← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:1726

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752366-21 RK nummer: 21/6866 Datum uitspraak: 22 februari 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2021 door de Arrondissementsrechtbank Bochum (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon ] geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1975 zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland gedetineerd in het [detentieplaats] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 februari

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden via een videoverbinding in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk te Haarlem en door een tolk in de Turkse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft. 3Verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak De raadsman heeft ter zitting aan de rechtbank verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden en voert hiertoe het volgende aan. De advocaten van de bedrijven waar de opgeëiste persoon voor heeft gewerkt zijn in onderhandeling met de Duitse belastinginspectie en hebben het strafdossier opgevraagd en zijn nu in afwachting hiervan. Indien tot een oplossing wordt gekomen met de Duitse belastinginspectie, kan worden voorkomen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in Untersuchungshaft zou moeten verblijven, hetgeen te vergelijken is met het in voorlopige hechtenis verblijven met beperkingen. De officier van justitie verzet zich tegen het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak af nu er onvoldoende vooruitzicht is dat de gestelde onderhandelingen van de advocaten met de Duitse belastinginspectie binnen korte tijd zullen leiden tot intrekking van het EAB. Daar komt bij dat de Duitse autoriteiten tot op heden het EAB niet hebben ingetrokken en kennelijk het verzoek tot overlevering van de opgeëiste persoon wensen te handhaven. 4Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een door de Arrondissementsrechtbank te Bochum op 4 augustus 2021 uitgevaardigd aanhoudingsbevel strekkende tot voorlopige hechtenis, met dossiernummer: II-10 KLs-40 Js 134/15-4/
  2. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. 5Strafbaarheid Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren op naar Nederlands recht op: Medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd; en medeplegen van poging tot opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven; en medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd; en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen Artikel 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 45, 47 en 225 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon ] aan de Arrondissementsrechtbank Bochum (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.