← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:7984

RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummers: 13/701383-18 (zaak A) en 13/237971-20 (zaak B) Datum uitspraak: 24 december 2021 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, ingeschreven op het adres [adres verdachte] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 december

  1. De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. K. van der Willigen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.L. van Gaalen, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan, zaak A: diefstal(len) in vereniging van instrumentenpanelen, dashboards en/of auto-onderdelen uit een auto, toebehorend aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , door middel van braak, verbreking of een valse sleutel op 5 maart 2018 te Amsterdam; zaak B, feit 1: diefstal in vereniging van een auto toebehorend aan [benadeelde partij 3] , door middel van braak, verbreking of een valse sleutel in de periode van 17 september 2019 tot en met 18 september 2019 te Zaandam; feit 2: diefstal in vereniging van een auto (met kenteken WIL) toebehorend aan [benadeelde partij 4] , door middel van braak, verbreking of een valse sleutel in de periode van 19 oktober 2019 tot en met 20 oktober 2019 te Amsterdam. De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Beoordeling van het bewijs De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten in zaak A en zaak B niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Ten aanzien van zaak A De rechtbank stelt vast dat uit de auto’s van aangevers instrumentenpanelen zijn weggenomen. Kort daarvoor heeft de huurauto waarin verdachte en de medeverdachten reden stilgestaan in de directe omgeving van de auto’s van aangevers. De weggenomen instrumentenpanelen zijn aan de kant van de weg aangetroffen, dichtbij de locatie waar verdachte en de medeverdachten zijn aangehouden, nadat zij met de huurauto voor de politie waren weggevlucht. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de gevonden instrumentenpanelen uit de huurauto, waarin verdachte en de medeverdachten zaten, zijn gegooid. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of verdachte een wezenlijke bijdrage bij de diefstal heeft gehad en dus of er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten bij deze diefstal. De enkele omstandigheid dat verdachte in de auto zat van waaruit kort daarvoor de gestolen instrumentenpanelen zijn gegooid, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het medeplegen van de tenlastegelegde diefstallen te komen. Ten aanzien van zaak B De rechtbank is van oordeel − samen met de officier van justitie en de verdediging − dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde diefstallen in zaak B. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus, voorzitter, mrs. A. van der Pol en M.J.A. Tax, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Koudadi, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 december
  2. [(...)]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.