beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/005919-22 RK: 22/293 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres klager] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. B.K. Hummen, [kantooradres advocaat] , klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 18 januari 2022 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De raadsman van klager en de officier van justitie hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling van de zaak. Er heeft geen behandeling in openbare raadkamer plaatsgevonden. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Klager heeft een garagebedrijf in Hilversum en wordt ingehuurd voor het regelen van autotransport en het bezorgen van auto-onderdelen. Daarnaast levert hij auto’s voor tv-opnames en uitvoering van stunts en is hij APK-keurmeester. Zonder rijbewijs kan klager zijn werk niet uitvoeren en kan hij geen inkomen genereren, dit terwijl hij een tweejarig kindje heeft. Klager heeft verzocht het rijbewijs aan hem terug te geven. De raadsman heeft per e-mail van 24 januari 2022 laten weten dat hij en klager kunnen instemmen met het voorstel van de officier van justitie tot inhouding van drie maanden, zodat het rijbewijs op 9 april 2022 terug zou kunnen naar klager. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een ernstige geconstateerde overschrijding van de maximumsnelheid. Verder ziet de officier van justitie dat klager eerdere antecedenten op zijn naam heeft, waarbij ook al eenmaal een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is opgelegd voor de duur van twee maanden. De officier van justitie meent dat rekening gehouden moet worden met het feit dat onder deze omstandigheden het zeer waarschijnlijk is dat de kantonrechter een deels voorwaardelijke rijontzegging zal opleggen met daarnaast een geldboete. Het klaagschrift kan daarom gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou op 9 april 2022 aan klager kunnen worden geretourneerd. 4De beoordeling Tegen klager is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), gepleegd te Amsterdam op 9 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.