RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9609208 \ EA VERZ 21-829 beschikking van: 31 maart 2022 func.: 25 beschikking van de kantonrechter I n z a k e [verzoeker] wonende te [woonplaats] verzoeker nader te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. M.A.M. Lem t e g e n de besloten vennootschap AKZO NOBEL Nederland B.V. gevestigd te 's-Gravenhage verweerster nader te noemen: AkzoNobel gemachtigde: mr. J.J.J. Janse de Jonge VERLOOP VAN DE PROCEDURE [verzoeker] heeft op 29 december 2021 een verzoek ingediend dat strekt (onder andere) tot herstel van de arbeidsovereenkomst, met bijlagen. AkzoNobel heeft een verweerschrift ingediend met een zelfstandig voorwaardelijk tegenverzoek, eveneens met bijlagen. Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 3 maart 2022. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens AkzoNobel zijn verschenen mevrouw [naam 1] , manager mobiliteitscentrum, en de gemachtigde. Beide partijen hebben hun standpunt nader toegelicht, mede aan de hand van pleitnotities. Tenslotte is beschikking bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING De feiten 1. Uitgegaan wordt van de volgende als onbetwist vaststaande feiten. 1.1. AkzoNobel is een dochter van AkzoNobel N.V., die zich wereldwijd bezighoudt met de productie van verf en coatings. 1.2. [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1968, is op 1 februari 2019 in dienst getreden van AkzoNobel in de functie van [functie] (niveau MM6), voor 40 uur per week. Het laatstverdiende salaris bedroeg € 10.166,67 bruto per maand, inclusief vakantietoeslag, exclusief emolumenten. 1.3. Voorafgaand aan zijn indiensttreding bij AkzoNobel heeft [verzoeker] diverse functies bekleed bij grote multinationals op inkoopgebied. [verzoeker] is door een headhunter benaderd voor de positie bij AkzoNobel. 1.4. Van mei 2019 tot december 2019 en opnieuw van juli 2020 tot september 2020 heeft [verzoeker] tevens werkzaamheden verricht met betrekking tot [ afdeling 1] . 1.5. Op 6 oktober 2018 heeft AkzoNobel de Centrale Ondernemingsraad (COR) om advies gevraagd over een voorgenomen wijziging van de inkooporganisatie. De COR heeft daarover op 6 december 2018 positief geadviseerd. 1.6. Dit heeft tot een aantal wijzigingen geleid, die van eind 2018 tot midden 2019 zijn doorgevoerd, waaronder centralisering van inkoopprocessen. Eind 2019 is AkzoNobel gebleken dat er naast positieve effecten van de eerste reorganisatie ook enkele verbeterpunten waren, in het bijzonder ten aanzien van de kleinere inkoopprocessen (tot € 100.000,00). Met name bij [afdeling 2] , [ afdeling 1] en [afdeling 3] was er behoefte om ook op lokaal niveau de inkoop en onderhandeling te kunnen sturen. 1.7. Vervolgens is in het kader van een tweede reorganisatie aangestuurd op een hybride model, waarbij bij kleinere inkopen zowel centraal als lokaal kon worden gewerkt. Op 17 december 2019 heeft de COR positief geadviseerd over deze tweede reorganisatie. 1.8. Over 2019 en 2020 werd het functioneren van [verzoeker] beoordeeld met een score 2 (op een totaal van 5): “meer verwacht”. 1.9. Als gevolg van de tweede reorganisatie kwam AkzoNobel tot het besluit om onder meer de functie van [verzoeker] van [functie] te laten vervallen. Dit is [verzoeker] voor het eerst meegedeeld op 8 november 2019. 1.10. Op 20 oktober 2020 heeft AkzoNobel [verzoeker] formeel aangezegd dat zijn functie per 1 januari 2021 zou komen te vervallen en dat hij per die datum boventallig werd verklaard. 1.11. [verzoeker] heeft op 15 december 2020 hiertegen bezwaar gemaakt bij de Landelijke Bezwarencommissie van AkzoNobel. Hij heeft daarbij aangevoerd dat zijn functie uitwisselbaar is met de nieuw gecreëerde functie [nieuwe functie] en dat hij geschikt is voor deze functie. De Bezwarencommissie heeft op 12 maart 2021 geoordeeld dat de functie van [verzoeker] van [functie] niet uitwisselbaar is met de nieuwe functie en niet passend is. 1.12. AkzoNobel heeft [verzoeker] een voorstel gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden op basis van het Sociaal Plan AkzoNobel Nederland 2017-2021 (het Sociaal Plan), waarbij hem een vergoeding van € 37.731,00 bruto werd aangeboden bij een einddatum van 1 juli 2021. [verzoeker] heeft dit voorstel niet geaccepteerd. 