RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummer: 71/256013-21 Datum uitspraak: 7 april 2022 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 januari 2022 en 24 maart
(200x)) (wapenomschrijving 54) en - 150 kogelpatronen (Merk: Magtech, kaliber: .38 Special) (wapenomschrijving 55) en - 148 kogelpatronen (Merk: Sellier & Bellot (hierna: S&B), kaliber: 9 x 19) (wapenomschrijving 55) en - 2.100 kogelpatronen (Merk: S&B, kaliber: 9 x 19) (wapenomschrijving 56) en - 50 kogelpatronen (Merk: STV, kaliber: 9 x 19) (wapenomschrijving 56) en - 250 kogelpatronen (Merk: Magtech, kaliber: 9 x 19) (wapenomschrijving 56) en - 300 kogelpatronen (Merk: S&B, kaliber: 6,35 Browning) (wapenomschrijving 56) en - 50 kogelpatronen (Merk: Fiocchi, kaliber: 6,35 Browning) (wapenomschrijving 56) en - 350 kogelpatronen (Merk: CCI, kaliber: .22 LR) (wapenomschrijving 56) en - 10 kogelpatronen (Merk: Magtech, kaliber .22 LR Subsonic) (wapenomschrijving 56) en - 200 kogelpatronen (Merken: S&B, Winchester en Geco, kaliber: 9 x 19) (wapenomschrijving 57) en - 1.400 kogelpatronen (Merken: Fiocchi, S&B, Leader en DAG, kaliber: 7,65 Browning) (wapenomschrijving 57) en - 550 kogelpatronen (Merken: Winchester, Geco, S&B en Hirtenberger, kaliber: 6,35 Browning) (wapenomschrijving 57) en - 20 knalpatronen (Merk: Geco, kaliber: 6,35 Browning) (wapenomschrijving 57) en - 1.150 kogelpatronen (Merken: CCI en RWS, kaliber: .22LR) (wapenomschrijving 57) en - 600 kogelpatronen (Merk: DAG, kaliber 4 mm M20) (wapenomschrijving 57) en - 450 kogelpatronen (Merken: PMC en Priv Partizan, kaliber: 5,56 x 45
- mm)(wapenomschrijving 58) en - 300 kogelpatronen (Merken: Winchester en Magtech, kaliber: 6,35 Browning) (wapenomschrijving 58) en - 150 kogelpatronen (Merk: Magtech) (wapenomschrijving 58) en - 600 kogelpatronen (Merken: S&B en Magtech, kaliber: 9 x 19 Subsonic) (wapenomschrijving 58) en - 50 kogelpatronen (Merk: Winchester, kaliber: .45 ACP) (wapenomschrijving 58) en - 380 kogelpatronen (Merken: PMC, S&B, Piocchi en Priv Partizan, kaliber: 5,56 x 45mm) (wapenomschrijving 59) en - 625 kogelpatronen (Merken: S&B, Federal en Winchester, kaliber: .45 ACP) (wapenomschrijving 59) en - 50 kogelpatronen (Merk: Speer, kaliber: 9 x 19) (wapenomschrijving 59) en - 50 kogelpatronen (Merk: Winchester en S&B, kaliber: 9 mm kort) (wapenomschrijving 59) en - 55 kogelpatronen (hagelmunitie merken: Game Noren en Clever, kaliber: 12) (wapenomschrijving 59) en - 50 kogelpatronen (kaliber 9 x 19, herladen) (wapenomschrijving 59) en - 13 kogelpatronen (Merk: Hirtenberger, kaliber: 6,35 Browning of .25 ACP) (wapenomschrijving 50) en - 7 patronen (kaliber: 6,35 Br.) (wapenomschrijving g 8) en - 15 patronen (kaliber: 7,65 ACP) (wapenomschrijving 8) en - 3 patronen (kaliber: 9mm Kort) (wapenomschrijving 8) en - 1 patroon (kaliber: 9mm Makarov) (wapenomschrijving 8) en - 11 patronen (kaliber: 9 x 19
- mm)(wapenomschrijving 8) en - 1 patroon (kaliber: 7,62 x 39) (wapenomschrijving 8) en - 6 kogelpatronen (Merk: CBC, kaliber: .32 Auto) (wapenomschrijving 15) en - 3 kogelpatronen (Merk: Prvi Partizan, kaliber: .45 ACP) (wapenomschrijving 18) en - 1 kogelpatroon (Merk: S&B, kaliber: .45 ACP) (wapenomschrijving 18) en - 1 kogelpatroon (Merk: Fiocchi, kaliber: .45 ACP) (wapenomschrijving 18) en - 50 hulzen (met nieuw slaghoedje) (kaliber: .45 ACP) (wapenomschrijving 19) en - 1 doos kogel c.q. projectielen (kaliber: 7,65) (wapenomschrijving 20) en - 1 collie (ongeveer 3196 stuks) slaghoedjes (Merken: S&B en/of Winchester) (wapenomschrijving 24) en - 100 kogelpatronen (Merk: CCI, kaliber: .22
- lr)(wapenomschrijving 25) en - 1 zak kogels c.q. projectielen (diameter 7,8
- mm)(wapenomschrijving 26), heeft doen binnenkomen en die munitie voorhanden heeft gehad en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt; 3. in de periode van 1 januari 2018 tot en met 27 september 2021 te Beverwijk en/of te IJmuiden heeft gehandeld in strijd met artikel 9 en 31 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie, immers heeft verdachte wapens van categorieën II (zoals genoemd in feit 1) zonder erkenning getransformeerd, van welk feit verdachte een gewoonte heeft gemaakt; 4 op 27 september 2021 te Beverwijk en/of te IJmuiden, wapens van categorie 1, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten - een geluiddemper (geschikt voor de AR-15) en - een geluiddemper (wapenomschrijving 35) en - een geluiddemper (wapenomschrijving 51) en - een geluiddemper (wapenomschrijving 40) en - een geluiddemper (wapenomschrijving 48), heeft voorhanden gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank zal verdachte van de overige ten laste gelegde handelingen en medeplegen vrijspreken, omdat het dossier daarvoor geen dan wel onvoldoende bewijs biedt. Verdachte heeft verklaard dat hij de aangetroffen wapens, wapenonderdelen en munitie heeft ingevoerd en bewaard, omdat wapens hem van jongs af aan al fascineerden. Hij heeft verder verklaard dat hij, puur voor zichzelf, is begonnen met verzamelen en dat dit vervolgens