← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7790

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752042-20 RK nummer: 21/6080 Datum uitspraak: 23 december 2021 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 november 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 januari 2020 door the County Court Essen (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1972, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats detentie] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 december 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Duitse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft. 3Referte De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een provisional detention order van County Court Essen (Duitsland) van 14 januari 2020 (referentienummer: 71 Gs 60/20). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 5Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten: Moord en doodslag, zware mishandeling Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the County Court Essen (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 december 2021. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.