RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752403-21 RK nummer: 21/6868 Datum uitspraak: 24 februari 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 22 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juli 2021 door de Circuit Court in Tarnobrzeg, II Criminal Department (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 februari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon – aanwezig via een videoverbinding - is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie verstrekt op 18 januari 2022 door de Circuit Court in Tarnobrzeg, II Criminal Department, wordt melding gemaakt van de volgende vonnissen: Een vonnis van de District Court in Tarnobrzeg van 22 mei 2019 (II K 828/18), bevestigd door de Circuit Court in Tarnobrzeg in een arrest van 4 september 2019 (II Ka 232/19); Een samengesteld vonnis van de District Court in Tarnobrzeg van 25 januari 2017 (II K 632/16), omvattend: het vonnis van de District Court in Dębica van 19 augustus 2013 (II K 1014/12); het vonnis van de District Court in Tarnozbreg van 19 oktober 2015 (II K 275/15), bevestigd door de Circuit Court in Tarnobrzeg. In het EAB, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie verstrekt op 18 januari 2022 door de Circuit Court in Tarnobrzeg, II Criminal Department, staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot de vonnissen van 25 januari 2017 en 19 augustus 2013 hebben geleid, en dat de opgeëiste persoon en zijn advocaat aanwezig waren bij het proces in hoger beroep dat tot het arrest van 4 september 2019 heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van twee vrijheidsstraffen voor de duur van respectievelijk: 6 maanden, opgelegd bij het arrest van 4 september 2019; 2 jaren en 2 maanden, opgelegd bij het vonnis van 25 januari 2017, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straffen resteren volgens het EAB nog respectievelijk: 5 maanden en 28 dagen, op grond van het arrest van 4 september 2019; 1 jaar en 18 dagen, op grond van het vonnis van 25 januari 2017. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en arrest. Bovengenoemde vonnis en arrest betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.