← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:1581

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/005919-22 RK: 22/293 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres klager] , woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. B.K. Hummen, [kantooradres advocaat] , klager. 1De procesgang Het klaagschrift is op 18 januari 2022 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De raadsman van klager en de officier van justitie hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling van de zaak. Er heeft geen behandeling in openbare raadkamer plaatsgevonden. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Klager heeft een garagebedrijf in Hilversum en wordt ingehuurd voor het regelen van autotransport en het bezorgen van auto-onderdelen. Daarnaast levert hij auto’s voor tv-opnames en uitvoering van stunts en is hij APK-keurmeester. Zonder rijbewijs kan klager zijn werk niet uitvoeren en kan hij geen inkomen genereren, dit terwijl hij een tweejarig kindje heeft. Klager heeft verzocht het rijbewijs aan hem terug te geven. De raadsman heeft per e-mail van 24 januari 2022 laten weten dat hij en klager kunnen instemmen met het voorstel van de officier van justitie tot inhouding van drie maanden, zodat het rijbewijs op 9 april 2022 terug zou kunnen naar klager. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een ernstige geconstateerde overschrijding van de maximumsnelheid. Verder ziet de officier van justitie dat klager eerdere antecedenten op zijn naam heeft, waarbij ook al eenmaal een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is opgelegd voor de duur van twee maanden. De officier van justitie meent dat rekening gehouden moet worden met het feit dat onder deze omstandigheden het zeer waarschijnlijk is dat de kantonrechter een deels voorwaardelijke rijontzegging zal opleggen met daarnaast een geldboete. Het klaagschrift kan daarom gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou op 9 april 2022 aan klager kunnen worden geretourneerd. 4De beoordeling Tegen klager is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), gepleegd te Amsterdam op 9 januari

  1. Het proces-verbaal houdt in dat klager de maximumsnelheid, aangegeven door bord model A1, na wettelijke correctie heeft overschreden met 65 kilometer per uur. Op 9 januari 2022 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd. Op 10 januari 2022 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs uiterlijk – zes maanden – tot 8 juli 2022 wordt ingehouden. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 20 januari 2022 blijkt onder meer dat klager in 2019 eerder is veroordeeld voor overtreding van artikel 62 RVV 1990 en in 2021 nog is veroordeeld voor overtreding van artikel 22 RVV
  2. Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klager behandeld zal worden. De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur of meer heeft overschreden en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager is niet uitgesloten dat de officier van justitie op de TOM-zitting dan wel de kantonrechter te zijner tijd in de strafzaak ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) geldboete, taakstraf of het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat klager zijn rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 9 april
  3. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de officier van justitie of kantonrechter om later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft. Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 9 april
  4. 5De beslissing De rechtbank verklaart het beklag gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 9 april
  5. De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, met ingang van 9 april
  6. Deze beslissing is gegeven op 26 januari 2022 door mr. D. van den Brink, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier. Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.