beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/298658-21 RK: 21/5843 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager] geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. W. Hendrickx, Utrechtsestraatweg 14, 3531 AK Utrecht, klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 29 oktober 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De rechtbank heeft op 6 januari 2022 klager, zijn raadsman en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd dat hij niet een zodanig gevaar op de weg is dat zijn rijbewijs langer moet worden ingehouden. Hij meent dat er verder in dit stadium rekening mee gehouden moet worden dat aan hem geen langere onvoorwaardelijke ontzegging zal worden opgelegd dan de tijd dat het rijbewijs op het moment van de behandeling van dit klaagschrift is ingehouden. In raadkamer heeft klager verklaard dat hij met het verkeer mee reed. Klager heeft verder betoogd dat hij het rijbewijs nodig heeft voor zijn werk als [functie] . Hij is per 21 oktober 2021 in dienst getreden en kan nu alleen als bijrijder werken. Momenteel maakt hij ook minder uren, waardoor hij minder inkomsten heeft en geld bij anderen moet lenen. Daarnaast heeft klager vier kinderen die gebracht en gehaald moeten worden, wat nu niet kan. Gelet op het voorgaande verzoekt klager de teruggave van het rijbewijs. De raadsman van klager heeft ter terechtzitting opgemerkt dat het proces-verbaal snelheid niet duidelijk is, omdat niet vastgesteld kan worden of de snelheid op de juiste manier is vastgesteld en waar de verbalisant stond toen klager langs reed. Hij heeft verder verzocht rekening te houden met het feit dat klager een boete zal ontvangen, die niet mals zal zijn en dat hij al bijna drie maanden zonder rijbewijs zit. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat er sprake is van een overschrijding van de toegestane maximumsnelheid met 60 km/u. Ook is er sprake van recidive. Gelet op het voorgaande dienen de belangen van de verkeersveiligheid te prevaleren boven de persoonlijke belangen van klager. Het klaagschrift dient daarom ongegrond te worden verklaard. 4.De beoordeling Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd te Amsterdam op de A10 op 27 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.