RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/4886 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , te Amsterdam, eiseres, (gemachtigde: mr. F.R.G. Keijzer), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder. Procesverloop De rechtbank heeft op 4 oktober 2021 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiseres van 1 juni
- Bij brief van 26 oktober 2021 heeft mr. F.R.G. Keijzer zich als gemachtigde van eiseres gesteld. Op 9 november 2021 heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 21 december 2021 een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft op 15 maart 2022 op het verweerschrift gereageerd. Overwegingen
- Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep. De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk ongegrond.
- Tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag heeft eiseres een beroepschrift ingediend. Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft verweerder op de aanvraag beslist, bij besluit van 6 oktober 2021 heeft verweerder beslist over het verschuldigd zijn van de dwangsom. De rechtbank stelt tevens vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiseres is tegemoetgekomen.
- Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten betwist. De rechtbank ziet geen aanleiding verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten. Het beroepschrift van 4 oktober 2021 is door eiseres zelf ingediend. De gemachtigdestelling en de intrekking van het beroep door mr. Keijzer zijn geen proceshandelingen die op grond van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. De stelling van mr. Keijzer in diens e-mail van 15 maart 2022 dat de intrekkingsbrief een schriftelijke zienswijze is volgt de rechtbank niet. De rechtbank heeft eiseres gevraagd om te reageren op een beslissing waarin verweerder een gewijzigd standpunt heeft ingenomen. Omdat dit verzoek van de rechtbank heeft geleid tot de intrekkingsbrief van 26 oktober 2021 kan deze reactie niet als een schriftelijke zienswijze worden aangemerkt.Het is niet van belang op welk moment een gemachtigde in de procedure is betrokken. Het gaat om de vraag of hij proceshandelingen heeft verricht die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de bijbehorende Bijlage voor vergoeding in aanmerking komen.
- Verweerder dient aan eiseres het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Dondorp, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021 griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats. Coll: M.P.O. D: B onder toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 28 maart 1995 (ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1031, gepubliceerd in JABW 1995,317), van 7 maart 1997 in zaaknummer 98/8822 WAO en van 1 april 1997 in zaaknummer 96/9263 AAW/WAO (beide laatstgenoemde uitspraken zijn niet gepubliceerd, de rechtbank is bekend met de samenvattingen) bekend met samenvattingen van deze uitspraken schriftelijke zienswijze als bedoeld in artikel 8:45 van de Awb als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb