← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7659

proces-verbaal RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/711500 / KG ZA 21-1045 IHJK/MAH Proces-verbaal van mondelinge uitspraak op 28 december 2021 in de zaak van [vader] , wonende te [woonplaats] , eiser in conventie bij dagvaarding op verkorte termijn van 23 december 2021, verweerder in reconventie, advocaat mr. R.T. Laigsingh te Amsterdam, tegen [moeder] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. H.M.A. Nobel te Almere. Partijen zullen hierna vader en moeder worden genoemd. De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding. Tegenwoordig zijn mr. I.H.J. Konings, voorzieningenrechter, en mr. M.A.H. Verburgh, griffier. Na uitroeping van de zaak verschijnen partijen met hun advocaten. 1De procedure Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. Zij hebben over en weer het woord gevoerd. Ter zitting heeft vader het petitum van de dagvaarding gecorrigeerd: 3 juni moet zijn: 31 mei. De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt, dat is afgegeven op 28 december

  1. 2Waar gaat dit kort geding over? 2.
  2. Partijen hebben een relatie gehad, waaruit op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] is geboren: - [minderjarige] . [minderjarige] is door vader erkend en partijen hebben gezamenlijk gezag. [minderjarige] woont bij moeder. 2.
  3. Bij mondelinge uitspraak van 31 mei 2021 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank moeder, op straffe van een dwangsom van € 100,-, veroordeeld om mee te werken aan een (gewijzigde) omgangsregeling waarbij [minderjarige] iedere vrijdag om 14:15 uur van school (of in de schoolvakanties: bij [moeder] ) wordt gehaald door [vader] , en [vader] [minderjarige] uiterlijk om 18:00 uur weer terugbrengt bij [moeder] . 2.
  4. Vader heeft na 3 december 2021 geen contact meer gehad met [minderjarige] , omdat moeder dat niet meer toestaat. Volgens haar houdt vader zich niet aan de afspraken. 2.
  5. In dit kort geding vordert vader om moeder, op straffe van een dwangsom van € 250,-, te veroordelen om: - mee te werken aan de op 31 mei 2021 vastgestelde omgangsregeling, en - te bepalen dat vader op oudejaarsdag 2021 van 12:00 tot 22:00 uur, danwel een in goede justitie vast te stellen tijd omgang heeft met [minderjarige] . Moeder vordert in een voorwaardelijke tegenvordering te bepalen dat als vader [minderjarige] in een uitzonderlijk geval niet kan komen halen, hij ervoor dient te zorgen dat de moeder van vader [minderjarige] ophaalt van school en dat indien vader zich hieraan niet houdt de omgangsregeling vervalt. Partijen vorderen over en weer de ander te veroordelen in de proceskosten. 3De beoordeling 3.
  6. Het is uitermate belangrijk dat [minderjarige] contact blijft houden met zijn vader. Daar staat tegenover dat vader de daarover gemaakte afspraken ook stipt moet nakomen, omdat het vertrouwen van [minderjarige] anders beschadigd raakt. 3.
  7. Sinds de beslissing van 31 mei 2021 is vader 2x te laat op school gekomen om [minderjarige] te halen. In de brief van Veilig Thuis staat dat de school ook nog melding heeft gedaan van een incident op 27 augustus 2021, maar geen van partijen is bekend met een incident op die datum. Vader heeft uitgelegd waarom hij twee keer te laat op school was en die uitleg komt aannemelijk voor. Het geheel stoppen van de omgang staat niet in verhouding tot deze tekortkomingen. 3.
  8. De conclusie is daarom dat de omgangsregeling zoals vastgelegd in de mondelinge uitspraak van 31 mei 2021 moet worden nagekomen, te beginnen op vrijdag 31 december 2021 (oudejaarsdag). Voor uitbreiding van de tijden bestaat op dit moment onvoldoende aanleiding. Dat betekent dat vader [minderjarige] om 14:15 uur ophaalt bij moeder en hem daar om 18:00 uur weer terugbrengt (ook op oudejaarsdag 2021). Vader heeft ter zitting toegezegd dat hij [minderjarige] voortaan samen met zijn zus, die een auto heeft, zal halen en brengen, zodat hij op tijd is. Vader moet deze regeling voortaan echt stipt nakomen, zowel bij het halen als bij het brengen van [minderjarige] . 3.
  9. Voor het opleggen van een hogere dwangsom dan al is opgelegd in de beslissing van 31 mei 2021 bestaat geen aanleiding. 3.
  10. Partijen doen er goed aan om – al dan niet met behulp van hun advocaten – duidelijke en werkbare afspraken te maken over de manier van communiceren. 3.
  11. Als vader [minderjarige] om welke reden dan ook bij uitzondering niet tijdig kan ophalen, heeft het de voorkeur dat de moeder van vader [minderjarige] ophaalt, eventueel samen met de zus van vader. Vader dient daarover dan wel tijdig van tevoren moeder en de school in te lichten. Het gaat te ver om vader te veroordelen om zijn moeder te verplichten [minderjarige] in die gevallen op te halen. Het standpunt van de moeder van vader is immers niet bekend. De (voorwaardelijke) tegenvordering van moeder (reconventie) zal daarom worden afgewezen. 3.
  12. Iedere partij zal de eigen proceskosten (zowel in conventie als in reconventie) moeten dragen, zoals gebruikelijk in familiezaken. 4De beslissing De voorzieningenrechter in conventie: 4.
  13. veroordeelt moeder om met ingang van vrijdag 31 december 2021 (oudejaarsdag), mee te werken aan de in de mondelinge uitspraak van 31 mei 2021 neergelegde omgangsregeling, waarbij [minderjarige] iedere vrijdag om 14:15 uur van school (of in de schoolvakanties: bij [moeder] ) wordt gehaald door [vader] , en [vader] [minderjarige] uiterlijk om 18:00 uur weer terugbrengt bij [moeder] , 4.
  14. veroordeelt moeder om aan vader een dwangsom te betalen van € 100,00 per keer dat zij niet aan de in 4.1 uitgesproken veroordeling voldoet, 4.
  15. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
  16. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 4.
  17. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie: 4.
  18. weigert de gevraagde voorzieningen, 4.
  19. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend. Type: MAH Coll: TF

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.