RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/6111 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2022 in de zaak tussen [eiser] , te Amstelveen, eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: mr. F.J. Wongsokario-Nojotaroeno). Procesverloop Met het besluit van 28 juni 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder een bedrag van € 3356,10 aan teveel ontvangen uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van eiser teruggevorderd voor de periode 2 februari 2020 tot en met 19 april
- Met het besluit van 11 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april
- Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Eiser heeft zich op 31 januari 2020 bij zijn (ex-)werkgever ADECCO HR SOLUTIONS ziek gemeld. De (ex)werkgever is eigenrisicodrager. Op 2 februari 2020 is eiser vervolgens door zijn (ex)werkgever weer bij verweerder hersteld gemeld. In verband met eisers ziekmelding per 31 januari 2020 heeft hij een ZW-uitkering ontvangen tot en met 19 april
- Het bedrag aan ontvangen ZW-uitkering van 2 februari 2020 tot en met 19 april 2020 van € 3.356,10 wordt nu van eiser – op aangeven van de (ex)werkgever – door verweerder teruggevorderd.
- Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij hersteld is gemeld. Eiser heeft zichzelf niet beter gemeld, aangezien hij anders ook al wel was gaan werken. Hier heeft eiser ook veel contact met het uitzendbureau over gehad.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder uit mocht gaan van de herstelmelding van de (ex-)werkgever van eiser. Deze herstelmelding heeft verweerder ook aangetoond middels een uitdraai uit het eigen systeem. Het geschil over de juistheid van de herstelmelding is tussen eiser en zijn werkgever en niet tussen eiser en verweerder. Binnen deze procedure is daar dan ook geen plaats voor. De beroepsgrond van eiser kan daarom niet slagen.
- Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. D. Sullivan, rechter, in aanwezigheid van mr. L.H.J. van Haarlem, griffier, op 6 april
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.