vonnis RECHTBANK AMSTERDAM afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/670622 / HA ZA 19-868 Vonnis van 3 februari 2021 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat eerst mr. H.M. Fritschy, thans mr. P.R. Hendriks te Amsterdam, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats 2] , 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagden, advocaat mr. B. Coskun te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 31 juli 2019, met producties; de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties; de conclusie van antwoord in incident, met producties; het extract uit de minuten berustende ter griffie van deze rechtbank, waaruit blijkt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op 8 januari 2020 in het incident is vergund [naam 1] en Mulberry International B.V. in vrijwaring te doen dagvaarden tegen 19 februari 2020 (en de beslissing omtrent de kosten is aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak); de conclusie van antwoord; het tussenvonnis van 29 juli 2020, waarbij een comparitie van partijen is gelast; het proces-verbaal van comparitie van 23 november 2020 en de daarin vermelde spreekaantekeningen. 1.2. In het griffiedossier bevindt zich een door mr. Hendriks, althans mr. Fritschy, overgelegd “Overzicht beslagstukken bij dagvaarding inzake [eiser] / [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ”, met bijlagen. Mr. Coskun heeft ter gelegenheid van de comparitie verklaard dat hij dat overzicht niet kende. Mr. Hendriks heeft daarop verklaard dat hij mr. Coskun een kopie zou doen toekomen. Het bedoelde overzicht behoort daarom tot de processtukken. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is op 1 januari 1991 in dienst getreden van Mulberry International B.V. (hierna: Mulberry). 2.2. Mulberry maakte met Spaceward B.V. (hierna: Spaceward) deel uit van een groep van vennootschappen met aan het hoofd Greyfriars Group B.V. 2.3. Spaceward en Mulberry hebben de volgende bestuurders: [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is op 29 april 2016 aangetreden als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Spaceward (afgetreden per 23 mei 2019) en Mulberry. [gedaagde 1] is op 6 juni 2017 aangetreden als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Spaceward en op 12 juni 2017 als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Mulberry. [gedaagde 2] is op 9 februari 2018 aangetreden als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Spaceward en Mulberry. 2.4. Begin 2016 heeft Spaceward met instemming van [eiser] de arbeidsovereenkomst tussen Mulberry en [eiser] overgenomen. 2.5. Op of omstreeks 23 januari 2017 hebben [eiser] en Spaceward de arbeidsovereenkomst gewijzigd in die zin dat het aantal werkuren per week is verlaagd. 2.6. [eiser] heeft zich op 18 juni 2018 ziek gemeld. 2.7. Een door [naam 1] , [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) ondertekend stuk (hierna: het addendum), gedateerd 19 juli 2018, luidt, voor zover hier van belang: Ondergetekenden: (…) Hij hebben zowel voor zichzelf als namens een aantal vennootschappen de in de bijlage aangehechte overeenkomst getekend (“de overeenkomst”). Ter verduidelijking van artikel 18 van de overeenkomst bevestigen partijen dat artikel 18 als volgt dient te worden gelezen: indien gedurende één jaar na de overgang van [eiser] van Spaceward BV aan Mulberry International BV, Spaceward BV aangesproken wordt voor een eventuele ingevolge (…) artikel 7:663 jo 7:662 lid 2 BW te betalen transitievergoeding van maximaal € 61.013 aan mevrouw [eiser] , [naam 1] ( [naam 1] ; rechtbank) en Mulberry International BV zich elk hoofdelijk verbinden dit bedrag op eerste onderbouwd verzoek binnen 14 dagen aan Spaceward BV te vergoeden. 