Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2021:6406
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9423556 KK EXPL 21-621 vonnis van: 9 november 2021 func.: 49017 vonnis van de kantonrechter kort geding I n z a k e 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] , beide wonende te [woonplaats] , eisers, nader te noemen: [eisers] , gemachtigde: mr. A.M. Zoete- van der Zwart, t e g e n 1 [gedaagde 1] , 2. [gedaagde 2] , beide wonende te [woonplaats] , gedaagden, nader te noemen: [gedaagden] , procederend in persoon.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij dagvaarding van 6 september 2021 met producties (1 t/m 16) hebben [eisers] een voorziening gevorderd. [gedaagden] hebben op 13 en 21 september 2021 twee brieven in het geding gebracht. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 september 2021. [gedaagden] hebben op voorhand 31 producties in het geding gebracht. De gemachtigde van [eisers] heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd. [gedaagden] hebben tijdens de zitting op 22 september 2021 een wrakingsverzoek ingediend, waarna de procedure is geschorst. Op 24 september 2021 hebben zij nog een brief in het geding gebracht.
Bij beschikking van 24 september 2021 is het wrakingsverzoek van [gedaagden] afgewezen.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2021. [eiser 1] en [eiser 2] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in persoon verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. [gedaagden] hebben een pleitnota overgelegd. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.
Op verzoek van [gedaagden] zijn tijdens beide zittingen door [naam] video-opnamen gemaakt, waarbij de kantonrechter op verzoek van [eisers] in lijn met de Persrichtlijn heeft bepaald dat van hen geen beeld of geluid mag worden opgenomen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Uitgangspunten 1. Als uitgangspunt geldt het volgende.
1.1.
Bij notariële akte van 18 maart 2014 is het gebouw aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats] gesplitst in 21 appartementsrechten en is de [naam VvE] opgericht (hierna: de VvE).
1.2. [eisers] zijn sinds 26 september 2019 eigenaar van het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning gelegen op de derde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend [etage adres 1] en het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de berging gelegen op de zolderverdieping van het gebouw aan de [adres 1] te [plaats] .
1.3. [gedaagden] huren sinds 1 september 1999 van de Alliantie de woning aan de [etage adres 2] te [plaats] . In de schriftelijke huurovereenkomst van 22 oktober 2001 is, voor zover relevant, het volgende bepaald: “(..) De verhuurster verhuurt aan de huurder, die in huur aanneemt, de woning met aan- en toebehoren gelegen aan de [etage adres 2] te [plaats] , 4 kamer(s) (..)”
1.4.
De woningen van [eisers] en [gedaagden] behoren tot hetzelfde VvE complex maar bevinden zich in verschillende bouwdelen en onder een ander dakdeel.
1.5.
In de splitsingsakte is het Modelreglement van 2006 van toepassing verklaard. Blijkens de splitsingsakte zijn artikel 22 lid 1 en 2 van het Modelreglement als volgt gewijzigd: “1. Iedere op-, aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden. (..) 2. Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, windschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers, (schotel)antennes, antennes van zendamateurs, luchtbehandelings- en koelinstallaties en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.”
1.6. [eisers] hebben op 7 april 2020 toestemming gekregen van de VvE om op het gezamenlijke dak achter de schijnkap ter plaatse van de zolderverdieping behorend tot het privé gedeelte een dakterras aan te leggen, onder de voorwaarde dat zij over de benodigde vergunning van de gemeente beschikken. [eisers] hebben hiertoe op 17 augustus 2020 een vaststellingsovereenkomst met de VvE gesloten.
1.7.
De omgevingsvergunning voor het dakterras is op 1 juli 2020 door de gemeente afgegeven. De gemeente heeft het bezwaar van [gedaagden] tegen deze vergunning ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft de door [gedaagden] verzochte voorlopige voorziening afgewezen (zaaknummer AMS 21/807). Het beroep tegen de beslissing op bezwaar loopt nog.
1.8.
Op het dakdeel waar [eisers] het dakterras willen realiseren bevinden zich twee satellietschotels met toebehoren. Deze satellietschotels zijn eigendom van [gedaagden] 1.9.
Op 18 november 2020 heeft Patina Dakbeheer B.V. in opdracht van de VvE een dakinspectie uitgevoerd. De dakbedekking op het dakdeel waar [eisers] het dakterras willen realiseren is door Patina Dakbeheer als matig beoordeeld, hetgeen inhoudt dat het dak 75% van zijn technische levensduur heeft bereikt en de levensduur nog maximaal 3 – 5 jaar bedraagt.
1.10.
De VvE heeft in de ledenvergadering van 15 april 2021, (mede) naar aanleiding van de door Patina Dakbeheer uitgevoerde inspectie, besloten de dakbedekking (gedeeltelijk) te willen vervangen.
1.11. [eisers] , de VvE en de Alliantie hebben [gedaagden] (meermaals) verzocht om de satellietschotels met toebehoren naar een andere plek op het dak te verplaatsen, dan wel van het dak te verwijderen. [gedaagden] hebben hier geen gehoor aan gegeven.
