RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752416-21 RK nummer: 21/6885 Datum uitspraak: 22 februari 2022 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 juli 2021 door the Sad Okregowy in Kielce (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Polen) zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland gedetineerd in de [detentieplaats] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 februari 2022. Het verhoor heeft via een videoverbinding plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. K.H. Zonneveld, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting via een videoverbinding verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een enforcable judgment issued by the court: Sad Rejonowy in Pinczow dated on 7 october 2019, reference – File No: II K 185/19. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. 4De weigeringsgrond van artikel 12 OLW De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich voordoet aangezien sprake is van een verstekvonnis en de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van het tijdstip waarop de inhoudelijke behandeling van zijn zaak plaatsvond. Op die grond dient de overlevering te worden geweigerd. De rechtbank stelt vast dat op grond van de in het EAB gegeven informatie kan worden vastgesteld dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Daarom moet worden beoordeeld of zich één van de in artikel 12 onder a tot en met d OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Doet zich één van die omstandigheden voor, dan mag de rechtbank de overlevering niet weigeren op grond van artikel 12 OLW. Uit de in het EAB gegeven informatie en uit de aanvullende informatie blijkt het volgende: the person was summoned in person on 25 September 2021 and thereby informed of the scheduled date and place of the trial which resulted in the decision · and was informed that a decision may be handed down if he or she does not appear for the trial Desgevraagd heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij schrijven van 26 januari 2022 verklaard dat voornoemd jaartal - 2021 - een verschrijving betreft. De correcte datum is 25 september 2019. De rechtbank is dan ook met de officier van justitie van oordeel dat de omstandigheid als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder a, OLW zich voordoet en dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW geen toepassing vindt. De enkele ontkenning door de opgeëiste persoon dat hij in persoon zou zijn opgeroepen, is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie. De rechtbank verwerpt het verweer. 5Strafbaarheid Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 311 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Sad Okregowy in Kielce (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
- e)van het EAB. Aldus gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2022. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.