RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752023-21 RK nummer: 21/5266 Datum uitspraak: 23 november 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 september 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 2 september 2021 door het Amtsgericht Wiesbaden (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedag] 2004 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 november
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat te Heerlen. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Standpunt raadsman De raadsman heeft aan de officier van justitie verzocht om bij de feitelijke overlevering rekening te houden met de in Nederland lopende strafzaken en heeft voorts geen weigeringsgronden of andere beletselen tot overlevering aangevoerd. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een op 27 augustus 2021 door het Amtsgericht Wiesbaden uitgevaardigd aanhoudingsbevel met dossiernummer: 70 Gs 616/21 - 7 ER 8/21 - 3350 Js 14365/21 (StA Wiesbaden). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 5Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten: Georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. Op 28 september 2021 heeft het Internationaal rechtshulpcentrum het volgende bericht aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gezonden: “Mr [opgeëiste persoon] is a Dutch national. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision on the European Arrest Warrant (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender Act, the surrender may only be authorised if we receive the guarantee beforehand that, in case the wanted person is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Germany after his surrender, he will be allowed to carry out his punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ). We kindly request this guarantee of return.” De Generalstaatsanwaltschaft Frankfurt am Main heeft op 28 september 2021 de volgende garantie gegeven: “After consultation with Mr [naam] from the Court of Wiesbaden and internally, I hereby inform you that [opgeëiste persoon] will be allowed to carry out his sentence in the Netherlands.” Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Wiesbaden (Duitsland). Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 november
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.