RECHTBANK AMSTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Amsterdam parketnummer : 13-096410-21 raadkamernummer : 21-005104 datum : 8 september 2021 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] , wonende op [adres] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. F.D.W. Siccama, [adres raadsman] , hierna te noemen: de klager, tevens beslagene. 1Feiten Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv (KVI met BVH nummer: PL1300-2020268480-45) blijkt dat op 9 april 2021 onder klager een zwarte iPhone in beslag is genomen. 2Procedure Het klaagschrift is op 13 april 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand, op 14 mei 2021, zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 8 september 2021 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de gemachtigde raadsvrouw van klager, mr. J. Leyten, die waarnam voor mr. F.D.W. Siccama, en de officier van justitie, mr. J.H. van der Meij, op zitting gehoord. Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. 3Beklag Het beklag strekt tot teruggave van de in beslag genomen telefoon. De telefoon is in beslag genomen ten behoeve van de waarheidsvinding. Klager meent dat er op dit moment geen strafvorderlijk belang meer bestaat om het beslag te laten voortduren. Klager is op 9 april 2021 geschorst in de zaak met onderhavig parketnummer door de rechter-commissaris onder de voorwaarde om zich te melden bij de Jeugdreclassering. Daarnaast zijn aan de schorsing de volgende voorwaarden verbonden: de verplichting om mee te werken aan een ambulante behandeling, de verplichting om mee te werken aan begeleiding en de verplichting tot het vinden van een dagbesteding. Het is van belang voor klager dat hij weer de beschikking heeft over zijn telefoon, zodat hij beschikbaar kan zijn voor de Jeugdreclassering en hij aan de overige voorwaarden van zijn schorsing kan voldoen. Over het onderzoek naar de telefoon is namens klager in raadkamer aangevoerd dat er na inbeslagname altijd meteen een image wordt gemaakt en dat een telefoon daarna wordt geretourneerd. Dat dit nu niet is gebeurd, is niet iets wat klager te verwijten valt. Er is voorts naar voren gebracht dat het disprorotioneel is om het beslag te laten voortduren, nu de telefoon sinds 9 april 2021 in beslag is genomen en we inmiddels in september zijn. Er is verzocht om het klaagschrift gegrond te verklaren en een last tot teruggave te geven. 4Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan de klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat het Openbaar Ministerie de telefoon in beslag heeft genomen met het doel de waarheid aan het licht te brengen en het onderzoek naar de telefoon nog niet is afgerond. Uit navraag bij de politie in mei 2021 blijkt dat het uitlezen van de telefoon van klager nog wel maanden kan duren. Bij dit onderzoek wordt een image gemaakt van de telefoon en daarna wordt alles uitgelezen. Het onderzoek is nog in afrondende fase. Het Openbaar Ministerie is voornemens om de telefoon aan klager terug te geven nadat deze is uitgelezen, omdat er dan pas kan worden besloten of de telefoon aan verdachte kan worden teruggegeven. Er is voorts nog geen zittingsdatum bekend. 5Beoordeling De rechtbank is bevoegd. Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. De klager is daarom ontvankelijk in het beklag. De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen. Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken. De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich verzet tegen opheffing van het beslag, omdat het onderzoek naar de telefoon nog loopt. De telefoon is immers in beslag genomen met het doel de waarheid aan het licht te brengen. De rechtbank merkt daarbij wel op dat het prettig zou zijn als de afronding van het onderzoek plaatsvindt, nu in mei 2021 al werd aangegeven dat het onderzoek in de afrondende fase zat. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment het strafvorderlijk belang zich nog verzet tegen opheffing van het beslag. Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard. 6Beslissing De rechtbank verklaart het beklag ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr. H.E. Hoogendijk, rechter, in tegenwoordigheid van C.T. St Rose, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2021. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.