← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:1403

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-752200-21 RK nummer: 22/174 Datum uitspraak: 22 maart 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 januari 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is – met goedkeuring van the Vienna Regional Court for Criminal Matters – uitgevaardigd op 8 oktober 2021 door the Vienna Public Prosecutor’s Office (Oostenrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedag] 1992, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 maart 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door haar raadsman, mr. R.A. Kaarls, advocaat te Den Haag. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een court-approved arrest warrant by the Vienna Public Prosecutor’s Office (Staatsanwaltschaft Wien) (Oostenrijk), dated 8 October 2021. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar Oostenrijks recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 1, 5 en 9, te weten: deelneming aan een criminele organisatie; illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen; witwassen van opbrengsten van misdrijven. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 5Onschuldverweer De raadsman heeft zich - kort gezegd - op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon onschuldig is. De rechtbank stelt vast dat met hetgeen namens de opgeëiste persoon is aangevoerd, haar onschuld niet tijdens het verhoor ter zitting is aangetoond. De onschuldbewering kan reeds om die reden niet leiden tot weigering van de overlevering. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo zij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, zij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De court judge van the Vienna Regional Court for Criminal Matters (Oostenrijk) heeft bij brief van 1 februari 2022 de volgende garantie gegeven: The Vienna Regional Court for Criminal Matters guarantees pursuant to Article 5 para. 3 of the Council Framework Decision on the European arrest warrant and the surrender procedures between Member States (2002/584/JHA) and upon request from the Amsterdam Public Prosecution Service as well as the Vienna Public Prosecutor’s Office that [de opgeëiste persoon] , born [geboortedag] 1992, in case of surrender to the Republic of Austria and upon completion of the criminal proceedings shall be returned to the Netherlands for execution of the sentence, provided that following the surrender a custodial sentence or another measure involving deprivation of liberty is imposed upon this person and the person themselves wishes so. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 7Artikel 36 OLW De raadsman heeft gesteld dat de feitelijke overlevering dient te worden aangehouden omdat er nog een strafzaak in Nederland loopt tegen de opgeëiste persoon en zij nog een taakstraf moet verrichten. De rechtbank kan een feitelijk overlevering evenwel niet weigeren of aanhouden op deze gronden. Op basis van artikel 36 OLW dient de officier van justitie na het toestaan van de overlevering daarover te beslissen. 8Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 9Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 10Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Vienna Regional Court for Criminal Matters (Oostenrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries, C.M. Delstra rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.J.G. van der Want, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 maart 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.