compleet uit de hand is gelopen. Hij heeft daarnaast weliswaar wapens getransformeerd (want teruggebracht in de oorspronkelijke, werkende staat, wat een wens van hem was), maar heeft getransformeerde wapens nimmer gebruikt (op een enkele test van getransformeerde wapens na), laat staan doorverkocht, aldus verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier geen aanknopingspunten om niet van deze door verdachte afgelegde verklaring uit te gaan. Het onder 4 ten laste gelegde biedt geen ruimte voor het bewezen verklaren van ‘een gewoonte maken’. Van belang is dat bij deze beschuldiging een pleegdatum en dus niet een pleegperiode is vermeld. Het op een bepaalde datum voorhanden hebben van de geluiddempers, levert naar het oordeel van de rechtbank nog niet op dat verdachte daar ook een gewoonte van heeft gemaakt. Daarvoor is nodig dat hij dat gedurende een periode heeft gedaan, wat niet is ten laste gelegd. Verdachte zal dus ook van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. 5Het bewijs De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht. 6De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. De psycholoog heeft wel geadviseerd verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar aan te merken. De rechtbank neemt dat advies over en bij de strafoplegging meewegen. 8Motivering van de straf 8.1 Strafeis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan twee jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Ter onderbouwing van zijn strafeis heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie moet met kracht worden bestreden. Het zorgt voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Door kruit in de kelderbox te bewaren, heeft verdachte een gevaarlijke situatie gecreëerd. Voor zo’n grote verzameling wapens en munitie kan geen begrip worden opgebracht. In het voordeel van verdachte spreekt dat hij niet eerder is veroordeeld voor gelijksoortige feiten en zijn coöperatieve proceshouding. Verder zijn de rapportages van de reclassering en de psycholoog van belang, waaruit blijkt dat sprake is van problematiek op het vlak van autisme bij verdachte die in verband kan worden gebracht met het plegen van de strafbare feiten en mede de oorzaak lijkt van de verzamelwoede bij verdachte. Alles afwegende ziet de officier van justitie vooral in de persoon van verdachte aanleiding om in afwijking van de oriëntatiepunten voor strafoplegging oplegging van een relatief milde en grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf te eisen. 8.2 Standpunt van de raadsman De raadsman heeft, onder verwijzing naar de rapportage van de psycholoog over verdachte, aangevoerd dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt. Verder heeft hij betoogd dat vergelding en generale preventie in deze zaak een marginale rol moeten spelen bij het bepalen van de strafmaat. Speciale preventie moet wel een belangrijke spelen. In dat kader is van belang dat het recidiverisico door de reclassering en psycholoog als matig wordt ingeschat en dat verdachte bereid is mee te werken aan het door de reclassering en de psycholoog geadviseerde traject. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf met de geadviseerde bijzondere voorwaarden is passend en geboden, aldus de raadsman. 8.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht oplegging van een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en oplegging van de door de reclassering en psycholoog geadviseerde bijzondere voorwaarden in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank zal dat hieronder toelichten. Bij de keuze voor het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder de ernst van de feiten laten meewegen. Verdachte heeft gedurende langere tijd heel veel wapens, onderdelen daarvan en munitie voorhanden gehad. Dat is verboden en verdachte wist dat ook. De maatschappij moet worden beveiligd tegen het ongecontroleerde bezit van wapens, omdat die wapens nu eenmaal voor gevaar kunnen zorgen. Dat verdachte zelf niet de intentie had de wapens voor criminele activiteiten te gebruiken en dat evenmin is gebleken dat hij de wapens voor criminele activiteiten door anderen ter beschikking wilde stellen, doet aan het potentiële gevaar niet af. De rechtbank neemt verdachte kwalijk dat hij dat heeft miskend. Verder heeft hij ook enige tijd los kruit in zijn kelderbox bewaard en dat levert ook een gevaarlijke situatie voor omwonenden en hemzelf op vanwege het explosiegevaar. Zoals de rechtbank hiervoor al overwoog, is niet gebleken dat het bezit van de wapens en daaraan te relateren spullen door verdachte met andere criminele activiteiten in verband kan worden gebracht. Verdachte heeft verklaard dat hij een verwoede verzamelaar is. De rechtbank acht ook aannemelijk dat hij dat is. Verdachte heeft dit namelijk uitgebreid toegelicht en het past ook bij hetgeen de psycholoog over verdachte heeft vastgesteld. Zo heeft de psycholoog onder meer autisme en depressiviteit bij verdachte vastgesteld en dit in verband gebracht met het bezit van de wapens en aanverwante