vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/710911 / KG ZA 21-1009 AB/JT Vonnis in kort geding van 10 december 2021 in de zaak van 1 [eiser] , wonende te [woonplaats 1] ,
- de vereniging OMROEPVERENIGING BNNVARA, gevestigd te Hilversum, eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 9 december 2021, advocaat mr. L. Oranje te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, verschenen in persoon. Partijen zullen hierna [eiser] , BNNVARA en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure Op de mondelinge behandeling van 10 december 2021 hebben [eiser] en BNNVARA de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft mede aan de hand van een tevoren toegestuurde conclusie van antwoord verweer gevoerd. [eiser] en BNNVARA hebben producties ingediend. Op de mondelinge behandeling waren aanwezig: - mr. Oranje namens [eiser] en BNNVARA; - [gedaagde] . Vonnis is bepaald op vandaag. 2Het geschil 2.
- [eiser] en BNNVARA vorderen om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis: I. [gedaagde] op straffe van een dwangsom te verbieden, onmiddellijk na het wijzen van dit vonnis, op welke wijze dan ook, zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend, via het internet, in e-mails, of via enig ander medium, adresgegevens van [eiser] openbaar te maken, waarbij onder het verbod vallen in elk geval uitingen zoals straatnaam, huisnummer, postcode, plaatsnaam en beelden van de straat en/of woning van [eiser] en gegevens van soortgelijke strekking, waardoor het privéadres van [eiser] bekend kan worden, II. [gedaagde] op straffe van een dwangsom te gebieden, onmiddellijk na betekening van dit vonnis, alle adresgegevens van [eiser] zoals omschreven onder I. te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden uit iedere (online) publicatie die [gedaagde] verspreidt of doet verspreiden, en iedere verdere openbaarmaking van deze gegevens te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, III. [gedaagde] op straffe van een dwangsom te verbieden, onmiddellijk na betekening van dit vonnis, op welke manier dan ook, het privéadres van [eiser] in Amsterdam te bezoeken, dan wel te laten bezoeken, IV. [gedaagde] te veroordelen in de proces- en nakosten. 2.
- [gedaagde] voert verweer. 2.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 3De beoordeling 3.
- In twee afleveringen van het BNNVARA programma BOOS is aandacht besteed aan [gedaagde] en zijn tatoeagebedrijf [bedrijf] en aan het verhaal van twee ex-werknemers, dat in dit bedrijf hygiëne- en veiligheidsvoorschriften zouden worden genegeerd. In een poging om [gedaagde] daarover aan te spreken heeft presentator [eiser] hem uiteindelijk met draaiende camera opgezocht terwijl hij bij zijn huis aan het joggen was. 3.
- Onder het motto ‘wie kaatst kan de bal verwachten’ heeft [gedaagde] zich daarop met draaiende camera bij [eiser] thuis aan de voordeur vervoegd om hem te onderhouden over de uitzendingen van BOOS. [gedaagde] wil deze opnamen binnenkort op Youtube zetten. 3.
- Partijen zijn het erover eens dat het tot de uitingsvrijheid van [gedaagde] behoort om in het openbaar zijn mening te geven over de uitzendingen, zoals het BNNVARA en [eiser] vrijstond mogelijke misstanden bij het tatoeagebedrijf aan de kaak te stellen. Zij zijn het er eigenlijk ook over eens dat het niet de bedoeling is dat via de door [gedaagde] openbaar gemaakte beelden het privéadres van [eiser] kan worden achterhaald. Dat zou een ernstige inbreuk zijn op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] en in het geheel niet nodig voor het punt dat [gedaagde] met zijn publicatie wil maken. [gedaagde] zou daarmee dan ook onrechtmatig handelen jegens [eiser] . 3.
- Partijen zijn tot kort voor de zitting bezig geweest om de zaak te regelen. Omdat [eiser] en BNNVARA, gezien de slechte verhoudingen, geen genoegen hoeven te nemen met de enkele toezegging van [gedaagde] dat het privéadres niet zal worden gedeeld en opdat [gedaagde] voordat hij gaat publiceren weet waar hij aan toe is, zullen de vorderingen onder I en II worden toegewezen zoals hierna is vermeld. De omstandigheid dat partijen het ook zonder vonnis wel eens waren over het niet-publiceren van (gegevens die kunnen leiden naar) het privéadres van [eiser] , is reden de proceskosten tussen hen te verrekenen zoals hierna is vermeld. 3.
- De advocaat van [eiser] en BNNVARA heeft op de zitting gezegd dat de vordering onder III, die neerkomt op een straatverbod, niet zal worden gehandhaafd als de vorderingen onder I en II worden toegewezen. Over die derde vordering hoeft dus niet meer te worden beslist. 4De beslissing De voorzieningenrechter 4.
- verbiedt [gedaagde] , onmiddellijk na het wijzen van dit vonnis, op welke wijze dan ook, zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend, via het internet, in e-mails, of via enig ander medium, adresgegevens (zoals in elk geval straatnaam, huisnummer, postcode, plaatsnaam en beelden van de straat en/of woning van [eiser] ) en gegevens van soortgelijke strekking, waardoor het privéadres van [eiser] bekend kan worden, openbaar te maken, 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] en BNNVARA een dwangsom te betalen van € 10.000,-- voor iedere keer dat hij handelt in strijd met het in 4.1 uitgesproken verbod, tot een maximum van € 100.000,-- is bereikt, 4.
- gebiedt [gedaagde] , onmiddellijk na betekening van dit vonnis, alle adresgegevens van [eiser] zoals omschreven onder 4.1 te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden uit iedere (online) publicatie die [gedaagde] verspreidt of doet verspreiden, en iedere verdere openbaarmaking van deze gegevens te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] en BNNVARA een dwangsom te betalen van € 10.000,-- voor iedere dag of een gedeelte van een dag dat hij handelt in strijd met het in 4.3 uitgesproken gebod, tot een maximum van € 100.000,-- is bereikt, 4.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- verrekent de kosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.E. Tiddens, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 december
- type: JT coll: LO