminderd. Voorts is sprake van onvoorziene omstandigheden waardoor de huurovereenkomst niet ongewijzigd in stand kan blijven. Ook de redelijkheid en billijkheid staat aan ongewijzigde voortzetting van de huurovereenkomst in de weg. 4. Dam Square voert verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde zal komen. In voorwaardelijke reconventie 5. Dam Square vordert, als de vorderingen van Swissôtel worden toegewezen, kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van het bedrag dat Swissôtel na het vonnis van 21 januari 2021 te weinig aan Dam Square heeft betaald, binnen 7 dagen na betekening van het vonnis. 6. Swissôtel voert verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde zal komen. Beoordeling in conventie Wijziging van de huurovereenkomst? 7. De vraag die in deze procedure moet worden beantwoord is of de huurprijs die op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst thans geldt moet worden aangepast vanwege een gebrek, onvoorziene omstandigheden of op grond van de redelijkheid en billijkheid en zo ja, tot welk bedrag. 8. Dam Square betwist dat de (maatregelen in verband met) de coronacrisis een gebrek opleveren. Het antwoord op de vraag of van een gebrek sprake is, kan echter in het midden blijven. Ter toelichting dient het volgende. 9. Partijen zijn het erover eens dat de coronapandemie en de als gevolg daarvan getroffen overheidsmaatregelen onvoorziene omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 6:258 BW. De coronacrisis heeft wereldwijd tot vergaand overheidsingrijpen geleid en heeft langdurige verstrekkende (internationale) gevolgen. De maatregelen zijn er steeds op gericht geweest om het verplaatsen van mensen tot het minimum te beperken en zo verspreiding van het virus te voorkomen. In eerdere uitspraken is ook aangenomen dat (maatregelen in verband met) de coronapandemie onvoorziene omstandigheden zijn. 10. In artikel 6:258 BW is dwingendrechtelijk bepaald dat de rechter op verzoek van een der partijen de gevolgen van de overeenkomst kan wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk kan ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden, die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten en dat aan de wijziging of ontbinding terugwerkende kracht kan worden verleend. Er moet sprake zijn van een fundamentele verstoring van het evenwicht in het contract dat partijen hebben gesloten. Of daarvan sprake is hangt af van de vraag of de huurder door de overheidsmaatregelen in verband met de coronacrisis is beperkt in de mogelijkheden om het gehuurde te exploiteren. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de onderneming op last van de overheid is gesloten en zodoende exploitatie om die reden uitgesloten was, of wanneer de exploitatie door de overheidsmaatregelen indirect is beperkt, waardoor de prestatie van de verhuurder (de mogelijkheid om het gehuurde te laten exploiteren) en de prestatie van de huurder (het betalen van de huurprijs) uit balans zijn geraakt. 11. Dam Square heeft onder verwijzing naar lid 2 van artikel 6:258 BW aangevoerd dat de onvoorziene omstandigheden krachtens de in het verkeer geldende opvattingen, voor rekening komen van Swissôtel. Dam Square heeft gewezen op het arrest Amicitia (HR 1 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8098) en heeft betoogd dat op grond van dat arrest tegenvallende bezoekersaantallen naar verkeersopvattingen voor rekening van de huurder komen. 12. De kantonrechter volgt Dam Square hierin niet. Het antwoord op de vraag voor wiens rekening een tegenvallende bezoekersstroom komt is blijkens het arrest, zoals ook Swissôtel heeft betoogd, (mede) afhankelijk van de oorzaak die tot de verminderde bezoekersaantallen heeft geleid. In het Amicitia-arrest was de ligging van het gehuurde daar debet aan. De maatregelen die de overheid heeft ingesteld om contacten tussen personen zoveel mogelijk te vermijden ter voorkoming van verspreiding van het coronavirus en een daardoor verminderde bezoekersstroom zijn daarmee niet te vergelijken. Uit het Amicitia-arrest kan dan ook in zijn algemeenheid niet worden afgeleid dat iedere tegenvallende bezoekersstroom voor rekening van de huurder komt. 13. Dam Square heeft onder verwijzing naar de artikelen 1.1 en 1.2 in de huurovereenkomst in combinatie met artikel 2.1, 2.2 en 2.6.1. van de algemene bepalingen bepleit dat de verhuurder verantwoordelijk is voor het gebruik van het gehuurde als bedrijfsruimte en de huurder alle verantwoordelijkheid draagt en de risico’s dat de huurder het gehuurde kan en mag gebruiken conform de bestemming. Daarmee is het risico van het al dan niet exploiteren van het gehuurde als hotel contractueel bij de huurder gelegd, aldus Dam Square. 14. Dat betoog slaagt niet. Ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst was er nog geen sprake van de coronapandemie. Uit niets blijkt dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst en specifiek deze bepalingen een pandemie als de onderhavige, die niet alleen Nederland maar ook de rest van de wereld zwaar heeft getroffen, voor ogen hebben gehad. Partijen zijn het er overigens ook over eens dat de coronapandemie een onvoorziene omstandigheid is. Om deze reden al kan niet worden geoordeeld dat het risico van het niet kunnen exploiteren van het gehuurde door de coronapandemie contractueel volledig bij huurder ligt. 15. De kantonrechter is van oordeel dat de coronacrisis naar verkeersopvattingen niet (volledig) voor risico van de huurder komt en vormt daarmee geen omstandigheid die aan de huurder kan worden toegerekend. Het beroep van Dam Square op het bepaalde in artikel 6:258 lid 2 BW is dan ook tevergeefs. 16. Het is aan Swissôtel om omzetcijfers te verschaffen die zodanig zijn, dat toepassing van artikel 6:258 BW op zijn plaats is. Bijzondere omstandigheden die ertoe zouden moeten leiden dat toepassing van artikel 6:258 BW niet op zijn plaats is, moeten worden gesteld door Dam Square. Formule berekening huurkorting 17. Als Swissôtel voldoende heeft onderbouwd dat toepassing van artikel 6:258 BW op zijn plaats is en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die daartegen in de weg staan, zal de huurprijsvermindering in beginsel worden vastgesteld volgens de 50%-formule. In die formule wordt de verminderde huurprijs bepaald aan de hand van het procentuele omzetverlies over de periode waarin de maatregelen van de overheid golden ten opzichte van dezelfde periode in het jaar 2019. In de berekening worden geen winstcijfers betrokken, zoals Swissôtel heeft bepleit. Winstcijfers zijn immers van vele factoren afhankelijk, ook factoren die niet samenhangen met de (gevolgen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.