← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2021:8385

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/142 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen De Volkskrant B.V. , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde eiseres] ), en het Ministerie van Financiën, verweerder (gemachtigde: mr. drs. M.A.A. di Bucchianico). Procesverloop Eiseres heeft op 16 oktober 2020 verzocht om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Eiseres heeft op 7 januari 2021 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek om informatie. Verweerder heeft een verweerschrift ingezonden. Eiseres heeft daarop gereageerd. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Eiseres heeft bij brief van 15 oktober 2020 een Wob-verzoek ingediend. Dit verzoek ziet – kort gezegd – op openbaarmaking van documenten en communicatie over de Volksbank in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 15 oktober
  4. Op 22 oktober 2020 heeft verweerder eiseres bericht dat haar verzoek op 16 oktober 2020 is ontvangen en aangegeven dat maximaal vier weken extra nodig zijn om te beslissen op het verzoek. Op 23 oktober 2020 heeft verweerder om precisering van het Wob-verzoek gevraagd en vervolgens is tussen partijen gecommuniceerd over de voortgang daarvan. De rechtbank overweegt dat verweerder binnen vier weken op het Wob-verzoek moet beslissen, gerekend vanaf de dag nadat het verzoek is ontvangen, tenzij verweerder binnen die termijn aangeeft dat meer tijd nodig is om te beslissen op het verzoek. In dat geval kan de termijn met vier weken worden verlengd. De beslistermijn is verlengd met de brief van 22 oktober
  5. Dat betekent dat verweerder in beginsel uiterlijk op 11 december 2020 op het verzoek had moeten beslissen. Verweerder heeft dat niet gedaan. Eiseres heeft op 17 december 2020 verweerder schriftelijk in gebreke gesteld. Vervolgens is eiseres op 7 januari 2021 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op haar verzoek om informatie.
  6. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder na die beslistermijn in gebreke heeft gesteld en meer dan twee weken daarna in beroep is gegaan.
  7. Het beroep is dus gegrond.
  8. Als een beroep gegrond is en er nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb). 7.1 In het verweerschrift van 21 januari 2021 heeft verweerder verklaard dat de verwachting is dat hij eind maart/begin april 2021 een besluit kan nemen. Verweerder wijst erop dat de inventarisatie van de documenten tot nu toe 813 documenten heeft opgeleverd en dat derde-belanghebbenden nog een redelijke termijn moeten krijgen om een zienswijze in te dienen. De verwachting is dat dit twee a drie weken zal duren, inclusief verwerking van de zienswijzen door verweerder. 7.2 Eiseres vindt de door verweerder genoemde termijn te lang en wijst er daarbij op dat de beslistermijn al ruimschoots is verstreken. 7.3 De rechtbank is van oordeel dat met inachtneming van de informatie van verweerder een termijn van vier weken voldoende ruimte biedt ter afronding van het Wob-verzoek. De rechtbank neemt hierbij enerzijds in overweging dat de beslistermijn ruimschoots is overschreden en verweerder voldoende tijd heeft gehad om te handelen in het kader van de afhandeling van het Wob-verzoek. Anderzijds neemt de rechtbank in aanmerking dat het om vrij omvangrijk Wob-verzoek gaat en dat derde-belanghebbenden nog om een zienswijze moet worden gevraagd en dat de termijn genoemd in het verweerschrift overeen komt met een termijn van vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Het voorgaande betekent dat verweerder wordt opgedragen uiterlijk zes weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden een beslissing op het Wob-verzoek van eiseres te nemen.
  9. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
  10. Omdat het beroep gegrond is, draagt de rechtbank verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 360,- aan eiseres te vergoeden. Van andere voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak te beslissen op het Wob-verzoek met inachtneming van deze uitspraak; bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,‑; en, draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van E.P.W. Kwakman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Artikel 6, eerste lid, van de Wob. Artikel 6, tweede lid, van de Wob.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.