beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13-684325-18 Uitspraakdatum: 29 juli 2021 BESLISSING NA VEROORDELING TOT VOORWAARDELIJKE STRAF Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 9 juli 2021, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 22 juli 2019, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) in het jaar 1975, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Bij voormeld vonnis is [verdachte] voornoemd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek waarvan 15 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder de volgende voorwaarde: Veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd laten opnemen in een Forensisch Psychiatrische kliniek, althans een soortgelijke intramurale instelling, te bepalen door de reclassering. De opname start zodra er een passende kliniek gevonden is voor veroordeelde. De opname duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing. De inhoud van de vordering De vordering van de officier van justitie strekt er toe dat de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd, omdat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarde. De procesgang De rechter-commissaris in Amsterdam heeft op 9 juli 2021 de voorlopige tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel bevolen. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder: voormeld vonnis; een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan de veroordeelde per post is toegezonden; een rapport VTUL Advies aan opdrachtgever toezicht van [naam 2] van 26 februari 2021 van reclasseringswerker [naam 1] . De rechtbank heeft op de zitting van 29 juli 2021 de officier van justitie M.E. Woudman en de raadsvrouw van veroordeelde mr. W.E.R. Geurts gehoord. De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat het voorwaardelijk strafdeel inmiddels al ten uitvoer is gelegd en dat de vordering kan worden toegewezen. De beoordeling Uit het vtul-advies van de reclassering wordt geconcludeerd dat veroordeelde onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorwaarden. Veroordeelde onttrekt zich volgens dit rapport aan de behandelverplichting. Hij is tijdens verlof op 13 februari 2021 niet teruggekeerd naar de afdeling en was ook telefonisch niet meer bereikbaar. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Veroordeelde heeft bij de rechter-commissaris gezegd dat hij liever naar de gevangenis gaat dan naar de kliniek, omdat hij slechte ervaringen heeft met mensen van de kliniek. Beslissing De rechtbank gelast dat de niet ten uitvoer gelegde straf, te weten een gevangenisstraf van vijftien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.