2.8. Bij brief van 30 juli 2018 hebben [naam 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 1] namens Spaceward, voor zover hier van belang, aan [eiser] geschreven: Hierbij refereren wij aan het gesprek dat [naam 1] en [naam 3] met jou afgelopen (…) 24 juli in Hotel V hebben gehad. (…) Tijdens het gesprek heeft [naam 1] je geïnformeerd omtrent de ontwikkelingen in de organisatie. Mulberry International BV zal zich afsplitsen van de Greyfriars Group BV waarvan ook Spaceward deel uitmaakt. Aangezien jij weliswaar bij Spaceward in dienst bent maar je werkzaamheden ten behoeve van cliënten van Mulberry International BV uitvoert, betreft dit jouw positie rechtstreeks en we willen je met deze brief schriftelijk bevestigen wat voor jou de gevolgen zijn. Ingevolge de wet (Artikel 7:663 jo 7:662 lid 2 BW) volgen de werknemers de bedrijfsactiviteiten waar zij de werkzaamheden voor uitvoeren en dat betekent dat jij jouw werk ten behoeve van Mulberry volgt. De arbeidsovereenkomst gaat van rechtswege over op Mulberry International BV en wel per de datum van aandelenoverdracht. [naam 1] heeft je op 24 juli jl. al verzekerd dat hij daar blij mee is. Je behoudt je eigen functie en jouw arbeidsovereenkomst blijft ongewijzigd van kracht. 2.9. Bij e-mailbericht van 28 augustus 2018 heeft [gedaagde 2] , voor zover hier van belang, aan [naam 1] (en in c.c. aan [gedaagde 1] en [naam 2] ) geschreven: Wij hebben het salaris van [eiser] ; rechtbank) overgeboekt. (…). De totale kosten bedraagt EUR 4,933.84. Kun jij dit overboeken naar Spaceward. Hieronder heb ik de werkgeversloonstrook bijgevoegd ter onderbouwing. 2.10. Bij e-mailbericht van dezelfde datum heeft [naam 1] daarop geantwoord: Wordt geregeld, ik maak het zometeen over. 2.11. Bij e-mailbericht van 9 november 2018 heeft [eiser] aan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] (en in c.c. aan [naam 1] ) geschreven: Hiermee laat ik jullie nogmaals weten dat ik niet akkoord ben met jullie aanname dat mijn arbeidsovereenkomst met Greyfriars van rechtswege overgaat op Mulberry; het is juridisch niet mogelijk. Verdere gesprekken met [naam 1] lijken mij niet zinvol omdat hij niet meer werkzaam is bij Greyfriars. 2.12. Op 1 mei 2019 heeft bij de kantonrechter van deze rechtbank een zitting plaatsgevonden in de zaak van [eiser] als verzoekster en Spaceward als verweerster. Daarbij waren aanwezig [eiser] in persoon en haar gemachtigden, en namens Spaceward [gedaagde 1] en haar gemachtigde. Het door [eiser] en [gedaagde 1] ondertekende proces-verbaal van die zitting luidt, voor zover hier van belang: Partijen hebben kennisgenomen van de mededeling van de kantonrechter ter zitting dat (…) binnen een week na heden een beschikking zal volgen, waarbij de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2019 zal worden ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen hebben de volgende vaststellingsovereenkomst gesloten: 1. Partijen komen overeen dat de werknemer aanspraak heeft op een overeengekomen vergoeding van € 90.000,00 bruto (inclusief transitievergoeding) en dat de werkgever in de beschikking tot ontbinding zal worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding. 2. Het bedrag van de overeengekomen vergoeding moet uiterlijk op 1 september 2019 zijn bijgeschreven op het bij Spaceward bekende rekeningnummer van [eiser] . 3. Partijen komen overeen dat zij afzien van hoger beroep tegen de beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en toekenning van de overeengekomen vergoeding, en verklaren dat zij ook berusten in die beschikking. 4. [eiser] meldt zich per heden arbeidsgeschikt. 