spullen. De psycholoog heeft daarbij geadviseerd verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar aan te merken, welk advies de rechtbank opvolgt. Verdachte heeft verklaard dat hij lange tijd niet heeft gewerkt en vanuit een sociaal isolement zich op het verzamelen heeft gestort, waarbij hij een fascinatie voor wapens had. Een en ander maakt dat de rechtbank deze zaak als een atypische “wapenzaak” aanmerkt. Daarom wijkt de rechtbank ook flink naar beneden af van de oriëntatiepunten voor strafoplegging, die een gevangenisstraf van veel langere duur vermelden voor de bewezen verklaarde feiten. Ook het strafblad van verdachte speelt hierbij een rol: verdachte is niet recentelijk veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank acht het, gelet op de bij verdachte vastgestelde stoornissen en de relatie met de bewezen verklaarde feiten, daarnaast van belang dat aan verdachte een hulpverleningstraject wordt opgelegd in de vorm van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel. Daarmee beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. 9Beslag De beslaglijst vermeldt 75 voorwerpen. De officier van justitie en raadsman hebben ten aanzien van een aantal van die voorwerpen een standpunt ingenomen, zoals hieronder weergegeven. 9.1 Standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van de digitale gegevensdragers en postpakketjes heeft de officier van justitie verbeurdverklaring gevorderd. De wapens, onderdelen en munitie moeten worden onttrokken aan het verkeer. Het geld, de sieraden en gitaren kunnen aan verdachte worden teruggegeven, aldus de officier van justitie. 9.2 Standpunt van de raadsman De raadsman heeft de rechtbank verzocht te beslissen dat de voorwerpen 1, 2, 3, 16 tot en met 38 en 42 aan verdachte moeten worden teruggegeven. Dat betreft geld, gitaren en toebehoren en persoonlijke spullen. Verdachte heeft op de zitting afstand gedaan van voorwerpen 4 en 8 tot en met 13. Dat betreft poststukken en gereedschap. 9.3 Oordeel van de rechtbank Voor zover de officier van justitie en de raadsman een standpunt hebben ingenomen over de voorwerpen op de beslaglijst, zal de rechtbank beslissen in overeenstemming met die standpunten. De beslissingen ten aanzien van de overige voorwerpen zijn vermeld in rubriek 11 van deze uitspraak. 10. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en 3, 9, 13, 14, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 11Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: 1. een gewoonte maken van: - handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en - handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en - handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en - handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; 2. een gewoonte maken van: - handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en - handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; 3. een gewoonte maken van: - handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en - handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; 4. - handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Beveelt dat een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft. Stelt als bijzondere voorwaarden: - Meldplicht bij reclassering en houden aan de aanwijzingen Verdachte meldt zich binnen drie werkdagen (tussen 09:00 en 12:00 uur) na het ingaan van de proeftijd bij Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering op het adres Weesperzijde 70 te Amsterdam. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en houdt zich aan de aanwijzingen. - Ambulante behandeling Verdachte laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. - Begeleid wonen of maatschappelijke opvang Verdachte verblijft bij een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, indien de reclassering dat nodig acht. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld. - Ambulante begeleiding Verdachte werkt mee aan intensieve en persoonsgerichte ambulante begeleiding. De reclassering bepaalt door welke instantie betrokkene begeleid zal worden. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de ambulant begeleider. - Inspanningsverplichting dagbesteding Verdachte verleent zijn medewerking aan en verricht actieve inspanning voor (een traject gericht
- op)het verkrijgen en het behouden van structurele en zinvolle dagbesteding. Geeft aan ‘Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering’ de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verklaart verbeurd: - de voorwerpen 4 tot en met 13, 15, 40, 41 op de beslaglijst. Verklaart onttrokken aan het verkeer: - de voorwerpen 44 tot en met 75 op de beslaglijst. Gelast de teruggave aan verdachte van: - de voorwerpen 1, 2, 3, 14, 16 tot en met 39 en 42 en 43 op de beslaglijst. Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. D. van den Brink, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en A.J. Scheijde, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 april 2022. Een afschrift van de beslaglijst is aan dit vonnis gehecht.