← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7579

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/3159 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te Maaseik (België), eiseres en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (hierna: het Uwv) (gemachtigde: mr. D.E.C. Veugen). Procesverloop Bij besluit van 26 november 2020 (het primaire besluit) heeft het Uwv het recht van eiseres op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen (ZEZ-uitkering) over de periode van 1 april 2016 tot en met 25 juli 2016 herzien. Eiseres dient het teveel uitgekeerde terug te betalen. Bij besluit van 4 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft de zaak op 2 december 2021 op een zitting behandeld door middel van een beeld- en audioverbinding. Eiseres heeft hier niet aan deelgenomen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door bovengenoemde gemachtigde. feiten en omstandigheden

  1. Eiseres was werkzaam als zelfstandige (alfahulp). In verband met zwangerschap en bevalling heeft eiseres in de hierboven genoemde periode een ZEZ-uitkering ontvangen. De hoogte hiervan is voorlopig vastgesteld.
  2. Bij deze toekenning is het Uwv uitgegaan van de door eiseres opgegeven inkomstengegevens over het jaar
  3. Eiseres heeft hierover in de aanvraag van 9 maart 2016 vermeld dat deze € 9.000 bedragen. Op grond van deze opgave is de uitkering bij het primaire besluit voorlopig vastgesteld op € 34,87 bruto per dag. Hierbij heeft het Uwv gemeld dat de hoogte van de uitkering opnieuw wordt beoordeeld als de definitieve aanslag over het jaar 2015 afwijkt van de opgegeven gegevens. Omdat het opgegeven inkomen van eiseres in 2015 lager was dan het minimumloon heeft het Uwv voor de berekening ook gekeken naar het inkomen van eiseres over het inkomen van maximaal vijf jaar geleden.
  4. Bij brief van 31 augustus 2020 heeft het Uwv eiseres verzocht om afschriften van de aangiften en definitieve aanslagen Belastingdienst over 2014 en 2015 in te sturen. Dit verzoek is herhaald in een mailbericht aan eiseres van 17 november
  5. Bij het primaire besluit heeft het Uwv eiseres meegedeeld dat het voorschot dat zij heeft ontvangen in 2016 hoger is dan de definitieve ZEZ-uitkering. Eiseres moet € 2.581,51 bruto terugbetalen.
  6. Tijdens de hoorzitting op 13 april 2021 heeft het Uwv eiseres nogmaals verzocht om de definitieve belastingaanslagen over 2014 en 2015 zo spoedig mogelijk toe te sturen. standpunten van partijen
  7. Het Uwv heeft bij het bestreden besluit het primaire besluit gehandhaafd. Hiertoe heeft het Uwv overwogen dat de belastinggegevens over 2014 en 2015 niet zijn verstrekt. Van dringende redenen om van (gedeeltelijke) terugvordering af te zien is geen sprake, aldus het Uwv.
  8. Eiseres is het er niet mee eens dat zij een bedrag aan ZEZ-uitkering moet terugbetalen. Zij heeft in beroep aangevoerd dat zij de belastinggegevens niet kan opvragen via haar DigiD en daarom de Belastingdienst heeft verzocht deze op te sturen. Zij heeft deze nog niet ontvangen en vraagt het Uwv om geduld. beoordeling door de rechtbank
  9. De hoogte van de ZEZ-uitkering is geregeld in artikel 3:23 van de Wet arbeid en zorg. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht hoe de hoogte van de uitkering van eiseres aan de hand van deze bepaling is berekend. De rechtbank ziet geen aanleiding deze berekening onjuist te achten.
  10. Eiseres heeft niet betwist dat de gegevens die het Uwv heeft gehanteerd juist zijn. Eiseres heeft evenmin informatie aangeleverd waaruit blijkt dat het Uwv van andere gegevens zou moeten uitgaan en zo ja, van welke. Op verzoeken van het Uwv van 31 augustus 2020 en 17 november 2020 om belastinggegevens te verstrekken over de jaren 2014 en 2015 heeft eiseres niet gereageerd. Ook nadat zij tijdens de hoorzitting nog in de gelegenheid is gesteld die informatie te verstrekken heeft eiseres hiervan geen gebruik gemaakt.
  11. De rechtbank overweegt dat eiseres ruim de tijd heeft gehad om de gevraagde gegevens aan te leveren. Dat zij deze niet kon verkrijgen met haar DigiD is niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft geen stuk overgelegd waaruit dit blijkt en evenmin een stuk waaruit blijkt dat zij de Belastingdienst heeft gevraagd de betreffende stukken op te sturen.
  12. Onder deze omstandigheden bestond er voor het Uwv geen aanleiding om van andere dan de beschikbare gegevens uit te gaan. Dat betekent dat het Uwv het recht van eiseres op de ZEZ-uitkering op goede gronden heeft herzien en het ten onrechte uitgekeerde bedrag heeft teruggevorderd.
  13. Het beroep is ongegrond.
  14. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Lammertink, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 13 december
  15. griffier rechter Afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.