5. Partijen komen ten aanzien van de hierna te noemen punten het volgende overeen: a. het gebruikelijke loon, te weten het overeengekomen loon van € 5.063,25 bruto per maand exclusief vakantiebijslag, wordt doorbetaald tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Voorts wordt het achterstallig loon over de maanden maart en april 2019 betaald. Dit bedraagt 70% van het laatstverdiende loon; b. de werknemer wordt tot het einde van de arbeidsovereenkomst vrijgesteld van werkzaamheden; c. eventuele opgebouwde en niet-genoten vakantiedagen of vakantie-uren worden geacht te zijn opgenomen; d. het opgebouwde vakantiegeld wordt betaald bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Voorts wordt de 13e maand pro rata uitbetaald; e. voor zover partijen een concurrentbeding zijn overeengekomen is dat vervallen. 6. Spaceward betaalt de volledige kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 15.000,00 ex btw en kantoorkosten aan de advocaat van [eiser] . Spaceward zal daarvoor een factuur ontvangen. De factuur zal binnen 14 dagen na factuurdatum worden voldaan door Spaceward. 7. Partijen komen geheimhouding overeen ten aanzien van deze regeling tegenover collega’s van Spaceward en [naam 2] Smith & partners. 8. Beide partijen verplicht zich om zich niet negatief tegenover derden over elkaar uit te laten. 9. Partijen komen overeen dat zij overigens ieder hun eigen proceskosten dragen. 10. Na voldoening aan bovenstaande afspraken hebben partijen ter zake van de arbeidsovereenkomst en het einde daarvan niets meer van elkaar te vorderen en zij verlenen elkaar over en weer finale kwijting. 2.13. Bij beschikking van 8 mei 2019 heeft de kantonrechter vervolgens als volgt beslist: I. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 september 2019; II. veroordeelt Spaceward tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 90.000,00 bruto; III. wijst af hetgeen door partijen meer of anders is verzocht; IV. bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt. 2.14. Bij e-mail van 13 mei 2019 heeft [gedaagde 1] , voor zover hier van belang, aan [naam 1] geschreven: Zou nog terugkomen op jouw email. Ik ben er niet van gediend dat mensen mij woorden in de mond proberen te leggen. Kennelijk kun jij zelf concluderen dat ik geen bezwaar ga aantekenen. Ik snap niet dat jij als mede-bestuurder je handen niet uit de mouwen wil steken. Je legt alles op mijn bord, zonder je eigen verantwoordelijkheid te nemen. Laten we ook dit onderwerp goed agenderen voor de algemene vergadering van aandeelhouders. Het kan toch niet zo zijn dat jij niets te maken hebt met Spaceward B.V. Dit doe jij ook inzake de kwestie [eiser] ; rechtbank). Laat je mij weten of je kunt instemmen met een algemene vergadering op de kort mogelijke termijn. Laten we dan ook meteen afspreken wie zich met welke taken zal bemoeien met Spaceward en eveneens de andere vennootschappen. 2.15. Bij e-mail van 14 mei 2019 heeft [gedaagde 1] , voor zover hier van belang, aan [naam 1] (en in c.c. aan [gedaagde 2] ) geschreven: We hebben het geld inzake [eiser] nog niet ontvangen. Graag ontvangen we het geld uiterlijk morgen zodat we dit aan [eiser] kunnen overboeken. 2.16. Bij e-mailbericht van 15 mei 2019 heeft de toenmalige advocaat van [eiser] , voor zover hier van belang, aan [gedaagde 1] (en in c.c. aan [gedaagde 2] en [naam 1] ) geschreven: Ik heb zojuist met verbazing kennisgenomen van het feit dat het achterstallig loon van cliënte over de maanden maart en april nog altijd niet is voldaan. Kunt u mij per ommegaande bevestigen dat dit bedrag direct naar cliënte zal worden overgemaakt? Bij gebreke waarvan ik cliënte zal adviseren om tot executiemaatregelen over te gaan. De daarmee gepaard gaande kosten komen in dat geval voor uw rekening. 