ECLI:NL:RBAMS:2021:7800
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9069670 CV EXPL 21-3759 vonnis van: 9 november 2021 fno.: 436 vonnis van de kantonrechter I n z a k e Woonstichting Lieven De Key gevestigd te Amsterdam eiseres in conventie, verweerster in reconventie nader te noemen: De Key gemachtigde: mr. R.A. Veldman t e g e n B.V. [gedaagde] gevestigd te [vestigingsplaats] gedaagde in conventie, eiseres in reconventie nader te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. M.O. Klaassen VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] aanvullende producties ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juni 2021. Voor De Key verscheen [naam 1] , vergezeld door de gemachtigde. Voor [gedaagde] verscheen [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen ( [gedaagde] mede aan de hand van een pleitnotitie) hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na de mondelinge behandeling zijn de volgende processtukken ingediend:
GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.
1.1.
In 1988 heeft [gedaagde] met de rechtsvoorganger van De Key een overeenkomst gesloten tot huur van de bedrijfsruimte aan het adres [adres] , hierna het gehuurde. De huur is op 1 oktober 1988 aangegaan voor de duur van 5 jaar tot 30 september 1993 en is vervolgens telkens voor huurperiodes van 5 jaar verlengd. Het gehuurde betreft een unit van ongeveer 100 m2 in de bedrijfshal ‘ [naam hal] ’ in [vestigingsplaats] . De bedrijfshal heeft een oppervlakte van ca 6.500 m2.
1.2.
Het gehuurde is volgens de huurovereenkomst uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als reparatie-inrichting voor dynamo’s, startmotoren, magneten elektromotoren en ontstekingen voor auto’s, motorrijwielen en buitenboordmotoren, alsmede in- en verkoop van onderdelen auto – elektrische delen.
1.3.
Het terrein waarop [naam hal] is gebouwd is in 1985 door de gemeente Amsterdam verkregen uit de boedel van de NDSM werf en vervolgens in 1988 door de gemeente in erfpacht uitgegeven aan Miele & Co met de verplichting om de in erfpacht gegeven grond te gebruiken voor het stichten van een bedrijfsverzamelgebouw voor industrie en handel met uitsluiting van detailhandel. Miele & Co heeft [naam hal] in 1988 gesticht en in 1989 verkocht aan Meerdalhuis BV. Het gebouw is vervolgens 20 jaar in bezit geweest bij Meerdalhuis BV en in februari 2009 verkocht en in eigendom overgedragen aan De Key. De Key heeft ‘ [naam hal] ’ gekocht met het oog op toekomstige woningbouw.
1.4.
In 2014 is voor het betreffende gebied het bestemmingsplan NDFSM-werf West van kracht geworden. Op grond van het bestemmingsplan is woningbouw toegestaan op de locatie van de [naam hal] . De Key is voornemens [naam hal] te slopen en het terrein te gebruiken voor het (doen) ontwikkelen van een gemengd complex dat vooral bestemd is voor (sociale) woningbouw.
1.5.
Het betreffende kavel heeft als planologische bestemming “Gemengd-1”. In de Toelichting op het geldende bestemmingsplan NDSM-Werf West uit 2014, hoofdstuk 17.2, staat: “De bestemming Gemengd -1 betreft het huidige bedrijventerrein-gedeelte van het plangebied: de strook tussen de NDSM-straat en de Klaprozenweg. Dit is het gedeelte van de NDSM-werf dat de gemeente niet actief in ontwikkeling neemt, maar slechts een faciliterende rol heeft bij de wenselijke initiatieven. Deze faciliterende rol komt onder meer tot uiting door de verruiming van de bestemmingsmogelijkheden. Het is verder aan de markt om van de bredere mogelijkheden gebruik te maken.”
1.6.
De Key heeft per aangetekende brief van 7 september 2017 aan [gedaagde] laten weten dat De Key de huurovereenkomst na 30 september 2018 niet voor een volgende periode van 5 jaar te willen verlengen en stelt zij voor de huurovereenkomst na 30 september 2018 voor onbepaalde tijd voort te zetten en de opzegtermijn te wijzigen van twaalf naar zes maanden. Verder meldt De Key, voor zover hier relevant, in de brief het volgende: “Voor het geval u niet instemt met ons voorstel tot aanpassing van de verlenging en opzegtermijn, zeggen wij de met u gesloten huurovereenkomst hierbij gelijktijdig op tegen 30 september 2018. Tevens zeggen wij u de ontruiming aan per 30 september 2018 (…).”
1.7. [gedaagde] laat bij brief van 4 oktober 2017 De Key weten niet in te stemmen met het voorstel van De Key omdat de wettelijke regels voor de huur van 290-bedrijfsruimte bepalen dat de huurovereenkomst geldt voor de duur die is overeengekomen, dat de huur per 1 oktober 2018 dus wordt verlengd met vijf jaar, dat volgens de wet de opzegtermijn ten minste een jaar dient te zijn en het voorstel van De Key om dit te bekorten wettelijk gezien niet is toegestaan.
