← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7001

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751240-21 (EAB I) RK nummer: 21/4990 Datum uitspraak: 1 december 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 september 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 september 2019 door the Circuit Court of Wroclaw (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [plaatsnaam] , verblijvende [verblijfadres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 oktober 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, advocaat te Amsterdam, zijn niet verschenen. Het onderzoek ter terechtzitting is voor bepaalde tijd geschorst, omdat de opgeëiste persoon in verband met een mogelijke coronabesmetting niet aanwezig kon zijn op zitting. De rechtbank heeft de behandeling met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de openbare zitting van 17 november 2021 in de stand waarin het zich bevond op het moment van schorsing van 28 oktober 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2. Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Referte De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment in force of the District Court of Oleśnica, 2nd Division Criminal of the 20th May 2016, case file number: II K 161/16. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Uit het EAB en aanvullende informatie van 23 september 2021 blijkt dat de opgeëiste persoon de dagvaarding voor de zitting die heeft geleid tot het vonnis met nummer II K 161/16, in persoon heeft ontvangen op 27 oktober 2015. Er heeft zich dus een omstandigheid als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW voorgedaan in deze zaak, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is. 5Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 8, te weten: fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Circuit Court of Wroclaw (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. O.P.M. Fruytier en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 december 2021. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.