2.17. Bij e-mailbericht van 16 mei 2019 heeft [gedaagde 1] aan de toenmalige advocaat van [gedaagde 1] (en in c.c. aan [naam 1] en [gedaagde 2] ) geantwoord: Uw email heb ik mogen ontvangen. Ik vind deze buitengewoon agressief. Het bedrijf doet er alles aan om haar betalingsverplichtingen te voldoen. U dient hier rekening mee te houden en eveneens hiervoor geduld op te brengen. Onnodige kostenverhogende actiemaatregelen zijn ten detrimente van de belangen van uw cliënte. 2.18. Bij e-mailbericht van 20 mei 2019 heeft de toenmalige advocaat van [eiser] , voor zover hier van belang, aan [gedaagde 1] (en in c.c. aan [gedaagde 2] , [naam 1] en de gemachtigde van Spaceward) geschreven: Conform de wet dient het salaris uiterlijk de derde werkdag na de dag waarop dit normaal gesproken wordt uitbetaald op de rekening van werknemer te staan. Indien het loon te laat wordt betaald, heeft werknemer recht op een wettelijke verhoging. Bovendien moet werkgever wettelijke rente betalen over het salaris dat hij te laat betaalt. Cliënte stelt u hierbij voor een laatste maal in de gelegenheid om per ommegaande te bevestigen dat het achterstallig loon over maart en april direct naar cliënte zal worden overgemaakt, bij gebreke waarvan ik reeds opdracht heb een deurwaarder in te schakelen. In dat geval zal aanspraak worden gemaakt op de wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede zullen alle bijkomende kosten op u worden verhaald. 2.19. Bij e-mailbericht van dezelfde datum heeft [gedaagde 1] het e-mailbericht van de toenmalige advocaat van [eiser] doorgestuurd aan [naam 1] en daarbij geschreven (met c.c. aan [naam 2] en [gedaagde 2] ): Zou je het bedrag per direct over willen maken. Ik zit al twee weken achter je aan en ik krijg alleen vage antwoorden van je, waar we niets aan hebben. Ik verzoek je het bedrag per direct over te boeken naar Spaceward en kunnen wij het aan [eiser] overmaken. Ik ga terugkoppeling geven aan Hannah dat het bedrag uiterlijk woensdag op de rekening staat van [eiser] en dat je ermee bezig bent. Dus graag het bedrag uiterlijk voor 5 uur in de middag overboeken. Zoals je weet gaat verzuimverzekeraar niets overboeken, indien je bezwaar wilt tekenen heb je ‘carte blanche’ van mij. Ik ga niet nog meer tijd hier aan spenderen. 2.20. Bij e-mailbericht van opnieuw dezelfde datum (maandag 20 mei 2019) heeft [gedaagde 1] aan de toenmalige advocaat van [eiser] (en in c.c. aan [naam 1] , [gedaagde 2] en de gemachtigde van Spaceward) geantwoord: Nogmaals wil ik u erop aandringen dat uw agressieve houding mij niet bevalt. Dit is niet bevorderlijk voor de gang van zaken en we verzoeken u ook niet verdere communicatie met ons te houden. Voor verdere communicatie hebben wij wel rechtstreeks contact met [eiser] . Inzake betaling, mijn collega [naam 1] is ermee bezig en [eiser] zal het openstaande bedrag uiterlijk voor donderdag worden overgeboekt. 2.21. Bij notariële akte van donderdag 23 mei 2019 zijn de aandelen Mulberry overgedragen aan [naam 1] . 2.22. [naam 1] is op dezelfde datum afgetreden als bestuurder van Spaceward. 2.23. Bij deurwaardersexploot van 28 mei 2019 heeft [eiser] het hiervoor vermelde proces-verbaal en de hiervoor vermelde beschikking aan Spaceward doen betekenen. 2.24. Op 6 juni 2019 heeft [eiser] ten laste van Spaceward executoriaal derdenbeslag doen leggen. 2.25. Blijkens de vervolgens afgegeven verklaring derdenbeslag bedraagt het totaal getroffen saldo op het tijdstip van beslag EUR 243,78. 2.26. Op 18 juli 2019 heeft [eiser] met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank conservatoire beslagen doen leggen ten laste van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, dan wel een van hen, veroordeelt om:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.