1.8.
Op 5 februari 2018 wordt namens De Key aan [gedaagde] gecommuniceerd over het plan om op de plaats van het gehuurde sociale woningen te realiseren. Dit heeft voor zover sprake zou zijn van 290-bedrijfsruimte te gelden als reden voor de opzegging, aldus De Key.
1.9.
Bij brief van 18 februari 2021 bericht de gemachtigde van De Key aan de gemachtigde van [gedaagde] , voor zover hier van belang: “Na overleg met uw gemachtigde heeft De Key besloten de huurovereenkomst met betrekking tot de gehuurde bedrijfsruimte (…) hier voorwaardelijk op te zeggen tegen 30 september 2023. De huur is in een eerder stadium opgezegd tegen 30 september 2018. Deze nieuwe opzegging zal uitsluitend worden ingeroepen indien blijkt dat de eerdere opzegging geen rechtsgevolg heeft.”
1.10.
Bij brief van 19 februari 2021 antwoordt de gemachtigde van [gedaagde] dat zijn client zich op het standpunt blijft stellen dat de huuropzegging tegen 30 september 2018 nietig is aangezien deze niet voldoet aan de vereisten van artikel 7:290 BW, dat zijn cliënt zich ervan bewust is dat het gehuurde ligt in een gebied dat thans herontwikkeld wordt en in dat verband de huurovereenkomst niet in stand kan blijven, maar dat zijn cliënt vooralsnog niet kan instemmen met een huurbeëindiging per 30 september 2023 nu De Key nog geen concreet, vergund en uitvoerbaar bouwplan gereed heeft.
1.11.
In het NDSM Investeringsbesluit – concept 3 april 2021 staat: “Voor het noordelijke deel van de werf, langs de TT Vasumwg en Klaprozenweg, wordt eveneens intensivering en verkleuring mogelijk gemaakt. Maar hier onderneemt de gemeente zelf geen actieve stappen.”
Vordering in conventie 2. De Key vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:Primair:a.) het tijdstip waarop de huur eindigt vast te stellen op 31 december 2021; b.) [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde binnen twee maanden na betekening van een bruikbare omgevingsvergunning die voorziet in de sloop van het gehuurde, een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat [gedaagde] na betekening van het vonnis in gebreke blijft hieraan te voldoen, gemaximeerd tot € 500.000,00; Subsidiair:c.) het tijdstip waarop de huur eindigt vast te stellen op 30 september 2023; d.) [gedaagde] , onder de voorwaarde dat De Key vanaf de datum van ontruiming t/m september 2023 maandelijks voorschot betaalt aan [gedaagde] ter grootte van € 3.192,76, [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde binnen twee maanden na betekening van een bruikbare omgevingsvergunning die voorziet in de sloop van het gehuurde, een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat [gedaagde] na betekening van het vonnis in gebreke blijft hieraan te voldoen, gemaximeerd tot € 500.000,00;Primair en subsidiair:e.) [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
Vordering in reconventie 3. [gedaagde] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a.) te verklaren voor recht dat op de huurbeëindiging artikel 7:309 BW van toepassing is;b.) De Key te veroordelen om aan [gedaagde] te betalen een schadeloosstelling van € 430.969,00 subsidiair een bedrag als schadeloosstelling op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet:c.) De Key te veroordelen in de kosten van de procedure.
Beoordeling in conventie 4. De Key en [gedaagde] hebben aanvankelijk gedebatteerd over de vraag of het huurregime van artikel 7:230a BW of het huurregime van artikel 7:290 BW bedrijfsruimte van toepassing is. Na een bezoek aan het gehuurde en een toelichting op de wijze van bedrijfsvoering erkent De Key dat er sprake is van een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW.
Opzegging tegen 30 september 2018?
In het geval het achterwege laten hiervan door de verhuurder rechtgezet kan worden door op een later moment alsnog de opzeggingsgronden te vermelden verliest deze regel betekenis. Een opzegging die nietig is omdat geen enkele opzeggingsgrond is aangevoerd kan daarom niet in een rechtsgeldige opzegging worden geconverteerd. Van bijkomende omstandigheden die een en ander in dit geval anders zouden maken is niet gebleken. Dat de verhuurder eerder meende dat sprake is van een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW, is hiertoe in ieder geval onvoldoende. Gesteld noch gebleken is dat deze inschatting een gevolg is van het handelen van huurder. Verder is hier sprake van een grote en professionele verhuurder waarvan verwacht mag worden dat die zich informeert over het karakter van het bedrijfspand alvorens de opzegging vorm te geven.