1.13. Op 1 april 2021 heeft AkzoNobel een ontslagaanvraag bij UWV ingediend. Na verweer van [verzoeker] heeft UWV op 16 juni 2021 toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. 1.14. UWV heeft daarbij onder meer overwogen dat AkzoNobel overtuigend heeft uitgelegd waarom zij een hybride structuur voor de inkoopprocessen heeft doorgevoerd, waarbij zij genoodzaakt was om de arbeidsplaats van [verzoeker] te laten vervallen en tevens:Het behoort tot de beleidsvrijheid van een ondernemer om zijn onderneming naar eigen inzicht in te richten. Tot deze beleidsvrijheid behoort ook de beslissing om bepaalde werkzaamheden of functies binnen de onderneming te laten vervallen, uit te besteden of intern te herpositioneren. De beleidsbeslissingen van de ondernemer toetsen wij marginaal. Dit houdt in dat wij beoordelen of een redelijk handelende werkgever dezelfde keuzes zou kunnen maken. Dat hoeft nog niet in te houden dat (dat) besluit ook per definitie ‘het beste’ zou zijn. Het verweer van werknemer dat zijn werkzaamheden niet komen te vervallen, volgen wij dan ook niet. (…)Ontslagvolgorde (…)Uit het toegestuurde personeelsoverzicht blijkt dat er binnen de onderneming, één werknemer is in de functie van [functie] . Werknemer stelt in zijn verweer dat zijn functie uitwisselbaar is met de nieuwe functie [nieuwe functie] . Wij merken hierover het volgende op. Het belangrijkste element van de nieuwe functie [nieuwe functie] is de directe aansturing van een wereldwijd team, zijnde dertien direct reports, terwijl dit niet het geval is bij de functie van werknemer. Daarnaast is de financiële verantwoordelijkheid in de functie van [nieuwe functie] € 225 mio. hoger ten opzichte van de functie van [functie] . Ook is sprake van een verschil in beloning (…). De [functie] geeft leiding, maar op een coördinerende wijze, terwijl bij de [nieuwe functie] een strategische manier van leidinggeven vereist is. (…)Tot slot zijn wij van mening dat werknemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op de peildatum [1 januari 2021, ktr] het “ [ afdeling 1] ”-gedeelte vervulde. (…) In het onderhavige geval achten we het aannemelijk dat werknemer een unieke functie bekleedt en zijn functie derhalve niet onderling uitwisselbaar is met andere functies binnen de onderneming, met name die van [nieuwe functie] . (…)Herplaatsing (…)Voor werknemer is de redelijke termijn één maand, omdat dit de voor werkgever in acht te nemen wettelijke opzegtermijn is. Uit de ontslagaanvraag blijkt dat werkgever heeft gekeken naar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de onderneming en de groep. (…) Het verweer van werknemer dat hij geplaatst dient te worden in de functie van [nieuwe functie] kan naar onze mening niet slagen. Werkgever heeft aan werknemer de mogelijkheid geboden om op de functie van [nieuwe functie] te solliciteren. (…) Het had voor werknemer op de weg gelegen om te solliciteren. Nu hij dit naar ons weten heeft nagelaten, zijn wij van mening dat werknemer niet zonder meer van werkgever kan verwachten dat hij op deze functie geplaatst dient te worden. Bij de beoordeling van de ontslagvolorde hebben wij reeds geconcludeerd dat er sprake is van substantiële verschillen tussen beide functies. (…) Een werkgever heeft in dat geval de vrije keuze om de meest geschikte kandidaat in deze positie te benoemen. (…) 1.15. AkzoNobel heeft vervolgens bij brief van 21 juni 2021 de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd tegen 1 november 2021, onder betaling van een ontslagvergoeding van € 37.731,00 bruto conform het Sociaal Plan. 1.16. In het kader van het Sociaal Plan heeft AkzoNobel tevens een werk-naar-werktraject en outplacement aangeboden. Van dit laatste heeft [verzoeker] geen gebruik gemaakt. 