RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 20/4374 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2021 in de zaak tussen [eiser] , te Amsterdam, eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder, ( [gemachtigde verweerder] ). Partijen worden hierna [eiser] en de heffingsambtenaar genoemd. Procesverloop De heffingsambtenaar heeft in de gecombineerde aanslag (hierna: de aanslag) van 28 februari 2019 de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] te Amsterdam (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 616.000,-. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting 2019 bekendgemaakt. [eiser] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 1 juli 2020 (de bestreden uitspraak) is de WOZ-waarde verlaagd naar € 581.000,- en is de aanslag onroerende zaakbelasting in verband met de verlaging verminderd. [eiser] heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 16 september
- [eiser] is verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van [namen] , taxateur. Overwegingen
- De heffingsambtenaar en [eiser] hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de WOZ‑waarde van de woning voor het kalenderjaar 2019 met waardepeildatum 1 januari
- Deze zal worden vastgesteld op € 316.000,-. Deze waarde is vastgesteld, omdat [eiser] door de heffingsambtenaar in het gelijk wordt gesteld met betrekking tot zijn standpunt over het gelijkheidsbeginsel. De identieke buurpanden aan de [adressen] hebben voor het kalenderjaar 2019 namelijk een WOZ-waarde van € 412.000,-. De heffingsambtenaar heeft deze waarde daarom ook overgenomen voor de woning van [eiser] . Verder heeft de heffingsambtenaar ook rekening gehouden met de slechte staat van de fundering van de woning waardoor er nog een bedrag van € 96.000,- hierop in mindering is gebracht.
- Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.
- Omdat de rechtbank het beroep gegrond zal verklaren, dient de heffingsambtenaar aan [eiser] het door hem betaalde griffierecht te vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar; stelt de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2019 vast op € 316.000,-; bepaalt dat de aanslag onroerende zaakbelasting overeenkomstig deze waarde wordt verminderd; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak op bezwaar; draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 48,- aan [eiser] te vergoeden; Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.