Vordering 2. [eisers] vorderen dat [gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk veroordeeld zullen worden: a. a) om op straffe van een te verbeuren dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 15.000,- binnen een week na betekening van het vonnis, de schotelantennes te verplaatsen naar het door de VvE aangewezen dakdeel, of de schotels binnen gelijke termijn van het dak te verwijderen;
Verweer 4. Het verweer van [gedaagden] strekt tot afwijzing van de vorderingen. Zij voeren daartoe, samengevat en zakelijk weergegeven, het navolgende aan. Allereerst voeren [gedaagden] aan dat de dagvaarding van 6 september 2021 nietig is en dat het geschil zich, mede gelet op de omvangrijke dagvaarding, niet leent voor een kort geding. [gedaagden] huren al meer dan 21 jaar de woning aan de [etage adres 2] van de Alliantie. De reglementen van de VvE zijn niet op de huurovereenkomst van toepassing en [gedaagden] zijn dan ook niet gehouden aan het in artikel 22 lid 2 van het gewijzigde Modelreglement neergelegde verbod om zonder toestemming van de VvE satellietschotels op het dak te plaatsen. De satellietschotels met toebehoren staan al sinds 2003 op het dak.
Dat de satellietschotels al 18 jaar op dezelfde plaats op het dak staan volgt onder meer uit processtukken, waaronder foto’s van een descente, van een in 2013 tussen [gedaagden] en de Alliantie gevoerde procedure (zaaknummer CV 10-6511). In deze procedure heeft de Alliantie gevorderd dat zij de woning, (mede) vanwege de aanwezigheid van de satellietschotels op het dak, dienden te ontruimen, welke eis is afgewezen en waar geen hoger beroep tegen is ingesteld, zodat deze beslissing kracht van gewijsde heeft gekregen. [gedaagden] hebben een gebruiksrecht op het dak waar de satellietschotels met toebehoren staan (verkregen). [gedaagden] willen wel meewerken aan onderhouds- en/of reparatiewerkzaamheden aan het dak, maar alleen als deze noodzakelijk zijn.
De omgevingsvergunning voor het dakterras is afgegeven op basis van een rapport van Espatio constructies van 31 maart 2020, en het kan niet zo zijn dat de kwaliteit van het dak in minder dan vijf maanden met 75% achteruit is gegaan, zoals volgt uit de door Patina Dakbeheer uitgevoerde dakinspectie. Bovendien is de vordering van [eisers] in strijd met het recht op vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring zoals neergelegd in artikel 10 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). [gedaagde 1] hebben het recht om via de satelliet verschillende kanalen te ontvangen en televisie te kijken, en ook internetten via de satelliet behoort tot de mogelijkheden. Het instellen van de satellietschotels met toebehoren is millimeterwerk.
De plek waar de satellietschotels nu staan is de enige goede plek. Verplaatsing is dan ook niet mogelijk.
Beoordeling 6. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eisers] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
Preliminaire en processuele verweren 7. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de dagvaarding van 6 september 2021 nietig te verklaren. Voor zover sprake is geweest van het te laat of niet volledig indienen van stukken zijn [gedaagden] daardoor niet in hun processuele belang geschaad. [gedaagden] beschikken thans over alle stukken en zij hebben in dit kort geding, mede gelet op de stukken die door hen zijn ingebracht en het feit dat de tweede zitting eerst op 26 oktober 2021 plaatsvond, genoeg gelegenheid gehad om daarop te reageren en gemotiveerd verweer te voeren. Aan het beginsel van hoor en wederhoor is voldaan, zodat (ook) van strijdigheid met artikel 6 EVRM geen sprake is.
Inhoudelijke beoordeling 10. In deze procedure ligt (enkel) voor of [gedaagden] gehouden zijn de satellietschotels met toebehoren naar het door de VvE aangewezen dakdeel te verplaatsen. De bezwaren die [gedaagden] als zodanig tegen de realisatie van het dakterras hebben aangedragen, waaronder de bezwaren aangaande de omgevingsvergunning, de aanwezigheid van asbest, de fundering en mogelijke verzakking, worden in deze procedure daarom buiten beschouwing gelaten. Temeer nu voor deze bezwaren de bestuursrechtelijke weg open staat, waarvan de beroepsprocedure nog loopt. [eisers] hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een (spoedeisend) belang hebben bij uitbreiding van hun appartementsrecht en de realisatie van het dakterras. Aan het verweer van [gedaagden] daaromtrent wordt voorbij gegaan.
BESLISSING De kantonrechter:
I. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen een week na betekening van het vonnis de satellietschotels met toebehoren te verplaatsen naar het door de VvE aangewezen dakdeel, of de schotels binnen gelijke termijn van het dak te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, met een maximum van € 15.000,-;
II. machtigt [eisers] om wanneer [gedaagden] twee weken na betekening van het vonnis met de onder I) gevorderde werkzaamheden in verzuim blijven de werkzaamheden zelf uit te laten voeren en de kosten daarvan bij [gedaagden] in rekening te brengen, met een maximum van € 1.000,-;
III. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] begroot op € 715,19, voor zover van toepassing inclusief btw;
IV. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [gedaagden] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;
V. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
VI. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, in samenwerking met mr. I.W. Hanemaaijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2021.