RECHTBANK AMSTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Amsterdam parketnummer : 13-243028-19 raadkamernummer : 21-008040 datum : 8 september 2021 beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op [adres] , hierna te noemen: de veroordeelde. 1Feiten De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 21 augustus 2020 de veroordeelde (onder meer) een taakstraf van 40 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 20 dagen zal worden toegepast voor feit 2. Voor feit 3 heeft de politierechter bij dat vonnis ook een taakstraf van 40 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 20 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft op 8 juni 2021 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is per brief naar het adres van veroordeelde verstuurd. 2Procedure Het bezwaar is op 31 mei 2021 op de griffie van deze rechtbank ingediend. De rechtbank heeft op 8 september 2021 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld. De rechtbank heeft de veroordeelde, de raadsvrouw, mr. J.P.W. Temminck Tuinstra, en de officier van justitie, mr. J.H. van der Meij, op zitting gehoord. 3Bezwaar Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de rechtbank de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt het restant van de taakstraffen alsnog te verrichten. De verdediging heeft kort samengevat het volgende aangevoerd. Veroordeelde zat destijds niet lekker in zijn vel, maar is nu bereid en in staat om het restant van zijn taakstraffen alsnog te verrichten. Hij realiseert zich dat hij de reclassering beter op de hoogte had moeten stellen en houden van de reden dat hij niet (tijdig) heeft kunnen verschijnen. Hij zit inmiddels sinds 6 augustus 2021 in detentie. Hij is echter schoolgaand en (een nog langere) detentie zou voor de voortgang van zijn schoolgang ingrijpende gevolgen hebben. Daarnaast zal een verblijf in detentie zijn behandeling bij de [naam 1] -kliniek voor zijn lachgasverslaving doorkruisen en niet ten goede komen. Detentie zal mogelijk ook recidiveverhogend werken, terwijl hij nu zijn best doet om zijn problemen aan te pakken. De verdediging heeft verzocht om een kans te krijgen om het restant van de taakstraffen alsnog uit te voeren. 4Standpunt van de reclasseringUit het rapport van Reclassering Nederland d.d. 4 mei 2021 opgemaakt door [naam 2] blijkt dat de veroordeelde de opgelegde taakstraffen niet volledig heeft verricht. Voordat de taakstraffen definitief als mislukt werden beschouwd, heeft de veroordeelde 28 uren van de opgelegde taakstraffen uitgevoerd. 5Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond verklaard dient te worden. 6Beoordeling Het bezwaar is tijdig ingediend. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder: het hiervoor genoemde vonnis; het rapport van Reclassering Nederland van 4 mei 2021 opgemaakt door [naam 2] , met het advies de tenuitvoerlegging van het restant van de vervangende hechtenis te bevelen; de brief van de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis; het bezwaar van de veroordeelde. De rechtbank is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat de veroordeelde gelet op zijn persoonlijke omstandigheden in de gelegenheid moet worden gesteld het resterende aantal uren van de taakstraffen alsnog te verrichten. Als verdachte nu vast komt te zitten, zal dit ingrijpende gevolgen met zich meebrengen voor de voortgang van zijn opleiding. De rechtbank zal daarom het bezwaarschrift van de veroordeelde gegrond verklaren en de beslissing tot toepassing van 26 dagen vervangende hechtenis opheffen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de termijn, waarbinnen de veroordeelde de taakstraffen dient te hebben verricht, met 12 maanden wordt verlengd. De rechtbank merkt daarbij op dat veroordeelde op dit moment (sinds 6 augustus 2021) in detentie zit en dat zij hoopt dat de periode waarvoor veroordeelde heeft vastgezeten onder een andere zaak waarin verdachte nog een straf moest uitzitten, kan worden geplaatst. 7Beslissing De rechtbank verklaart het bezwaar gegrond; bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 52 (tweeënvijftig) uren; bepaalt dat de taakstraffen binnen 12 (twaalf) maanden na heden moet worden voltooid. Deze beslissing is gegeven door mr. H.E. Hoogendijk, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2021.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.