← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:1722

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752413-21 RK nummer: 21/6864 Datum uitspraak: 22 februari 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 november 2021 door the Regional Court in Rybnik, 3rd Criminal Division (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988 zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 februari 2022. Het verhoor heeft via een videoverbinding plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.A.C. Tuinen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting via een videoverbinding verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment with force of law of the District Court of Jastrzebie-Zdroj dated 21.01.2019, case file reference II K 708/17. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 3 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd. Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich op grond van het navolgende op het standpunt gesteld dat er geen redenen zijn om af te zien van de bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 12 OLW te weigeren. De opgeëiste persoon heeft niet uitdrukkelijk of stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om in persoon ter terechtzitting te verschijnen. In het EAB en de SKDB-personen persoon staat namelijk een ander adres vermeld dan dat hij zou hebben opgegeven bij de Poolse autoriteiten en naar welk adres de oproeping voor de zitting is verzonden. De opgeëiste persoon stelt dat hij door de Poolse politie als getuige is gehoord en dat hij tijdens dat verhoor niet is geïnstrueerd dat hij zijn adres moest opgeven. Ten slotte had de opgeëiste persoon geen idee dat zijn zaak door de rechter zou worden behandeld. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er redenen zijn om af te zien van de bevoegdheid om de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLW. De opgeëiste persoon is tijdens zijn verhoor door de politie geïnstrueerd over de verplichting om een eventuele adreswijziging door te geven en wat de gevolgen zouden zijn als hij dat niet zou doen. De opgeëiste persoon heeft aldus voldoende zijn verdedigingsrechten kunnen uitoefenen. Oordeel van de rechtbank De rechtbank ziet aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit de aanvullende informatie van 8 februari 2022 blijkt dat de opgeëiste persoon een instructie heeft ontvangen dat hij zijn adreswijzigingen door moest geven, welke instructie hij heeft ondertekend. Daarbij is vermeld wat de consequenties zijn van het niet doorgeven van een adreswijziging. De dagvaarding is naar het door de opgeëiste persoon gegeven adres gestuurd. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de feiten waarvan hij werd verdacht, alsmede dat hij er rekening mee moest houden dat er een vervolging tegen hem zou worden ingesteld en dat hij daarover correspondentie van justitie zou ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank houdt overlevering in deze situatie geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in, omdat, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, hij op zijn minst genomen kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot de ontvangst van officiële correspondentie over de strafrechtelijke procedure. Het verweer wordt verworpen. 5Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 8, te weten: Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. 6Slotsom Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering voor die feiten te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Rybnik Third Criminal Division (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
  2. e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.