beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 96/005162-22 RK: 22/231 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van: [klaagster] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantooradres van haar raadsman, mr. P.A.J. van Putten, [kantooradres] , klaagster. 1De procesgang Het klaagschrift is op 14 januari 2022 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De raadsman van klaagster en de officier van justitie hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling van de zaak. Er heeft geen behandeling in openbare raadkamer plaatsgevonden. 2De inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klaagster dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klaagster heeft in haar klaagschrift betoogd dat ze een fout heeft begaan en zeer veel spijt heeft. Klaagster heeft het rijbewijs dringend nodig voor werk en – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Ze werkt bij [naam onderneming] , een bedrijf dat voorziet in onderhoud in waterleidingen bij klanten thuis, kantoren en bedrijven. De projecten liggen ver van elkaar verspreid en zijn vaak niet bereikbaar per openbaar vervoer. Hierbij geldt dat klaagster ook op veelvuldige basis met de machines moet rijden bij dergelijke projecten. Als klaagster haar rijbewijs niet terugkrijgt, dan is de kans zeer groot dat het bedrijf hierdoor schade zal gaan lijden, met alle gevolgen van dien. Verder spelen ook persoonlijke belangen, nu klaagster haar vader en oma regelmatig voor controles en bezoeken naar het ziekenhuis moet vervoeren. Verder heeft klaagster een aantal paarden, waarvan zij zelf de verzorging doet. Het hebben van een rijbewijs is noodzakelijk om naar de plekken waar de paarden verblijven, toe te rijden. De raadsman heeft primair de rechtbank verzocht de onmiddellijke teruggave van het rijbewijs te gelasten. Subsidiair wordt verzocht de teruggave van het rijbewijs per 1 maart 2022 te gelasten. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een ernstige geconstateerde overschrijding van de maximumsnelheid. Verder ziet de officier van justitie dat klaagster first offender is, dat klager spijt heeft betuigd en heeft verwezen naar haar economische en persoonlijke belangen. Volgens de officier van justitie moet rekening gehouden worden dat een rechter in dit geval een (deels) voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal opleggen met daarnaast een geldboete. Het klaagschrift kan daarom gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou op 1 maart 2022 aan klaagster kunnen worden geretourneerd. 4De beoordeling Tegen klaagster is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd te Amsterdam op 6 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.