vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/220467-21 (Promis) Datum uitspraak: 24 februari 2022 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1997, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, wonende op het adres [adres verdachte] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 februari 2022. Verdachte was niet ter terechtzitting aanwezig, maar had zijn raadsvrouw, mr. E.C.J. Peek, advocaat te Amsterdam, uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.M. van den Berg en van wat de raadsvrouw van verdachte naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij 1 op of omstreeks 16 augustus 2021 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Astra, type/model Cadix, kaliber .38 special zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of (bijbehorende) munitie van categorie III, te weten patronen, kaliber .38 special, voorhanden heeft gehad. 2 op of omstreeks 16 augustus 2021 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3 op of omstreeks 16 augustus 2021 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj, in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Vrijspraak 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Daartoe heeft zij aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over het in de auto aangetroffen vuurwapen, de bijbehorende munitie en de cocaïne, alsmede de uit het raam gegooide en op straat gevonden blokken hasjiesj. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de tenlastegelegde feiten niet kunnen worden bewezen. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er in de auto een vuurwapen en drugs lagen en de vereiste wetenschap kan evenmin worden afgeleid uit de feitelijke situatie in de auto. Verdachte zat op de achterbank van de auto. Het vuurwapen en de munitie lagen onder de voetenmat van de bijrijdersstoel en de cocaïne zat in een plastic tas die bij de voeten van de bijrijder stond. Verdachte heeft ontkend dat hij die goederen in de auto heeft gezien en op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte vanuit zijn positie in de auto zicht had de tas met cocaïne en/of het vuurwapen. Ook zijn er geen dactyloscopische of DNA-sporen van verdachte op het blok cocaïne of het vuurwapen aangetroffen. Ten aanzien van de op straat gevonden hasjiesj heeft verdachte ontkend dat hij in de auto een rode schoenendoos met daarin blokken verdovende middelen heeft gezien. Er bevinden zich geen stukken in het dossier die op het tegendeel wijzen. Alles overwegend acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de in de auto aangetroffen cocaïne, het vuurwapen en de uit de auto gegooide blokken hasjiesj. Daarom wordt verdachte van alle tenlastegelegde feiten vrijgesproken. 5Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart de tenlastegelegde feiten niet bewezen en spreekt verdachte, [verdachte] , daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. B.M. Visser, voorzitter, mrs. S. Djebali en B.G.L. van der Aa, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 februari 2022.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.