← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7942

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER RK-nummer: 21/6651 Datum beslissing: 22 december 2021 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 13 december 2021, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Duisburg (Duitsland) op 24 september 2021 en betreft: [verdachte] , geboren op [geboorte dag] te [geboorte plaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [adres] thans gedetineerd in [gedetineerd] hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De overgeleverde persoon is op 1 december 2021, in het bijzijn van zijn raadsman, gehoord door de arrondissementsrechtbank Duisburg. Uit het betreffende proces-verbaal leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. De overgeleverde persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Het verzoek kan daarom worden ingewilligd, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De Staatsanwältin Duisburg heeft bij e-mail van 16 december 2021 met als onderwerp “Urgent request EAB 187 AR 11/21 [verdachte] : guarantee of return” de volgende garantie gegeven: “It is assured that in the event of a final conviction of the prosecuted person in the Federal Republic of Germany on the basis of the applicable version of the Council Framework Decision 2008/909/JI dated 27th November 2008 about the application of the principle of mutual recognition of judgements in criminal matters in which a custodial sentence or measure is imposed for the purpose of its enforcement in the European Union (ABI. L 327 dated 5th December 2008, page 27) the prisoner will be returned to the Netherlands for further execution of the sentence.” Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. 2Beslissing De rechtbank: verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [verdachte] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 22 december 2021 door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.