← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7748

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/249215-21 Datum uitspraak: 31 december 2021 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] . 1Onderzoek op de zitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 december

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.H.R. Hogewind en van wat verdachte en haar raadsman, mr. L. Nix, naar voren hebben gebracht. 2Beschuldiging Aan verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat zij zich op 14 september 2021 in Amsterdam samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan voorbereiding van de productie van harddrugs door het voorhanden hebben van 624 liter chemische stoffen. De volledige tekst van de beschuldiging, de tenlastelegging, is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. 3Beoordeling van de zaak 3.
  2. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging, omdat er onvoldoende bewijs is dat verdachte opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de chemische stoffen. 3.
  3. Standpunt van de verdediging De verdediging vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging, omdat er onvoldoende bewijs is dat verdachte opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de chemische stoffen. Verdachte wist ook niet en had geen ernstige reden om te vermoeden dat de chemische stoffen worden gebruikt bij de productie van harddrugs. 3.
  4. Oordeel van de rechtbank Met de officier van justitie en de verdediging vindt de rechtbank dat verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging. Verdachte heeft verklaard dat zij niet wist dat de chemische stoffen in de jerrycans die zijn aangetroffen in de woning en tuin van haar en haar man, medeverdachte [naam] , worden gebruikt bij de productie van harddrugs. Verdachte heeft verklaard dat zij aceton gebruikt voor haar nagels en dat medeverdachte aceton gebruikt voor het schoonmaken. Verdachte heeft bovendien verklaard dat de jerrycans in de tuin er al stonden toen zij jaren geleden bij medeverdachte in de woning is ingetrokken, dat er nooit iets met die jerrycans is gebeurd en dat zij niet wist wat erin zat. Het dossier geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van verdachte. De rechtbank vindt daarom dat niet kan worden bewezen dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de chemische stoffen die in haar woning en tuin zijn aangetroffen, bestemd zijn voor de verwerking en/of vervaardiging van harddrugs. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de beschuldiging. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Vaandrager, voorzitter, mrs. J.M. Jongkind en C. Wildeman, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. M. van der Post en C.A. Mud, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december
  5. De oudste rechter is niet in de gelegenheid te ondertekenen. Griffier mr. C.A. Mud is niet in de gelegenheid te ondertekenen. [Bijlage{...}]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.