← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7227

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751783-21 (EAB II) RK nummer: 21/4118 Datum uitspraak: 28 september 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 november 2020 door Procura Generale presso la Corte di Appello di Reggio Calabria (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984 thans gedetineerd in het [detentieadres] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 juli

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.A.A.P. van Hees, advocaat te Breda en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Referte De raadsvrouw heeft refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een - Enforcement order, issued by Procura Generale della Corte die Appello di Reggio Calabria (Prosecution Office General, Appellate Court of Reggio Calabria) on 16th October 2019 - N SIEP 348/2019; - Enforceable judgement issued by the Lawcourt of Palmi on 26th May 2014, enforceable on 26th September 2014, ref n: 597/2014 R Sent. In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en maakt tevens onderdeel uit van de order aggregation of sentences van de Procureur bij het Hof van Reggio Calabria van 16 oktober 2019, waarbij deze en 2 andere straffen zijn samengevoegd tot een straf van 2 jaar, 3 maanden en 25 dagen. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Voor wat betreft de samenvoeging van de straffen door de officier van justitie in Italië heeft de rechtbank eerder, te weten bij uitspraak van 26 oktober 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:7856) vastgesteld dat bij een dergelijke beslissing geen beoordelingsmarge bestaat in de zin van punt 88 van het voormelde arrest in de zaak Zdziaszek, zodat deze niet relevant kan worden beschouwd voor toepassing van artikel 4 bis lid 1 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ danwel artikel 12 OLW. 6Strafbaarheid Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: Wederspannigheid. 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 180 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Procura Generale Della Repubblica presso la Corte di Appello di Reggio Calabria (Italië). Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en D.P. Hein, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 september
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Rechtbank Amsterdam, 30 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1804

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.