← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7241

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752002-21 RK nummer: 21/5304 Datum uitspraak: 23 november 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 september 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 24 augustus 2021 door het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 november

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern en de gemachtigde raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. F.S. Baardman, advocaat te Utrecht. De opgeëiste persoon heeft op afstand gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn ter zitting van de rechtbank. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit heeft. 3Standpunt raadsvrouw De raadsvrouw heeft het woord gevoerd en geen weigeringsgronden of andere beletselen tot overlevering aangevoerd. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een door het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland) uitgevaardigde aanhoudingsbevel van 4 augustus
  2. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 5Strafbaarheid Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd; en medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd; en poging tot medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; en poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De Staatsanwaltschaft te Osnabrück heeft op 11 oktober 2021 de volgende garantie gegeven: “Extradition of Dutch citizen [opgeëiste persoon] , born [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , for the purpose of prosecution. (…) referring to your mail from October 11th 2021 I hereby assure you that, should the prosecuted person receive a non-appealable and non-suspended prison sentence after he has been extradited from the Netherlands, he shall be transferred to the Netherlands so that the prison sentence can be served there pursuant to the COUNCIL FRAMEWORK DECISION 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition of judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving a deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union.” Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 7Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten deels op Nederlands grondgebied zijn gepleegd. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het EAB echter geen aanknopingspunten dat de feiten gedeeltelijk in Nederland zijn gepleegd. De situatie als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a, OLW doet zich daarom niet voor. 8Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 9Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 47, 157 en 311 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 10Beslissing STAAT TOE de overlevering [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland). Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 november
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.