← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:8009

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER RK-nummer: 21/5164 Datum beslissing: 29 december 2021 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 21 september 2021, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Swedish Prosecution Authority, National Public Prosecution Department (Zweden) op 17 september 2021 en betreft: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Zweden), thans gedetineerd in Zweden, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. In de “Memo Surrender for other offences” is onder meer het volgende meegedeeld: “ [opgeëiste persoon] was asked whether he consented to prosecution and a penalty in Sweden for the offence – attempted gross extortion – of which he has now been notified in an interrogation and which was committed before his surrender from the Netherlands. [opgeëiste persoon] was informed that if he consents, the prosecutor in Sweden, Public Prosecutor Eva Wintzell , would be called and [opgeëiste persoon] would be able to convey his position to the prosecutor via telephone, and if [opgeëiste persoon] did not consent, the next step would be that the prosecutor in Sweden, Public Prosecutor Eva Wintzell , would contact the Netherlands and obtain a decision in that regard. Public Prosecutor Eva Wintzell had also informed [opgeëiste persoon] ’s lawyer Jonas Granfeldt about surrender for other offences before [opgeëiste persoon] was notified about the new suspicions so that Granfeldt would be able to explain this to his client before the interrogation. [opgeëiste persoon] was asked about his position on surrender for other offences and [opgeëiste persoon] replied that he would wait before giving his answer. Inspector [naam 2] and Inspector [naam 3] tried to obtain a clearer response from [opgeëiste persoon] , but [opgeëiste persoon] repeated that he wanted to wait before giving his answer.” Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken (vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63). De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. 2Beslissing De rechtbank: verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [opgeëiste persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 29 december 2021 door mr. M van Mourik, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters griffier. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63-68.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.