Uit de bestemmingsomschrijving zoals opgenomen in de huurovereenkomst is evenmin op te maken dat er een verplichting bestond tot een beperking tot zakelijke klanten. Evenmin kan worden aangenomen dat er een grond bestaat ten gevolge waarvan [gedaagde] verplicht zou zijn de De Key eerder dan zij heeft gedaan te wijzen op een gebrek in de opzegging en dat dat een reden zou zijn om de opzegging alsnog geldig te verklaren.
Opzegging huur tegen 30 september 2023 12. Bij de opzegging tegen 30 september 2023 zijn wel gronden vermeld. De Key beroept zich op dringend eigen gebruik van het gehuurde in de zin van artikel 7:296 lid 1 sub b BW.
Eigen gebruik 14. De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de stellingen van De Key volgt dat bij de ontwikkeling van het perceel mogelijk sprake is van een constructie waarbij het erfpachtrecht op enig moment zal worden gesplitst en deels worden overgedragen. Uit de stellingen van De Key volgt ook dat De Key actief deelneemt in de ontwikkeling van het voorgenomen project en eigenaar zal blijven van het woningprogramma en ongeveer 400 m2 maatschappelijke ruimte op de begane grond. De Key heeft uiteengezet dat vanwege de omvang van het project en de voor woningcorporaties geldende regels, De Key er voor heeft gekozen samen te werken met commerciële ontwikkelaars. De ontwikkeling zal zij niet geheel in eigen beheer en voor eigen rekening en risico doen. De kantonrechter overweegt dat dergelijke (financierings) constructies er niet aan in de weg staan om dringend eigen gebruik aan de zijde van De Key aan te nemen. Ook als het erfpachtrecht (deels) wordt vervreemd om later huurwoningen terug te kopen, zoals door [gedaagde] wordt gesteld, is in casu nog steeds sprake van een uitvoeringsmodaliteit die in de kern niet gericht is op vervreemding maar op renovatie en zo (sociale) woningbouw te bewerkstelligen. Dit betekent dat aangenomen kan worden dat sprake is van dringend eigen gebruik.
Datum opzegging en ontruiming 15. Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat maar summierlijk blijkt van de voorgenomen werkzaamheden. Het overgelegde schetsontwerp, de intentieverklaring van een projectontwikkelaar en De Key om de ontwikkeling en realisatie van het kavel te onderzoeken en de andere algemene stukken, maken duidelijk dat een en ander zich nog in een eerste stadium van de ontwikkeling bevindt. Dit laat onverlet dat voldoende aannemelijk is geworden dat dit project daadwerkelijk kan en zal worden uitgevoerd. Dit wordt op zichzelf ook wel erkend door [gedaagde] . Nu de datum van beëindiging pas over twee jaar ligt is het voldoende aannemelijk dat tegen die tijd de plannen nader zijn geconcretiseerd en de eerste stappen van de ontwikkeling, waaronder de sloop, ook daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden.
Ontruiming 17. Dat De Key een dermate groot belang heeft bij een ontruimingsdatum die eerder ligt dan de datum van beëindiging is, mede gelet op de summiere onderbouwing van de bestaande plannen en het feit dat deze plannen zich in een eerste stadium bevinden, door De Key onvoldoende onderbouwd. De gevorderde ontruiming voorafgaand aan de datum van beëindiging van de huurovereenkomst zal daarom worden afgewezen. Evenmin wordt grond gezien om af te wijken van het uitgangspunt dat het vonnis inzake de beëindiging en de daarmee samenhangende ontruiming niet uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Verhuis- en inrichtingskosten en voortzetting procedure 18. Gelet op artikel 7:297 BW kan de rechter een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten toekennen. Het debat tussen partijen hieromtrent is nog niet voldragen en dient te worden voortgezet. Gelet op artikel 7:297 lid 2 BW wordt aan De Key een termijn gegeven om bij akte te kennen te geven dat zij afstand doet van haar bevoegdheid om haar beëindigingsvordering in te trekken. In het geval De Key afstand heeft gedaan van deze bevoegdheid zal er in beginsel twee weken later inzake conventie en in reconventie een einduitspraak worden gedaan. Daarmee is de procedure in reconventie dan afgedaan. De procedure in conventie zal dan (uitsluitend) voor wat betreft de verhuis- en inrichtingskosten worden voortgezet.
Beoordeling in reconventie 19. De reconventionele vordering is voorwaardelijk ingesteld, namelijk onder de voorwaarde dat besloten wordt dat de huurovereenkomst op enig moment zal eindigen ten gevolge van de opzegging. Uit het voorgaande volgt dat aan deze voorwaarde wordt voldaan. In reconventie gaat het om de vraag of er met de voorgenomen herontwikkeling van het perceel waarop het gehuurde staat sprake is van een huur beëindiging met het oog op uitvoering van werk in het algemeen belang in de zin van artikel 7:309 BW.
BESLISSING De kantonrechter:
In conventie:
Verwijst de zaak naar de rol van 23 november 2021 voor akte als omschreven onder r.o. 18 zijdens De Key;
In conventie en reconventie:
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.