1.17. Op 7 januari 2021 heeft [naam 1] (manager mobiliteitscentrum van AkzoNobel) met [verzoeker] een gesprek gevoerd in het kader van het werk-naar-werktraject. Op 18 februari 2021 is in dat kader een voortgangsgesprek gevoerd. Op 17 en 29 maart 2021 stonden wederom twee voortgangsgesprekken gepland, maar [verzoeker] is op die gesprekken zonder afbericht niet verschenen, evenals op de op 6 april 2021 en 27 mei 2021 geplande gesprekken. Het verzoek 2. [verzoeker] verzoekt primair:1. om de dienstbetrekking tussen [verzoeker] en AkzoNobel per eerst mogelijke datum te herstellen en daarbij te bepalen, 2. dat aan [verzoeker] over de periode van 1 november 2021 en datum herstel dienstbetrekking een bruto vergoeding toekomt ter hoogte van het totale salaris ad € 10.166,67 bruto per maand, exclusief emolumenten, te vermeerderen met emolumenten, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, over de periode 1 november 2021 tot datum herstel dienstbetrekking, alsook vanaf datum herstel dienstbetrekking;subsidiair:AkzoNobel te veroordelen om aan [verzoeker] te voldoen een billijke vergoeding;meer subsidiair:1. te verklaren voor recht dat AkzoNobel ten opzichte van [verzoeker] toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686 BW, door aan [verzoeker] eenzijdig de werkzaamheden behorend bij zijn functie per 1 januari 2021 te ontnemen, en dat AkzoNobel verplicht is de (inkomens- en pensioen)schade die [verzoeker] dientengevolge lijdt aan hem te vergoeden;2. te verklaren voor recht dat de door [verzoeker] te lijden (inkomens- pensioen)schade dient te worden berekend uitgaande van de fictieve situatie dat [verzoeker] vanaf 1 november 2021 nog 6 jaar in dienst van zou zijn gebleven, en derhalve over de periode van 1 november 2021 tot 1 november 2027; 3. AkzoNobel te veroordelen, om aan [verzoeker] te vergoeden alle kosten (van rechtsbijstand) die [verzoeker] vanaf 1 oktober 2021 heeft moeten maken ter zake het vaststellen van de aansprakelijkheid van AkzoNobel, en de vaststelling van de dientengevolge door hem geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;alles met veroordeling van AkzoNobel in de kosten van deze procedure. 3. [verzoeker] heeft daartoe aangevoerd – samengevat – dat er geen sprake is van bedrijfseconomische redenen waardoor zijn functie is vervallen, althans dat de onderbouwing hiervan onduidelijk is. [verzoeker] stelt dat zijn functie althans zijn werkzaamheden van [functie] & [ afdeling 1] niet zijn vervallen, omdat deze functie van voor de reorganisatie uitwisselbaar is met de nieuw gecreëerde functie van [nieuwe functie] van na de reorganisatie. [verzoeker] stelt dat moet worden uitgegaan van de functie [functie] met de toevoeging “ [ afdeling 1] ”, omdat hij die in feite vervulde. Verder stelt [verzoeker] dat hij op objectieve gronden geschikt moet worden geacht voor de nieuwe functie van na de reorganisatie op grond van artikel 9 van de Ontslagregling en dat AkzoNobel, gelet op de omstandigheden van het geval, niet heeft voldaan aan de op haar rustende herplaatsingsplicht. 4. [verzoeker] betwist de door AkzoNobel gestelde en ook door UWV aanvaarde bedrijfseconomische noodzaak voor het verval van zijn functie. [verzoeker] meent recht te hebben op inzage in het aan de reorganisatie ten grondslag gelegde rapport van McKinsey uit 2018. AkzoNobel weigert echter dit rapport aan [verzoeker] ter beschikking te stellen, zodat [verzoeker] een en ander niet kan controleren. 5. Subsidiair betwist [verzoeker] dat de door AkzoNobel gestelde verschillen tussen zijn oude functie en de nieuw gecreëerde functie van [nieuwe functie] aan uitwisselbaarheid en herplaatsing in de weg zouden staan. De functiebeschrijvingen komen nagenoeg overeen, met uitzondering van de beloningsschaal. [verzoeker] verwijst naar de door de Hoge Raad geformuleerde criteria in ECLI:NL:HR:2019:229. Niet is gebleken dat sprake is van de vereiste aanzienlijke verzwaring op verschillende punten ten opzichte van de oude functie. 