← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:6547

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/4505 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres ( [gemachtigde eiseres] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder. ( [gemachtigde verweerder] ) Procesverloop Eiseres heeft op 25 augustus 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag. Verweerder heeft een verweerschrift ingestuurd. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Eiseres heeft op 24 februari 2020 verzocht om herziening van het bestemmingsplan Lutkemeerpolder
  4. Met de brief van 12 augustus 2020 heeft verweerder het verzoek buiten behandeling gesteld omdat eiseres niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Verweerder stelt zich in het verweerschrift van 21 oktober 2021 op het standpunt dat daarmee is beslist op het verzoek.
  5. De rechtbank stelt vast dat uit dit standpunt volgt dat verweerder de brief van 12 augustus 2020 als een besluit in de zin van de Awb aanmerkt. Tegen een besluit in de zin van de Awb staan rechtsmiddelen open. De rechtbank stelt vast dat een rechtsmiddelenclausule ontbreekt bij de brief van 12 augustus
  6. De rechtbank overweegt dat eiseres daarom mogelijk niet heeft onderkend dat verweerder met deze brief heeft bedoeld om een beslissing op het verzoek te nemen. De rechtbank betrekt daarbij de email van 4 mei
  7. Hierin stelt verweerder zich uitdrukkelijk op het standpunt dat de brief van 12 augustus 2020 geen besluit is. In de email is immers aan eiseres medegedeeld dat verweerder nog niet op het verzoek heeft beslist. Daarnaast is medegedeeld dat de gemeenteraad bevoegd is te beslissen op een verzoek om een bestemmingsplanherziening en dat deze bevoegdheid niet is gemandateerd aan het dagelijks bestuur. De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat niet het dagelijks bestuur, maar de gemeenteraad bevoegd is om te beslissen op een dergelijk verzoek niet wegneemt dat het college op 12 augustus 2020 heeft beslist om het verzoek buiten behandeling te stellen. Ook een beslissing van een onbevoegd orgaan is immers een besluit in de zin van de Awb waartegen rechtsmiddelen open staan, langs welke weg een betrokkene het betreffende orgaan in rechte kan aanspreken. In die zin volgt de rechtbank het gewijzigde standpunt van verweerder uit het verweerschrift.
  8. Het voorgaande brengt met zich mee dat het beroep niet voldoet aan de voorwaarden voor het instellen van een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is om die reden niet ontvankelijk.
  9. De rechtbank begrijpt dat het voor eiseres onvoldoende duidelijk is dat op het verzoek is beslist in het licht van het e-mail bericht van 4 mei 2021 en de ontbrekende rechtsmiddelen clausule. Daarom moet verweerder het griffierecht van eiseres vergoeden.
  10. Eiseres komt niet in aanmerking voor vergoeding van de proceskosten omdat gemachtigde ook bestuurder is van eiseres. De werkzaamheden kunnen daarom niet worden aangemerkt als kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, zoals volgt uit artikel 1 onder a van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) . Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; draagt verweerder op om binnen twee weken dat deze uitspraak een correcte rechtsmiddelenverwijzing tot te voegen aan de beslissing van 12 augustus
  11. en - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden; Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.