6. Indien wordt geoordeeld dat er geen sprake is van uitwisselbare functies, dan had AkzoNobel hem ingevolge artikel 9 Ontslagregeling moeten herplaatsen in de nieuwe functie van [nieuwe functie] , althans dan had hij tenminste geschikt moeten worden bevonden voor die functie, aldus [verzoeker] . [verzoeker] stelt dat zijn lage score voor zijn functioneren in 2019 en 2020 onterecht was evenals het idee van AkzoNobel dat hij niet over de juiste competenties voor de nieuwe functie zou beschikken. AkzoNobel heeft door haar vooringenomen houding in strijd gehandeld met de eisen van goed werkgeverschap. Ook heeft AkzoNobel nagelaten om te voorzien in scholing of andere voorzieningen om te bewerkstelligen dat [verzoeker] in de nieuwe functie herplaatst kon worden. AkzoNobel heeft volgens [verzoeker] dan ook onvoldoende herplaatsingsinspanningen verricht. 7. Meer subsidiair stelt [verzoeker] zich op het standpunt dat AkzoNobel hem eenzijdig de bedongen werkzaamheden heeft ontnomen, wat in strijd met goed werkgeverschap moet worden geacht. AkzoNobel is hierdoor op grond van artikel 6:74 jo. 7:686 BW toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van een van de kernverplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, te weten het in staat stellen van [verzoeker] om persoonlijk zijn arbeid te kunnen verrichten. [verzoeker] stelt dat hij hierdoor inkomens- en pensioenschade lijdt. Ook heeft hij kosten voor rechtsbijstand moeten maken, die volgens hem op grond van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen. Het verweer en voorwaardelijk tegenverzoek 8. AkzoNobel heeft gemotiveerd verweer gevoerd dat strekt tot afwijzing van de verzoeken. Dit verweer zal – voorzover hier van belang – hierna aan de orde komen. 9. AkzoNobel verzoekt voorwaardelijk – voor het geval het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] wordt toegewezen – veroordeling van [verzoeker] om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking aan AkzoNobel te betalen het brutobedrag van de reeds betaalde beëindigingsvergoeding van € 37.731,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en dat indien het verzoek van [verzoeker] tot herstel wordt toegewezen de datum waarop de arbeidsovereenkomst wordt hersteld, althans moet worden hersteld, wordt bepaald op een moment nádat [verzoeker] volledig heeft voldaan aan terugbetaling van de hiervoor bedoelde beëindigingsvergoeding. De beoordeling 10. [verzoeker] heeft primair verzocht om herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:682 lid 1 BW omdat de opzegging in strijd is met artikel 7:669 lid 1 of lid 3 sub a BW. Beoordeeld moet worden of er een redelijke grond was voor het ontslag van [verzoeker] en herplaatsing niet mogelijk was, zoals UWV heeft beslist. Bedrijfseconomische noodzaak 11. Met UWV is de kantonrechter van oordeel dat AkzoNobel voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsplaats van [verzoeker] per 1 januari 2021 is vervallen om bedrijfseconomische redenen die noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering. Dergelijke beslissingen vallen onder de vrijheid van de onderneming om haar organisatie naar eigen inzicht in te richten en worden dan ook terughoudend getoetst. Dat er niet een, maar twee reorganisaties voor nodig waren om tot het gewenste resultaat te komen, is niet onbegrijpelijk en door AkzoNobel voldoende toegelicht: na de eerste reorganisatie werden op inkoopgebied schaalvoordelen gerealiseerd, maar bleek dat er met name bij kleinere inkoopprocessen verbeterpunten waren, die hebben geleid tot de tweede reorganisatie en de zogenaamde hybride structuur, waarbij ook de functie van [nieuwe functie] werd gecreëerd. Ook is van belang dat de COR beide keren positief heeft geadviseerd. De kantonrechter deelt - binnen voornoemd beoordelingskader - niet de mening van [verzoeker] dat de onderbouwing van de beide reorganisaties onduidelijk is. Er is geen rechtsregel die [verzoeker] recht geeft op inzage in het aan de reorganisatie ten grondslag gelegde rapport van McKinsey uit 2018, [verzoeker] heeft dat ook niet gesteld. Voor zover de betwisting van de bedrijfseconomisch noodzaak daarop is gegrond faalt deze. Uitwisselbaarheid 12. Het betoog van [verzoeker] houdt verder in dat zijn functie [functie] uitwisselbaar is met de nieuwe gecreëerde functie [nieuwe functie] 12. Ingevolge artikel 13 Ontslagregeling is een functie uitwisselbaar met een andere functie als: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.